THOMAS, Adriaan

Adriaan
Thomas
Geboren:
Rotterdam
9 maart 1912
Levensbeschrijving: 

De meeste informatie over het leven van Adriaan Thomas komt uit het archief van het Bureau Nationale Veiligheid, de voorloper van de BVD (nu AIVD). Daar bevinden zich verslagen van de verhoren die werden afgenomen aan oud-Spanjestrijders die in de gevangenkampen van Franco hadden gezeten en in de loop van 1943 waren vrijgelaten. Zij reisden naar Engeland en het gros meldde zich voor de Irene-Brigade.

Thomas moet onder de Spanjestrijders een buitenbeentje zijn geweest. Hij was een van de weinigen met een hogere opleiding. Na de HBS deed hij in juli 1937 doctoraal examen in de economische wetenschappen in Rotterdam. Onder leiding van professor Lieftinck werkte hij aan een proefschrift over “De kapitaalexport van Nederland”.  Van januari tot april 1937 was hij werkzaam bij het bekende accountantskantoor Price, Waterhouse & Co. Toch besluit hij in december 1937 in Spanje te gaan vechten. Hij vecht aan het Aragon-front waar hij op 3 april 1938 door Italiaanse troepen gevangen wordt genomen. Hij zit achtereenvolgens in een kamp in de buurt van Burgos, in november ’39 wordt hij overgeplaatst naar een kamp bij Belchite, in juni ’41 bij Palencia en in december 1941 naar het kamp Miranda de Ebro waar ook verschillende Nederlandse joden zitten die het land ontvlucht zijn. In juli 1943 wordt hij vrijgelaten en in een verklaring die hij aflegt bij het consulaat in Lissabon steekt hij zijn verontwaardiging over het ontbreken van hulp van Nederlandse zijde niet onder stoelen of banken. De omstandigheden in de kampen waren verschrikkelijk en de Nederlandse vertegenwoordiger in Madrid heeft het laten afweten. Hij eindigt zijn brief met de woorden:

In juni en juli 1943 zijn de Nederlandsche krijgsgevangenen door de Spaansche autoriteiten vrijgegeven als onbekwaam voor de militaire dienst. Tot mijn spijt ben ik uit het kamp Miranda niet door een vertegenwoordiger van het Nederlandsch Consulaat-Generaal, maar door het Poolsche Roode Kruis afgehaald.

De vader van Thomas – boekhandelaar te Rotterdam – had zich al in het voorjaar van 1939 tot de Nederlandse autoriteiten gewend. Die hadden geantwoord dat hij de gezant in Spanje maar moest schrijven maar die had weer laten weten dat hij niets van krijgsgevangenen wist.

Vader Thomas in een brief van 31 mei 1939 aan de Minister van Buitenlandse Zaken:

Doet onze regeering niets voor zijn menschen? Zelfs de Russen zijn nu terug, de Engelschen gingen reeds in ’38. Als mijn jongen dood is hoor ik dat dan in elk geval of heeft men daar in Spanje geen tijd voor? De oorlog is nu toch gewonnen door de totalitaire staten, waarom moet het briefverkeer zo langzaam gaan?.

In het archief ontbreekt het antwoord van de minister. In november 1943 verklaart zoon Adriaan in Engeland tijdens zijn verhoor voor de ballotagecommissie van de Irene-brigade:

Principieel is mijn overtuiging nog altijd dezelfde als in 1935 en principieel zie ik Nederland liever zonder het Koninklijk Huis, hoewel dit nu niet meer zo’n groot verschil maakt, daar het Koninklijk Huis populair is geworden door den strijd tegen het fascisme.

Het eindoordeel van de ondervragende luitenant luidt:

Een stugge, overtuigde communist, die vermoedelijk te pienter zal zijn om moeilijkheden te veroorzaken in het leger. Als communist is hij een vurig anti-fascist, dus gezien van dit standpunt alleen is hij politiek betrouwbaar.

Thomas wordt toegelaten tot de Irene-brigade, vecht in 1944 in Frankrijk waar hij gewond raakt en voor verpleging weer teruggaat naar Engeland. In 1946 heeft Thomas nog steeds de aandacht van de veiligheidsdiensten, hij is lid van de vereniging van Oud-Spanjestrijders en die mensen worden in de gaten gehouden. Het rapport meldt dat de contributie van de vereniging 1 gulden per maand bedraagt, te voldoen aan Noor van Bergen-Diamant, verpleegster in Spanje. Over Thomas wordt gemeld: “doctor in de handelswetenschappen, zeer goed ontwikkeld, beschaafd, vurig communist, zijn vader had een boekhandel in Rotterdam.” De post van Thomas wordt regelmatig onderschept en ook familieleden van hem zijn uitgehoord:

Thomas, die al hier werkzaam is op een accountantskantoor, is een zeer op zichzelf staand persoon, die zich nimmer over de politiek uitlaat. Hij wordt door zijn familieleden een ‘Jantje Secuur’ genoemd, die voor alles een stipte regelmaat heeft.

In 1947 krijgt Thomas zijn Nederlanderschap terug. Zijn beroep is dan assistent-accountant, wonende te Rotterdam. 7 mei 1952 wordt hem de machtiging verleend tot het dragen van het Oorlogsherinneringskruis met de gespen "Krijg te Land 1940-1945" en "Normandië 1944" nr. 3265A.

Bronnen: 
  • Nationaal Archief: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken: Bureau voor Nationale Veiligheid (BNV), (1933) 1945-1946 (1980), nummer toegang 2.04.80, inventarisnummer 3365
  • Nationaal Archief 2.03.01, Ministerie voor Algemene oorlogvoering van het Koninkrijk te Londen, Kabinet Minister-President: 1874:
  • Stukken betreffende de hernaturalisatie van Nederlanders die in de Spaanse burgeroorlog hebben gevochten en hun Nederlanderschap daardoor verloren, 43-46, 1 omslag
  • 2.13.71, Ministerie van Oorlog Londen 1940-1945: 113-123: rekrutering Spanje (krijgsgevangen Nederlanders tijdens burgeroorlog).
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.239
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.33
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.2
Auteur: 
Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
28-11-2018
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Boekhouder
Adres: 
Esschenweg 44
Woonplaats: 
Rotterdam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
26-12-1937
Datum terugkeer: 
00-09-1943
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Nederlanderschap teruggegeven: 
06-06-1947
Vader: 
Johannes Thomas
Beroep vader: 
Koopman schilderartikelen, boekhandelaar
Moeder: 
Ida Adriana Edie