Joop Brugman groeide op in een groot gezin in de Amsterdamse Kinkerbuurt en Stadionbuurt. Hij volgde de driejarige MULO en ging op kantoor werken. Later gaf hij als beroep op ‘zelfstandig fotograaf bij de Holland Amerika Lijn’. Net als veel Amsterdamse dienstplichtigen bracht hij zijn diensttijd door in het 7de Regiment Infanterie (1937).
In april 1938 dook hij op in Spanje en werd hij als sergeant opgenomen in het Hans Beimlerbataljon van de 11de Brigade. Niet bekend is waarom hij naar Spanje ging en wat zijn achtergrond was. Kominternfunctionaris Gustav Szinda beschrijft hem als een goede, eerlijke en betrouwbare soldaat, politiek ongeorganiseerd en met weinig tot geen belangstelling voor politiek. Na een schotwond, opgelopen tijdens de gevechten aan de Ebro, belandde ‘Juan Brujman’ in het Militair Hospitaal in Vich, Catalonië.
Na terugkeer in Nederland werd zijn paspoort afgenomen, zoals meestal bij Spanjestrijders. Vreemd genoeg trad Brugman, die dus statenloos was, in 1939 in dienst bij de Nederlandse Marine. In Spanje had Brugman kennisgemaakt met Evelyn Kate Mort, die op het bureau van de Internationale Brigades werkte. Over Evelyn Mort is niet veel meer te vinden dan dat ze in 1913 geboren werd in Abergwynfi, Wales, en actief was voor de Britse Communistische Partij. Joop en Evelyn (Eva) trouwden in 1941 en Joop bracht de Tweede Wereldoorlog in het Verenigd Koninkrijk door. Dat werd ook de uitvalsbasis voor zijn werk.
Kanonnier Brugman zou van 1941 tot 1945, gebruikmakend van een Nederlands koopvaardijschip als gratis transportmiddel, als verbindingsman hebben gefungeerd tussen Britse en Amerikaanse communisten. Dat schreef althans het Bureau Nationale Veiligheid aan de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, toen er (in september 1946) in verband met een aanvraag tot naturalisatie onderzoek gedaan werd. Volgens zijn dossier in het archief van de Binnenlandse Veiligheidsdienst was Brugman in 1944 een schakel tussen Europese antifascisten, de veteranen van de Abram Lincolnbrigade en het Joint Antifascist Refugee Committee in New York. Hij bracht pamfletten over en maakte ook aan boord propaganda voor de Indonesische vrijheidsbeweging in vergaderingen van de Britse Communistische Partij.
Aan de rapportage van de BVD, die in 1946 begint en eindigt in 1979, ontlenen we de volgende gegevens.
Vanaf december 1945 woonden Joop en Kate Mort in Amsterdam. Joop had er een bedrijf dat oude filmrollen van de Amerikaanse legerdienst versneed en formatteerde voor fotocamera’s. Hij had ‘daartoe 4 blinde personen in dienst.’ Hij trachtte een ‘foto-filmfabriek’op te richten en reisde daarvoor onder meer naar de Leipziger Messe. In 1948 verdween hij voorgoed achter het IJzeren Gordijn. In april 1948 werd hij ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij ‘de ontvoering van een Russische vrouw uit de Brits-Amerikaanse sector van Berlijn’. Wellicht ging het hier om zijn tweede vrouw, Dorothea Sodan. Zij kwam uit de Lausitz, het gebied van de Sorbische minderheid in het Oosten van Duitsland. In ieder geval scheidden Joop en Kate Mort in ditzelfde jaar en bleef Joop in Berlijn wonen met Dorothea Sodan. Kate Mort hertrouwde in Amsterdam. Ze werd nog aan de tand gevoeld door de BVD over haar ex Joop, die inmiddels als Stasi-spion en koerier voor de Kominform, de opvolger van de Komintern, gesignaleerd stond. Maar Mort was duidelijk niet van plan iets los te laten. Ook de zus van Joop, die in Amsterdam woonde, zei van niets te weten. In het begin van de jaren ’80 reisden Joop en Dorothea geregeld naar haar toe voor familiebezoek vanuit Dresden, waar ze toen woonden.
Een plaatje van een Amsterdamse gracht aan de muur vrolijkte daar het sobere DDR-interieur op. Een landgenoot bezocht hen daar regelmatig. Joop vertelde dan nooit over zijn verleden, laat staan over wat hij in de afgelopen veertig jaar in Duitsland had gedaan. Onderwerp van gesprek was meestal de DDR, waarover hij zich altijd zeer tevreden toonde. Die liefde was wederzijds: bij zijn uitvaart in 1987 lagen diverse onderscheidingen op de kist van Joop Brugman.
- Archief Bureau Nationale Veiligheid, nummertoegang 2.04.80, inventarisnummer 2515
- Archief Buitenlandse Zaken (“Londens Archief”), nummertoegang 2.05.80, inventarisnummer 2640
- Archief Internationale Brigades, RGASPI F. 545 – Op.3
- Noord-Hollands Archief, nummer toegang 307, inv.nrs 160,161 - Parket van de Procureur-Generaal te Amsterdam 1930-1939
- Mondelinge informatie van Guus Gonggrijp, Amsterdam
- Gemeentearchief Amsterdam
- “Sie werden nicht durchkommen”, Deutsche an der Seite der Spanischen Republik und der Sozialen Revolution, van Werner Abel en Enrico Hilbert , Verlag Edition AV, 2015, p. 90
- Nationaal Archief 2.04.125, Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en voorgangers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Persoonsdossiers, inventarisnummer 21