BAATSEN, Albert

Albert
Baatsen
Geboren:
Amsterdam
17 mei 1891
Overleden:
Amsterdam
20 januari 1974
Levensbeschrijving: 

In “De Waarheid” – dagblad van de Communistische Partij Nederland – stond op 7 augustus 1945 op pagina 2 het volgende:

“Hiermede betuig ik vrienden en kennissen mijn dank voor de grote belangstelling bij mijn terugkeer uit Buchenwalde.
ALBERT BAATSEN  Hazebroekstr, 27 III”
Het is één van de vele dankbetuigingen die in die dagen verschenen van overlevenden uit de concentratiekampen. De namen van de kampen waren kennelijk nog niet erg bekend. Buchenwalde in plaats van Buchenwald kwam ook in andere advertenties terug.

Tot zijn twaalfde jaar woonde Ab Baatsen op het eiland Kattenburg in Amsterdam. Toen de kleine Appie nog maar vier jaar oud was – begin 1896 - voltrokken zich enige rampen binnen het gezin Baatsen. Op 16 januari overleed een drie jaar oud zusje, op 1 februari zijn andere zusje, twee jaar oud, en op 6 maart zijn vader.
Moeder bleef alleen achter met de kleine Albert, maar weer een maand later, op 18 april werd een broertje geboren.

Drie jaar later - in 1899 - trouwde zijn moeder met de broodbakker Jacob Schermer. Hierdoor kreeg Albert er nog twee halfzusjes en drie halfbroertje bij.
In 1903 verliet het gezin Kattenburg. Ab Baatsen woonde daarna achtereenvolgens in de Dapperbuurt, de Pijp, de Jordaan, Weesp en uiteindelijk in de Kinkerbuurt.

In 1915 trouwde Ab en bleef in de Kinkerbuurt wonen. Tussen 1919 en 1922 moet het drukke boel zijn geweest op de halve woning drie-hoog voor en zolder in de Da Costastraat. Naast Ab en zijn vrouw en twee zoons woonden toen ook zijn moeder, stiefvader en zes broers en zussen bij hen in.

Ab Baatsen werkte in de expeditie en was later chauffeur van beroep. In 1936 was hij lid geworden van de CPN (Communistische Partij Nederland). In januari 1937 kwam hij aan in Spanje. Gezien zijn leeftijd - hij was toen 47 jaar - zal hij mogelijk niet als interbrigadist hebben gevochten. Waarschijnlijk was hij achter het front werkzaam als chauffeur. Op 26 juni 1937 ging hij vanwege ziekte en familieomstandigheden weer terug naar Amsterdam. Omdat de Nederlandse autoriteiten niet op de hoogte waren van zijn verblijf in Spanje raakte hij zijn Nederlanderschap niet kwijt.

Albert Baatsen kleurde - door economische omstandigheden gedwongen - niet altijd binnen de lijntjes. In 1918 werd hij - met thuis het eerste kind in de wieg – veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf vanwege medeplichtigheid aan de diefstal van een grote baal zwarte peper. Gelukkig voor hem en zijn jonge gezin was de straf voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Blijkens het middagrapport van het politiebureau Leidseplein op 26 februari 1940 was Ab Baatsen – inmiddels 48 jaar oud en vader van zes kinderen - nog steeds geen brave burger:
“05.15  Brengt de Rijks Ambtenaar J. v/d Meer, oud 43 jaar, wonende Woestduinstraat 60 huis, hierbij geassisteerd door den A.p. ( = agent van politie) v. Zwieten (1734) van de Leidschegracht een persoon genaamd Albert Baatsen, geb: te Amsterdam 17 Mei 1891, chauffeur, wonende Hasebroekstraat 27 drie hoog, t/z overtr: art 4 der Rijwielbelastingwet (geen belastingmerk). Toen Baatsen op verzoek van v/d Meer, door A.p. v. Zwieten werd staande gehouden en v/d Meer tot inbeslagname van het rijwiel wilde overgaan, werd Baatsen zoo kwaad dat hij zijn rijwiel in de Leidschegracht wierp. Het rijwiel is inmiddels weer uit het water opgevischt en inbeslaggenomen. Na onderzoek naam en adres en H.B. (=Hoofdbureau), niet ten zijnen laste hebbende is Baatsen te 5.45 uur heengezonden.

Tijdens de Duitse bezetting had zijn arrestatie op 16 augustus 1941 echter verschrikkelijke gevolgen. De illegale CPN wilde van de verwachte vaderslandsliefde vanwege de verjaardag van Koningin Wilhelmina op 31 augustus gebruik maken om een landelijke staking te organiseren.
Rapport van het politiebureau Overtoom 16 augustus 1941 ‘s-avonds 8 uur:
Brengen de a.p.s ( = agenten van politie) BOUWMEESTER en DUBBELD vanuit de Kinkerstraat twee personen resp. genaamd: ALBERTUS (sic) BAATSEN geboren 17 Mei 1891 te Amsterdam transportarbeider, wonende Hasebroekstraat 27 III, Alhier, en REINIRUS BENEDICTUS ALFONSUS WIGMANS, geboren te Amsterdam 25 Januari 1882, havenarbeider wonende Bilderdijkkade 100 I a Alhier, die zich op verdachte wijze in de Kinkerstraat ophielden, bij onderzoek aan de kleeding bleek dat Baatsen in het bezit was 35 pamfletten waarin opgeruid werd tot staking. Zij zijn met de inbeslaggenomen pamfletten overgebracht per pol auto naar de Sicherheitspolitie Euterpestraat. Afschrift met een der pamfletten in vijf voud naar H.B.(=Hoofdbureau) gezonden kamer 42.
Omdat alleen Baatsen de stakingsoproepen bij zich had was Wigmans de dans misschien heelhuids ontsprongen. Maar de communist Ab Baatsen werd eerst naar het SS-kamp “P.D.L. Amersfoort“ gestuurd (PDL = Polizeiliches Durchgangslager)  en daarna naar concentratiekamp Buchenwald waar hij – nog maar 50 kilo wegend – op 24 februari 1942 aankwam. Hij zou bijna vier jaar concentratiekampen overleven en kwam zomer 1945 weer terug in Amsterdam.

De terugkeer van vader Ab zal een bron van blijdschap zijn geweest in het gezin Baatsen. Maar deze blijdschap werd zwaar overschaduwd door het tragische levenseinde van zijn twee oudste kinderen.
Zijn op één na oudste zoon Gerrit zat eerst ook opgesloten in Kamp Amersfoort met kampnummer 3072 en daarna een half jaar in kamp Vught met nummer 4725. Hij werd in juli 1943 weer vrijgelaten maar zou ruim een jaar later de hongerwinter niet overleven.
Zijn oudste zoon Nol wist in het begin van de Tweede Wereldoorlog Engeland te bereiken en kreeg daar een opleiding tot geheim agent. Hij kreeg diverse sabotageopdrachten mee, uit te voeren in bezet Nederland. Nol werd daartoe op 27 maart 1942 gedropt boven de kop van Overijssel. Helaas werd hij slachtoffer van het beruchte “Englandspiel”.
Nol Baatsen werd meteen gevangengenomen en in Den Haag door de SS “verhoord” en daarna naar de SD-gevangenis Haaren in Noord-Brabant overgebracht. Op 29 november 1943 werd hij naar concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk getransporteerd en samen met 22 andere geheim agenten op 7 september 1944 gefusilleerd. In totaal zouden bijna zestig slachtoffers van dit Englandspiel de oorlog niet overleven.

Albert Baatsen bleef na de oorlog in de Hasebroekstraat wonen. In 1962 ging ook zijn jongste dochter de deur uit. In 1965 overleed zijn vrouw. Bijna drie jaar later verhuisde Ab Baatsen met zijn nieuwe partner naar Geuzenveld in Amsterdam-Nieuwwest. Hij overleed op 82-jarige leeftijd.

Bronnen: 
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.14
  • Stadsarchief Amsterdam - Indexen
  • Noord-Hollands Archief, Haarlem
  • Informatie Roel Oosterhek – 08-12-1980
  • Arolsen Archives – International Center on Nazi Persecution, Bad Arolsen  Duitsland
  • Informatie Eddy van der Pluijm - Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort
  • De Waarheid 07-08-1945, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010851102:mpeg21:a0016
Auteur: 
Yvonne Scholten en Ton Hegeraad
Laatst gewijzigd: 
28-8-2022
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Chauffeur
Overtuiging: 
Communist
Adres: 
Nicolaas Beetsstraat 70
Woonplaats: 
Amsterdam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
30-01-1937
Datum terugkeer: 
Zomer/herfst 1937
Nederlanderschap afgenomen: 
nee
Vader: 
Arnoldus Gerardus Baatsen
Beroep vader: 
Winkelier
Moeder: 
Alberdina de Bruin
Datum getrouwd: 
15-12-1915
Partner: 
Roelffien Wolgen
Kinderen: 
6 kinderen
Datum getrouwd 2: 
1915
Partner 2: 
Hubertina Johanna Maria van der Elst