BEGUIN, Achille Camille Theodoor

Achille
Beguin
Geboren:
Gorinchem
10 juli 1909
Overleden:
Berlijn (Duitsland)
7 september 1943
Levensbeschrijving: 

 Achille Beguin is de zoon van Francisca Simon en Theodoor Beguin, een voormalige politieagent. Achille is de oudste van vijf kinderen, hij heeft vier zussen. Hij is opgeleid totautomonteur en vestigt zich in Schiedam. Als dienstplichtige dient hij bij de marine. Daarna gaat hij varen.

In juni 1937 stapte Achille Beguin, werkzaam aan boord van een vrachtschip in Alicante af met het doel zich bij de Internationale Brigades te melden. Omdat hij van beroep automonteur was, werd hij als zodanig te werk gesteld in een garage van de interbrigades in Albacete. In februari 1938 werd hij daar aangesproken door een zekere André, een Fransman, die hem vroeg of hij er voor voelde in Rotterdam te werken, en tijdens verdere gesprekken duidelijk maakte dat het ging om werkzaamheden ‘achter het front’ ten behoeve van de Spaanse republiek en dat het zeer vertrouwelijk werk was. Beguin zegde dadelijk toe, waarop André hem per auto naar Madrid bracht en hem in een landhuis, tezamen met een groep personen van verschillende nationaliteit, onderbracht. Daar werd hij voorgesteld aan een vrouw, Lena. Zij vertelde hem dat hij zich in de toekomst terughoudend moest opstellen tegenover anderen, zich moest onthouden van relaties met vrouwen, geen alcohol moest drinken en zich vooral niet in moest laten met politieke partijen.

Gedurende ongeveer vier weken kreeg Achille Beguindagelijks, met anderen, een uur instructie van Spanjaarden. Deze spitste zich toe op het gebruik van springstoffen, vooral bij het opblazen van rails en spoorwegemplacementen.Vervolgens werd hij door André met een aantal cursisten naar Figueras, daarna met een Italiaan en een Belg naar Port Bou,aan de Franse grens, gebracht. Hier voegde Lena zich bij hen, gaf Beguin en zijn metgezellen 1000 Franse francs, en legde uit dat ze naar Parijs moesten reizen en daar, bij een metrostation, moesten samen komen, alwaar zij opgevangen zouden worden. Beguin reisde vervolgens naar Parijs, waar hij samen met de Belg René Wouters, die in de Antwerpse sabotagegroep zou worden ingezet, in een hotel werd ondergebracht. In mei 1938 verscheen Lena weer, die hen nieuwe instructies gaf en hen ook een geheimschrift leerde, dat met gebruikmaking van citroensap werd genoteerd. In een werkplaats werd Beguin door een Fransman, Pierre Saint-Giron, opnieuw onderwezen in de fabricage van explosieven. In juni kreeg Beguin van Lena opdracht naar Amsterdam te reizen en daar werk in de havens te zoeken; hij ontving reisgeld en tweeduizend Franse francs voor zijn levensonderhoud.

Hij vestigt zich aan de Bloemgracht. Vanwege zijn deelname aan de Internationale Brigades was hij in het vizier bij de politie van Schiedam, die een rapport over hem opstelt. Van zijn deelname aan de Wollwebergroep was men niet op de hoogte.

In oktober verscheen Joop Schaap in de woning van Beguin en stelde zich voor als Charles, zijn directe chef. Beguin kreeg opdracht betrouwbare mensen als medewerkers te zoeken. Van Schaap ontving hij, ter ondersteuning, geld, aangezien hij nog geen werk had gevonden. Schaap leerde hem ook het decoderen van geheimschrift, waarbij zij als sleutel gebruik maakten van de tekst in een Engels boek. In de volgende weken werd Beguin door Schaap als Gerard voorgesteld aan een aantal medewerkers. Beguin moest tot de komst van een opvolger van Schaap, die zelf in april 1939 vertrok, de verbindingen onderhouden met Leen Seegers jr. en Herman Mark in Amsterdam en met Matthias Kerver en Willem van Schaik in Rotterdam. Mark, die van de sabotageorganisatie als zodanig niets afwist, had van Schaap een draaibank gekregen, waarop hij koperen buisjes maakte, nodig voor de ontsteking van de explosieve ladingen. De anderen, stelde Schaap vast, waren geïnformeerde medewerkers, waarop je kon vertrouwen. Na het vertrek van Schaap naar Parijs, onderhield Beguin de verbindingen door middel van koeriersdiensten van Theo Fleeré.

In de woning van Fleeré aan de Amsterdamse Hoofdweg vonden geregeld samenkomsten plaats; zij diende tevens als postadres voor Schaap. 

In juni 1939 ontving Beguin via Fleeré een brief van Schaap, waarin hem werd opgedragen naar Parijs te komen. Op zeven juni was Beguin in Parijs. Schaap deelde hem mee, dat de geplande ontmoeting met de als zijn opvolger bestemde Piet niet door kon gaan en dat Beguin op 19 juni moest terugkomen. In Amsterdam moest hij Fleeré opdracht geven voor Piet een onderkomen te regelen. Op 19 juni werd Beguinin Parijs aan Piet (Ernest Lambert) voorgesteld. Beguin moest vervolgens weer naar Amsterdam om alle medewerkers in te lichten over de komst van Piet. Enige dagen later arriveerde Piet in Amsterdam en trok in bij Fleeré. Daar maakte hij kennis met een aantal medewerkers, waaronder Leen Seegers jr., de zoon van het Amsterdamse gemeenteraadslid voor de CPN en broer van Spanjestrijder Piet Seegers. Gedurende enkele bezoeken aan Rotterdam ontmoette hij tevens Van Schaik en Kerver. In augustus 1939 verklaarde Lambert dat hij voor enige tijd naar Antwerpen moest. Beguin heeft hem daarna nooit meer gezien. Eind augustus werd hijzelf, bij de mobilisatie, opgeroepen voor de marine. 

Volgens een bericht in het Algemeen Handelsblad gaat hij op 12 september 1939 in ondertrouw met G. van Heusden. Het huwelijk wordt op 27 september 1939 voltrokken.

Arrestatie en dood

De organisatie waarvan Beguin deel uitmaakte en waarvoor hij de bovenbeschreven activiteiten ontplooide, de zogenaamde Wollwebergroep, was opgericht in 1936 door Ernst Wollweber, een Duitse communist en tot 1933 lid van de Reichstag. De organisatie was opgericht ter ondersteuning van de Spaanse republiek tijdens de burgeroorlog. Zij verzorgde o.m. wapentransporten. Ingebed in de structuur van de Komintern verzorgde de organisatie minimaal 21 aanslagen op schepen die onder de vlag van een van de Anti-Kominternpact landen voeren.

De activiteiten van de Wollwebergroep ondervonden grote belangstelling van de verschillende Europese politie- en inlichtingendiensten. Tijdens een aantal internationale politieconferenties in de tweede helft van de dertiger jaren, onder aanvoering van de rechterhand van Heinrich Himmler, Reinhard Heydrich, werd informatie uitgewisseld. Nederland liet zich met aan het hoofd de commissaris van politie K.H. Broekhoff niet onbetuigd. Het gevolg was dat o.m. AchilleBeguin direct na de bezetting op 10 oktober 1940 werd gearresteerd en bij vonnis van het Volksgerichtshof Berlin op5 september 1942 ter dood werd veroordeeld. Op 7 september 1943 wordt Achille Beguin in de gevangenis Berlin-Plötzensee door de Duitsers onthoofd.

Bronnen: 
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.399-L.9
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.5, 14
  • “Die Wollweber-organisation und Norwegen” van Lars Borgersrud, , blz 84 en 96
  • Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie, Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders, nummer toegang 2.09.99.01, inventarisnummer 6
  • https://www.marxists.org/nederlands/thema/wereldoorlog2/1979sabotage.htm
  • Bundesarchiv Bonn: Anklagetschrift D der Oberreichsanwalt beim Volksgericht in Berlin, 5 september 1942
Auteur: 
Hans Dankaart
Laatst gewijzigd: 
09-10-2020
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Monteur
Adres: 
Hoofdstraat 171
Woonplaats: 
Schiedam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
20-11-1936
Vader: 
Theodor Beguin
Moeder: 
Francisca Simon
Datum getrouwd: 
27-09-1939
Partner: 
Gijsbertje van Heusden