Bronnen

Aantekeningen bij de bronnen

De gegevens over de Nederlandse deelnemers aan de Spaanse burgeroorlog komen uit heel veel verschillende bronnen. De lijst met namen waar we mee gestart zijn, kwam van wat toen nog het Comité Spanje 1936-1939 heette ( inmiddels de Stichting 1936-1939). Deze lijst bevatte aanvankelijk 827 namen. De oorsprong van deze gegevens was in veel gevallen onduidelijk, er waren verdubbelingen, namen van buitenlandse strijders, uiterst onwaarschijnlijke namen en dergelijke. Na veel zoeken en schrappen zijn we nu uitgekomen op een lijst van circa 650 namen: van deze mensen hebben wij de redelijke zekerheid op basis van gevonden documenten, interviews, literatuur e.d. dat zij inderdaad in Spanje waren. Dit cijfer is zeker niet definitief : er kunnen namen bijkomen, er kunnen uiteindelijk ook namen afgaan van de nu gepresenteerde lijst. We zullen nog een aparte pagina maken met ‘onzekere namen’ – in de hoop dat lezers van deze site aanvullende informatie kunnen geven. Uiteraard hopen wij op aanvullende informatie betreffende alle hier gepresenteerde namen. Naast de basisgegevens beschikken we nu over circa 450 beknopte levensbeschrijvingen die we in de loop van de tijd verder aan gaan vullen. Bij iedere biografie is een overzicht geplaatst van de per persoon gebruikte bronnen.

Een aantal steeds terugkerende bronnen springt daarbij in het oog. Dat zijn in de eerste plaats de gegevens die ontleend zijn aan de bevolkingsregisters. De geboortedata die we op de oorspronkelijke lijst van het comite Spanje vonden, gaven de mogelijkheid om – in sommige gevallen via internet en in andere gevallen door bezoek aan verschillende gemeentearchieven – gegevens over  familie- en beroepsachtergrond te verzamelen. In enkele gevallen vonden we daar ook gegevens over het verblijf in Spanje en het verlies van de Nederlandse nationaliteit. Het opvragen van persoonskaarten bij het CBG ( Centraal Bureau voor Genealogie) hoort nog tot de mogelijkheden – helaas is dit een tamelijk kostbare zaak en het budget van het project is klein.

De toenmalige Nederlandse veiligheidsdienst, de Centrale Inlichtingendienst (CID) heeft de gangen van de Spanjestrijders intensief gevolgd. Dat had voor de betrokkenen vaak nadelige gevolgen. Een van de pijnlijkste gegevens is dat een in 1939 opgestelde lijst van ‘subversieven’ in handen is gevallen van de Duitse bezetters waardoor talloze statenlozen in ernstige problemen kwamen. Maar voor het hedendaags historisch onderzoek zijn deze lijsten een belangrijke bron. Voordeel is ook nog dat ze op internet zijn te raadplegen:

http://resources.huygens.knaw.nl/rapportencentraleinlichtingendienst

Een  steeds terugkerende bron is de Collectie Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Het bevat over vele jaren verzameld materiaal. Belangrijk onderdeel zijn de interviews die begin jaren ’80 gemaakt zijn voor het boek “De oorlog begon in Spanje” van Hans Dankaart, Jaap-Jan Flinterman, Frans Groot en Rik Vuurmans.

De administratie van de Internationale Brigaden is na het einde van de Spaanse Burgeroorlog overgebracht naar Moskou. Daar is het decennia lang ontoegankelijk geweest. Begin jaren ’90 is het een tijdlang redelijk te raadplegen geweest en zowel het IISG in Amsterdam  als het Abraham Lincoln Brigade Archive in New York heeft toen van delen van het materiaal microfilms gemaakt. Een deel van onze gegevens is daaraan ontleend.

Tot de niet geringe verbazing van historici die zich met de Spaanse Burgeroorlog bezighouden, is het archief sinds maart 2015 grotendeels te raadplegen op internet:

http://sovdoc.rusarchives.ru/#tematicchilds&rootId=94999

Het is door de gigantische hoevelheid van het materiaal een  bron die veel geduld en doorzettingsvermogen vereist. Het levert veel praktische informatie op: wie op welk moment waar Spanje binnenkwam en bij welke eenheid werd ingedeeld, wie een verlofregeling kreeg, wie in welk ziekenhuis was opgenomen met welke verwondingen of ziektes, wie gesneuveld was e.d. – daarnaast bevat het in verschillende talen ( meest Duits, Frans of Spaans) politieke beoordelingen, de zogeheten 'caracteristicas' die iets zeggen over de levensloop van de betrokkene, over zijn militaire inzetbaarheid en politieke betrouwbaarheid , over zijn moed dan wel lafheid aan het front. Het zijn vaak knalharde beoordelingen – en ze moeten met de nodige voorzichtigheid gelezen worden: persoonlijke  en politieke sym- en antipathieen konden een grote rol spelen. Veel van deze beoordelingen zijn in 1940 in Moskou door de Duitse communist Gustav Szindla weer samengevat: welk doel deze “Gustav-liste’ moesten dienen, is onduidelijk – maar in de paranoide Sovjetmaatschappij van die jaren was men nu eenmaal dol op registreren van wat er maar te registreren viel. De Nederlandse Spanjestrijders komen er bij ‘Gustav’ vaak zeer bekaaid af. De lijst is te raadplegen op het IISG: Collectie Komintern - CPH/CPN , rol 45

Het Nationaal Archief in Den Haag bevat de correspondentie tussen de toenmalige Ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie met de verschillende consulaten in Spanje en Frankrijk. Het bevat algemene beschouwingen over de situatie in Spanje,  over de Nederlandse Spanjestrijders, vragen over verlies van nationaliteit, over de hulp verleend aan Nederlanders die Spanje wilden verlaten na enkele maanden aan het front te zijn geweest en dergelijke. Er  zijn talloze politiedossiers betreffende al dan niet veronderstelde ronselaars voor Spanje, verhoren van familieleden over hun naar Spanje vertrokken verwanten, in beslag genomen brieven, een enkel dagboek van een Spanjestrijder. Uitgebreid is de correspondentie rond de door de Nederlandse overheid georganiseerde terugkeer van de Spanjestrijders na de opheffing van de Internationale Brigaden, eind 1938.

Al deze documenten moeten met de nodige voorzichtigheid gebruikt worden. Het gaat grotendeels om Spanjestrijders die – om welke reden dan ook – een beroep deden op de consulaten in Valencia, Barcelona, Marseille en Parijs – om hulp bij hun repatriëring.  Omdat bekend was dat ze bij hun terugkeer in Nederland hun nationaliteit kwijt raakten, werden er nogal wat fantasierijke verhalen opgehangen: de meesten verklaarden verpleger of chauffeur te zijn geweest en zeker niet aan het front te hebben gestreden – in de hoop zo hun nationaliteit te behouden.

Bronnen uit de periode 1936-1939 van de Spanjestrijders zelf zijn schaars. Alleen Jef Last vormt daar een uitzondering op, hij kon als direct betrokkene verslag doen maar hij maakte maar een deel van de Burgeroorlog mee. Van het tweede deel, het jaar 1938, is een verslag te vinden in “Nederlanders onder commando van Hollander Piet” door Gerard Vanter, pseudoniem van Gerard van het het Reve sr. Het is een merkwaardig boekje, tussen jongensboek en avonturenroman en met  – zoals de schrijvers van “De oorlog begon in Spanje” opmerkten - een ‘gezonde portie rats, kuch en bonen’. De krantenverslagen uit die tijd laten zich merendeels eenvoudig scharen onder de noemer links-rechts: de linkse pers, met name de communistische, bevat de heldenverhalen en de droevige in memoriams, de rechtse pers heeft het over dwazen en avonturiers die zich voor Spanje hebben laten ronselen en daar achteraf veel spijt van hebben. In beide gevallen leverde deze bron toch ook weer nuttige aanvullingen op de levensverhalen. Kranten uit die tijd zijn te raadplegen via de onvolprezen website Delpher van de Koninklijke Bibliotheek.

Ook brieven en dagboeken uit Spanje zijn schaars – al zijn er ook de laatste tijd toch steeds weer nieuwe vondsten. Nederland heeft – in tegenstelling tot veel andere landen – weinig poëzie en literatuur over de Spaanse Burgeroorlog opgeleverd. Een van de mogelijke verklaringen is dat het gros van de mannen ( de 27 vrouwen waar we gegevens over vonden hadden in het algemeen meer opleiding genoten)  die naar Spanje gingen weinig of geen scholing had. Een wat uitgebreider verslag van de dagen in Spanje zoals te vinden in het dagboek van Spanjestrijder Marinus Onderwater  is een uitzondering. Ook de brieven moeten met de nodige voorzichtigheid gebruikt worden: in de eerste plaats was er sprake van censuur, uiteraard was het niet de bedoeling dat militaire informatie via de brieven naar buiten kwam. Op het politieke vlak  waren de op zijn zachtst gezegd moeizame verhoudingen tussen communisten, anarchisten, trotskisten en andere  stromingen in Spanje  niet een onderwerp waarover de briefschrijvers zich vrij voelden altijd voor hun mening uit te komen. Belangrijke factor was verder dat de meeste briefschrijvers – vaak heel jonge jongens  - geen enkele ervaring hadden met schrijven: het bleef maar al te vaak beperkt tot de hartelijke groeten thuis en een noodkreet om sigaretten. Toch hebben we waar mogelijk dankbaar gebruik gemaakt van deze brieven die toch ook een beeld oproepen van het Nederlandse arbeidersmilieu van de jaren dertig.

De Koude Oorlog en het isolement waarin met name de communisten kwamen te verkeren, plus de onderlinge politieke verkettering, kleurden het beeld dat in de naoorlogse interviews naar voren komt. Pas halverwege de jaren tachtig ontstaat er iets van verzoening en beginnen de gezamenlijke reizen naar Spanje. Het Comité Spanje hield de gegevens bij van deze reizen – en ook hieraan ontleenden we de nodige informatie. Natuurlijk hopen wij dat ook dit project nieuw materiaal op zal leveren, de lezer is van harte uitgenodigd de gegevens te checken en waar mogelijk aan te vullen. 

 

.Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (Amsterdam):

Nationaal Archief (Den Haag) – zie voor verwijzingen naar de verschillende dossiers de biografieen

Tamiment Library & Robert F. Wagner Labor Archives (USA):

RGASPI archive (Russia):

Spaanse archieven:

Voor verdere verwijzingen en literatuur zie de betreffende biografieën.