Ronselen en desertie

Ronselen en desertie.

Deze termen duiken met enige regelmaat op in de bronnen en daardoor in de biografieën. Ze hebben een negatieve bijklank, vandaar dat we op beide onderwerpen hier wat dieper in willen gaan. 

Ronselen

De betekenis van ronselen is: met list of geweld aanwerven.Van geweld zal bij de werving voor de Internationale Brigades geen sprake zijn geweest. Maar list, ofwel een verkeerde voorstelling van zaken, is iets wat in de verhalen van terugkerende Spanjestrijders wel terugkomt. In die gevallen geeft de persoon in kwestie aan dat hem was voorgespiegeld dat hij werk zou kunnen krijgen in Spanje. Het leger en de strijd aan het front zouden niet ter sprake zijn gekomen. Veel van deze verhalen werden opgetekend door de Nederlandse consuls in Spanje en Zuid-Frankrijk uit de mond van Nederlanders die de hulp van de diplomatieke vertegenwoordiging nodig hadden om weer terug te keren naar Nederland. In zo’n geval was het niet handig om te vertellen dat je vrijwillig dienst had genomen in het leger van de Spaanse republiek. Dat betekende dat je je Nederlanderschap had verloren en dan was de consul niet erg bereid wat voor je te doen. Het verhaal over het ronselen werd dan als smoes gebruikt om te medewerking van de consul te verkrijgen.

Maar ongetwijfeld is er wel een enkel geval geweest waarbij de betrokkene een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven. Om dat toe te lichten, moeten we even stilstaan bij de werving. Het initiatief voor de oprichting van de Internationale Brigades kwam van de Komintern, de overkoepeling van landelijke communistische partijen. De werving werd de verantwoordelijkheid van de landelijke communistische partijen en in Nederland dus van de CPN. Gedurende de burgeroorlog werd regelmatig gecorrespondeerd tussen de CPN en de Komintern waarbij de werving en desertie belangrijke onderwerpen waren. Daarbij werd erop aangedrongen dat de partij meer zou leveren omdat ze achterbleven vergeleken met andere landen.

In de eerste plaats keek de partij bij de werving begrijpelijkerwijs naar de eigen leden en dan vooral naar de gewone leden. Het partijkader wilde men liever in Nederland houden om de partij niet te veel te verzwakken. Daarnaast werd geworven onder niet-CPN gebonden personen met een antifascistische overtuiging. Juist in deze tijd propageerde de Komintern samenwerking van communisten met andere linkse partijen (de trotskisten uitgezonderd!) in een Volksfront. Je kan er van uit gaan dat de CPN-leden en de andere antifascisten die vertrek naar Spanje overwogen echt wel wisten wat daar aan hand was en dat het oorlogsfront de voor de hand liggende bestemming was. Maar een politiek ongeïnteresseerde werkloze hoorde mogelijk alleen de mogelijkheid om werk te vinden in Spanje. En omdat de werving illegaal was en in het geheim moest plaatsvinden, schoot een goede screening van de achtergronden en motieven van kandidaat-brigadisten er wel eens bij in. Mogelijk heeft de druk om te leveren voor de Internationale Brigades gemaakt dat men te weinig kritisch naar een kandidaat keek. De rekruten die niet politiek gemotiveerd waren, waren sneller geneigd de Brigades achter zich te laten, de hulp van een consul in te roepen en zo terug te keren naar Nederland. En daar vonden hun verhalen over ronselpraktijken gretig aftrek in de rechtse pers.

Politie en justitie hielden de werving zeer scherp in de gaten, en waren zeer alert op personen die zich hiermee bezig zouden houden. Ondanks dat zijn er maar twee veroordelingen geweest voor het werven, dan wel ronselen. In het ene geval was de straf een week gevangenis, in het andere een boete van 100 gulden.

Van Dullemen 
In Amsterdam was er een Officier van Justitie, mr. Arnold Abraham Louis Felix van Dullemen, die fel gebrand was op vervolging van Spanjevrijwilligers, zogenaamde ronselaars en andere hulpverleners aan de zijde van de Volksfrontregering in Spanje. Hoewel door Nederland in de non-interventiecommissie toegezegd was, dat Nederlandse vrijwilligers alleen hun nationaliteit zouden verliezen en niet zouden worden vervolgd, ging van Dullemen in 1939 over tot het laten afnemen van verhoren van de in december 1938 en januari 1939 teruggekeerde 41 Spanjestrijders binnen het Arrondissement Amsterdam. Dit tot in ziekenhuizen aan toe. Ook werden hun Republikeinse papieren, Carnet Militar en Carnet de Honor, in beslag genomen.

Van Dullemen hield zich niet alleen bezig met juridisch werk, maar gaf zijn politieke vooringenomenheid vaak de vrije loop, ook in officiële briefwisselingen. In een ambtelijke brief in juli 1938: 

“Reeds enige keeren is mij gebleken dat hier ter stede aan uit Spanje teruggekeerde personen weer klakkeloos ‘werkloozensteun’ wordt uitgekeerd en andere ‘voorrechten’ worden gegeven; zoo schijnt o.a. het dochtertje van den bekenden communist Jef Last (…) kosteloos onderwijs te ontvangen op het Barlaeus-Gymnasium alhier, waar zij verschijnt, getooid met het embleem der Sovjet-Unie, de hamer met sikkel!(…) Het is toch wel een beetje teveel gevergd van het kleine percentage Amsterdammers, die de hooge gemeente-fonds belastingen betalen, dat zij lijdelijk moeten toezien, dat die gelden besteed worden aan niet-Nederlanders, ondermijners van den Ned.Staat”

In een brief aan de Procureur-Generaal, Gerechtshof Amsterdam dd. 31 juli 1939:

Ik vraag mij af of het niet hoogst noodzakelijk is de voor de publieke rust uiterst gevaarlijke personen van Jan Hendrik van Gilse, alias “Zuidema”, welke als “politiek-commissaris” in Spanje blijkbaar is opgetreden, diens Secretaris K.C.Jansen, ’Hollander Piet’=Piet Verschure, den ‘Kapitein’ Jef Last en de ‘Luitenants’ Koopman en Scheurwater, als staatlooze vreemdelingen uit ons land te zetten!”

Janrik van Gilse was in WOII verzetsleider, werd door de nazi’s op straat neergeschoten en overleed 28 maart 1944. Naar hem, en zijn gefusilleerde broer, werd na de Tweede Wereldoorlog een straat genoemd in Amsterdam-West. Hollander Piet (is Piet Laros) zat als gevolg van verzetswerk van 1943 tot 1945 vast in de concentratiekampen Amersfoort en Buchenwald. Wiebe Koopmans zat vanwege verzetswerk vanaf 1942 ondergedoken. Jef Last was op het eind van de oorlog officier bij de BS (Binnenlandse Strijdkrachten).

Van Dullemen was in 1929 tot Officier van Justitie in Amsterdam benoemd en werd in 1939 Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof in Amsterdam. Hij bleef van 1941 tot 1945 in functie onder de Procureur-Generaal in Amsterdam, de NSB-er Jan Feitsma. Deze werd op 2 februari 1945 door het verzet geliquideerd waarna van Dullemen onderdook. Maar in 1949 werd hij zelf Procureur-Generaal in Amsterdam en was daarna enige jaren voorzitter van de Raad voor de Journalistiek.

Desertie

In de correspondentie tussen de Nederlandse vertegenwoordiger van de Komintern in Spanje met de CPN en/of met andere bureaus van de Komintern wordt steeds gerept van een extreem hoog percentage ‘deserteurs’ onder de Nederlanders. Zelfs wordt het percentage geschat op een derde van alle aanvankelijk gerekruteerde. Al met al is desertie in de context van de Internationale Brigades een lastig begrip. De interbrigadisten waren immers geen dienstplichtigen of beroepssoldaten. Ze beschouwden zichzelf (terecht) als vrijwilligers en beseften niet dat ze onder militaire discipline zouden komen te vallen. Kunnen vrijwilligers wel als deserteurs worden aangemerkt? Zelf zouden ze de term in ieder geval verre van zich geworpen hebben.

De meeste vrijwilligers gingen naar Spanje met het idee dat het voor een paar maanden zou zijn. Over de lengte van het dienstverband bij de Internationale Brigades werden geen uitspraken gedaan. Daarnaast waren veel brigadisten niet of slecht voorbereid op het slagveld en de slachtingen en voor sommigen was dit te zwaar. Er was in een aantal gevallen zeker sprake van oorlogsmoeheid na verschillende heftige veldslagen, maar ook langdurig en oncomfortabel verblijf in de loopgraven. Niet iedereen was het gewend zo lang van huis te zijn, dus heimwee zal ook voor sommige een rol zijn gaan spelen. 

Er was geen duidelijke verlofregeling en als men om verlof vroeg om terug te keren naar Nederland, werd dat haast altijd geweigerd. Alleen voor een oproep voor een herhalingsoefening van militaire dienst werd wel eens een uitzondering gemaakt. En ook degenen die door een verwonding ongeschikt waren geworden voor militaire of andere dienst werden gerepatrieerd. Verlof werd geweigerd omdat de leiding van de Internationale Brigades bang was dat degene die op verlof ging niet terug zou keren naar Spanje. Die angst was niet ongegrond wat betreft de Nederlanders, want de kans was groot dat de politie, die het gaan naar Spanje scherp in de gaten hield, de terugkomst in Nederland zou signaleren en de terugkeer naar Spanje zou verhinderen. Dit alles maakte dat sommige spanjestrijders dan maar besloten op eigen gelegenheid en zonder toestemming van de legerleiding uit Spanje te vertrekken. En dat werd aangemerkt als desertie. Als dan men op weg naar de Spaanse grens werden gepakt door de militaire politie, volgde straf. Meestal was dat opsluiting in een strafkamp. Een aantal “deserteurs” kreeg daar berouw en keerde weer terug naar het front.