KLEEF, Joop van

Josinus
van
Kleef
Geboren:
Amsterdam
26 januari 1917
Overleden:
(Spanje)
00-09-1938
Levensbeschrijving: 

Joop van Kleef was de jongste zoon in een gezin van vier kinderen, twee jongens en twee meisjes en groeide op in Amsterdam-(Oud)West. Hun vader overleed toen Jopie zeven jaar was. Zijn moeder moest toen de kost verdienen als schoonmaakster in het Wilhelminagasthuis. In 1931 hertrouwde zijn moeder en in 1934 kreeg Joop er een halfbroertje bij. Zijn oudste broer – Jacobus, Ko – was zeven jaar ouder – en hij was helemaal niet gelukkig met het besluit van zijn broertje om in 1937 naar Spanje te vertrekken.

Tussen september 1937 en september 1938 schrijft Joop een vijftiental brieven aan de familie; in een klassieke oude sigarendoos zijn ze bewaard gebleven en nu in het bezit van Alexander, zoon van Ko en neef van Joop, binen de familie Jopie genoemd.

Maar ik weet praktisch niets van mijn oom, er werd in onze familie niet zoveel gepraat en ik had de leeftijd nog niet om veel vragen te stellen. Van mijn opa weet ik dat hij vrij vroeg is overleden. Hij had maagkanker – en dat zal ongetwijfeld een domper op het gezin hebben gezet. Jopie was nog maar heel klein toen zijn vader overleed, vermoedelijk in 1922.

In een van zijn brieven probeert Joop om zijn broer Ko te overtuigen van zijn beslissing:

Ongetwijfeld, Ko, moet je bewondering hebben voor de verhoogde strijd in Spanje. Als je ziet wat die fascisten voor materiaal inzetten, kan je haast niet geloven dat dit voor een mens uit te houden is. En toch, wat hebben ze bereikt, het moraal – de hoofdzaak – is in plaats van slechter beter geworden. Het kan volgens mij niet anders of je moet met ons sympathiseren, als je gezien en meegemaakt hebt wat ik in Spanje meegemaakt heb, zul je je mening van vroeger (‘wat heeft het voor nut, die mensenslachting’) laten varen.

Op 15 september 1937, net aangekomen in Albacete, schrijft hij zijn moeder:

Nou moe, als U me in mijn soldaten kleren ziet lopen dan kan U me me niet meer terug. Ik kan elk ogenblik vertrekken maar ik weet haast niet waar naar toe. U moet natuurlijk zoals U wel weet niets aan onze familie vertellen dat ik in Spanje ben want anders krijg ik als ik terug kom last met de politie.

Op 24 oktober laat hij weten dat hij aan het front is, dat ze een gat in de grond hebben gegraven en dat toegedekt met boomstammen. Daar ligt hij nu te schrijven, dus ze moeten niet verbaasd zijn dat zijn handschrift wat krabbelig is.

"Ik ben al een paar weken aan het front, en moeder dat leven valt niet mee, het soldatenleven is nu eenmaal geen kinderspel.” Maar natuurlijk wordt moeder gerustgesteld, persoonlijk heeft hij het helemaal niet slecht “trouwens een soldaat in het Spaanse leger heeft niet te klagen, nergens over.”

Eind november 1937 laat Jopie weten dat hij aan het postbureau werkzaam is en dat dat hem goed bevalt.

Ik rijd vaak in een geldauto (Giro) met een revolver op me heup dus U kunt wel nagaan dat ik een verantwoordelijk baantje heb. Ik ben secretaris van de kapitein, een Spanjool die ik goed kan verstaan, eerst gaf me dat veel moeilijkheden maar het gaat elke dag beter, vandaar mijn promotie. Ik rij ook met de chauffeur naar andere plaatsen, voor geld postzegels en zo voor de hele Internationale Brigade. Vervolgens haal ik de post van de trein en breng dat de volgende dag naar de diverse bataljons.

Hij laat zijn moeder uitdrukkelijk weten hoe hard hij werkt, ze heeft hem meer dan eens verweten dat hij lui is – en hij schrijft dat hij dat verwijt nu beter begrijpt dan vroeger.

4 december 1937:

Op het ogenblik zit ik ergens midden in Spanje te schrijven in de trein. We gaan allemaal te samen naar een andere plaats ik weet natuurlijk niet waar naar toe. Spanje is zo groot dat je een paar dagen in de trein zit.” Moeder heeft hem geschreven dat ze het bange vermoeden heeft dat hij naar Spanje is gegaan omdat hij het thuis niet goed had “nee, dat hoeft U niet te denken”. “Ik schrijf op het ogenblik slecht want er zit een Catalaan tegenover me en die slaat maar met zijn vuist op tafel. We zitten met zijn alleen in een goederentrein. Er staat tegenover me een fles rum en die is zo sterk dat je moet oppassen dat de fles niet in brand vliegt. En moeder, je zoon drinkt het als (aqua) water.

 Waarna de beste wensen voor 1938 volgen.

De eerste brief van januari gaat vooral over het heerlijke pakket dat hij van huis heeft ontvangen. Met tabak en sigaretten “me eerste goede sigaret sinds ik uit Holland weg ging”. En de hele compagnie bedankt trouwens, Hollanders en Duitsers en Spanjaarden – die onder aan de brief allemaal hun handtekening zetten met een “Viva Holanda” van ene Manuel.

In maart ’38 meldt hij dat hij in Murcia is en dat hij last heeft gehad van zijn maag en in zijn brief van 23 april laat hij weten dat hij sinds februari niets meer heeft gehoord van thuis en “U zult wel in de kranten hebben gelezen dat we afgesneden zijn geworden en zo doende zijn er weer een hoop moeilijkheden.” Hij verwijst naar de doorbraak van de troepen van Franco waardoor Catalonië is afgesneden van de rest van Spanje: “Momenteel zit ik in de provincie Catalonie, het was wel net op tijd want 2 dagen daar na sneden ze het af.”

In mei meldt hij dat hij last heeft van een maagzweer maar de artsen vinden een operatie nog niet nodig, wel hoopt hij dat hij naar Parijs wordt gestuurd om daar door ‘de beste artsen van de wereld’ geopereerd te worden en dan gezond weer thuis te komen. Het is de langste brief die hij naar huis schrijft en hij probeert zijn broer Ko er van te overtuigen dat hij de juiste keuze heeft gemaakt.

Ko, ik heb ongeveer 4 en een halve maand aan het front gezeten, (laatste bij Teruel) –en dit is nog maar kinderspel vergeleken bij een tegenwoordige moderne grote oorlog,  dan slaat mij de schrik om mijn hart van wat jullie, als je niet oppast, nog zult beleven. En de eenigste partij in de wereld, Ko (de Kommunistische Partij) begrijpt dit gevaar (...)  dat moet je nu niet beschouwen als propaganda, Ko, nee, dat is de waarheid.

 Hij eindigt de brief met “ik zal je maar niet  toewensen om snel werk te vinden want dan zou je me kunnen beschuldigen van sarcasme”.

In juli opnieuw een dankbrief voor het  ontvangen pakket “alleen de worst was een beetje bedorven” maar Joop vindt die pakketten ook veel te duur, als ze hem alleen maar wat shag en sigaretten blijven sturen. Hij is nu in Barcelona, “wij liggen nu in een villa” .

Tijdens het Ebro-offensief in de zomer van 1938, de laatste poging van de Spaanse Republiek om het tij te keren, was Joop ingedeeld bij het 41ste Bataljon. Dit was het eerste bataljon ‘Edgar André’ van de XIde Internationale Brigade. Hij zal waarschijnlijk deel hebben uitgemaakt van de Nederlandse compagnie ‘De Zeven Provinciën’ onder leiding van kapitein Piet Laros. In de bloedhitte van een zomer in het Spaanse binnenland wist het Republikeinse leger de Ebro over te steken en over een breed front 20 kilometer door te stoten richting het stadje Gandesa. De bedoeling was de door Joop hier boven genoemde tweedeling van de Republiek ongedaan te maken. Begin augustus was men nog hoopvol.

5 augustus 1938:

Beste Moeder, ik heb U al eens geschreven dat ik denkelijk naar huis zou komen vanwege de non-interventie maar zoals ik al schreef geloof ik daar niet zo veel van. Enfin, ik zit weer vlak bij het front en we zullen eens kijken wat de fascisten nu weer proberen te maken. De toestand in Spanje is, en vooral in Catalonie, heel goed en we zijn allen in de grootste optimisme. Als U me op het ogenblik zou zien dan zou U zeggen die ziet er beter uit dan in Holland, met andere woorden ik ben zo gezond als een visch.” ( ….) “O ja, Ko, moeder schreef me dat jij het niet met me eens bent en dat je die moordpartijen ten strengste afkeurt. Ik geloof niet dat ik mij enigszins in deze termen heb uitgedrukt, dat het bij jullie de indruk gewekt heb dat ik daar een aardigheidje in zie, want ik vind het erger dan jullie. Salud, Joop.

Joop’s laatste brief is van 20/21 augustus 1938

Moeder, vandaag ben ik precies een jaar van U weg. Zoals ik U al geschreven heb zit ik weer aan het front. Ik leg hier tussen een paar grote stenen te schrijven, tegen een ontzaglijk groot rotsblok. De artillerie is weer danig aan het schieten, ik ben weer een beetje doof want tussen de bergen maken die dingen natuurlijk eens zo veel lawaai en zo gaat het van ’s morgens een uur of 8 met korte tussenpozen tot 12 uur ’s nachts door. Nu en dan gooien een paar vliegtuigjes ook nog een beetje vuil weg. Eerlijk moeder, wat kan een mensen leven in 365 dagen wat mee maken. Vorig jaar liep ik nog met Toontje naar een of ander danskitje, we dansten wat en toen nam ik van hem afscheid en ging naar Espagne. Och op zo een dag begin ik wel eens te denken aan vroeger.

21 augustus, schrijft hij ergens tussen de regels in de met potlood geschreven brief: “De artillerie is weer zo bezig geweest dat ik een paar uur moest wachten en ben toen maar de volgende dag gaan schrijven. Dus Moe, ik ben momenteel heel gezond en wel en hoop dit natuurlijk te blijven.”

Het offensief liep uiteindelijk dood op de door de Nationalisten massaal ingezette troepen die waren weggehaald van andere fronten. Het Republikeinse leger moest daarna wijken onder druk van het overwicht aan Duitse en Italiaanse artillerie en tanks en liep uit op een door de Franco-troepen gewonnen materiaalslag.

Hoe, waar en op welk moment precies Joop van Kleef gesneuveld is, is onbekend. 

Bronnen: 
  • Brieven van Joop van Kleef, particuliere collectie van zijn neef Alexander van Kleef die ook achtergrond informatie verschafte
  • Archief Internationale Brigade, Moskou, F.545-Op.3-D.74
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.95
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.41
  • Stadsarchief Amsterdam
Auteur: 
Yvonne Scholten, Ton Hegeraad
Laatst gewijzigd: 
26-01-2021
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Machinebankwerker
Adres: 
Lumeijstraat 11'''
Woonplaats: 
Amsterdam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
27-08-1937
Gesneuveld: 
ja
Vader: 
Jacobus van Kleef
Beroep vader: 
Sigarenmaker
Moeder: 
Cornelia Jannegje 't Jong