GROOT, Joop de

Johannes
de
Groot
Geboren:
Hilversum
8 januari 1913
Levensbeschrijving: 

‘’We keken tegen hem op omdat hij in Spanje had gevochten”

Johannes (‘Joop’) de Groot werd op 8 januari 1913 geboren in Hilversum. Zijn vader heette Andreas Adrianus de Groot en zijn moeder Helena Josina Buytenhuis. Veel over de tijd voordat hij naar Spanje vertrok is niet over hem bekend. Hij was katholiek van huis uit maar trad in 1935 toe tot de communistische partij (CPH), waarvoor hij propagandistische activiteiten ondernam. Hij trouwde in 1937 met de Duitse Martha Katz, die als dienstmeisje in Nederland werkte. Toen alle in Nederland verblijvende Duitse dienstmeisjes de oproep hadden gekregen naar het vaderland terug te keren, hadden zij besloten te trouwen opdat Martha de Nederlandse nationaliteit kreeg. Het verhaal gaat dat de ambtenaar van de burgerlijke stand het paar niet feliciteerde omdat hij hen te links vond. Het echtpaar vestigde zich in Blaricum aan de Naarderweg 7. Zij verkeerden regelmatig in kunstenaarskringen. Joop en Martha waren onder meer bevriend met de Hilversumse schilder Jan Rijlaarsdam en de boekbinder/kunsthandelaar Angelo Balzarelli.

Martha (geb. 1916) was geen communiste, maar had in haar jeugd in Duitsland wel in linkse kringen verkeerd. In de mijnwerkerskolonie Beeckerswerth bij Duisberg waar zij opgroeide, was zij onder meer lid geweest van de Rote Falken en het Sozialistische Jugendverband (SJV). Vanwege haar joodse vader mocht zij in haar geboorteland niet naar de Kunstnijverheidsschool en daarom was zij in 1934 naar Nederland (Bussum) vertrokken in het voetspoor van haar oudere zussen Käthe en Ilse. Zij woonde in een tuinhuisje waar zij regelmatig andere emigranten op bezoek had. In die tijd raakte ze tot over haar oren verliefd op de latere schrijver Sal Santen. Hij was een keer met haar naar een emigrantencabaret geweest en vond haar aardig, maar te klein. ,,Een meter vijfenvijftig misschien. Ik met mijn één-drie- entachtig… Toen wij samen een keer op Zondagochtend door de Jodenhoek dwaalden had een man mij toegeroepen: ‘Hé, kinderverkrachter! ’Ik huiverde als ik er aan dacht.’”

Het is aannemelijk dat Joop zijn aanstaande vrouw in de kringen van de Rode Hulp heeft ontmoet, de communistische organisatie die zich in de jaren dertig van de vorige eeuw ontfermde over Duitse refugiés. Hij had daar zelf ook contacten mee, gezien het feit dat hij naar Spanje is vertrokken door bemiddeling van de Hilversummer Jan Goubitz. De laatste hield zich intensief bezig met fotografie (net als Martha) en was evenals zijn vader, het communistisch raadslid Joop Goubitz, actief betrokken bij het werven van toekomstige Spanjestrijders in zijn woonplaats.

Joop de Groot arriveerde in Spanje op 12 februari 1938. Hij kwam de grens over bij het Catalaanse Agullana. Net als Wim Spierenburg, die bevriend was geweest met Martha’s oudere zus Ilse, kwam hij terecht in het eerste bataljon  van de 11e Brigade (Thälmann Batallion). Hij arriveerde daar op 13 maart. Zijn rang was ‘soldaat’ en hij sprak Spaans. In de Lijst Gustav staat over hem vermeld dat hij in de eerste dagen van de strijd door angst was overvallen en repatriëring had aangevraagd. Kennelijk is hem dat geweigerd, want Gustav meldt tevens dat hij in de maanden juli en augustus heeft deelgenomen aan gevechtshandelingen waar hij zich ‘sehr tapfer’ had  gedragen en tevens verwond was geraakt. Joop zou maar weinig interesse hebben getoond in de Spaanse politiek (hij was intussen wel lid geworden van de Spaanse communistische partij) en was volgens Gustav plotseling verdwenen uit het ziekenhuis om enige tijd later in Holland weer op te duiken, zogenaamd met verlof. Vermoed werd echter dat hij gedeserteerd was. Daarom werd hem het lidmaatschap van de Spaanse communistische partij dadelijk weer ontnomen.

Tot zover de visie van de Komintern. Dan is er nog een heel ander verhaal. Uit het ‘Laissez Passer’ dat  de Nederlandse honorair consul Francisco Schlosser op 25 november 1938 ondertekende, blijkt dat Johannes de Groot toen met een grote groep andere Nederlanders op de nominatie stond om Spanje te verlaten. Hij is begin december 1938 naar Nederland gereisd met het grote convooi vrijwilligers van de Internationale Brigade dat toen nog in Spanje was. De reis ging per trein, onder begeleiding van een van de consuls in Frankrijk. Op 5 december 1938 arriveerden ze in Roosendaal waar ze al hun bezittingen - waaronder herinneringen aan hun tijd in Spanje - moesten inleveren.  

Na thuiskomst verloor Joop zoals vele medestrijders zijn staatsburgerschap. Zijn vrouw Martha verloor ook het hare, maar wist haar Nederlanderschap vrij snel terug te krijgen door een Tweede Kamerlid in te schakelen die voorrang bewerkstelligde bij de behandeling. Toen Martha het CPN-raadslid Huib van der Glas in haar woonplaats Blaricum erop aansprak dat ze recht had op een uitkering omdat haar man in Spanje gevochten had, zou deze gezegd hebben: ‘De partij heeft er recht op, jij niet!’

Intussen werd ex-Spanjestrijder Joop in Blaricum door de CID in de gaten gehouden wegens vermeende activiteiten als communistische propagandist. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog toen Joop en Martha een benzinestation dreven in de Lage Vuursche kregen zij regelmatig bezoek, nu van de Gestapo. Martha toonde zich onverschrokken en zou daarmee respect hebben afgedwongen van de bezetter. Dat hoorde ze pas later. Zelf zei ze dat ze telkens ‘met knikkende knieën stond als ze weg waren.’

Angela (Eylers)-Balzarelli, die Joop als jong meisje in de jaren vijftig heeft gekend toen hij met zijn vrouw vaak bij de Hilversumse schilder Jan Rijlaarsdam over de vloer kwam, herinnert zich dat De Groot met ontzag werd bejegend. ,,Iedereen in onze kring keek tegen hem op omdat hij in Spanje had gevochten.” Eind jaren vijftig kwam een eind aan het huwelijk van Joop en Martha. Martha werkte jarenlang als fotografe voor Kippa. Zij nam lange tijd de zorg op zich voor hun zoon Hans, die in 1940 was geboren. De jongen kon door beperkte geestelijke vermogens niet zelfstandig wonen. Martha is eind vorige eeuw overleden.

In december 1950 krijgt Joop zijn Nederlanderschap terug. Dat lijkt er op te wijzen dat hij zijn communistische sympathiën intussen had losgelaten, want dat was vanaf het einde van de jaren 40 een belangrijk criterium voor het al dan niet toekennen van de renaturalisatie. In de renaturalisatiewet staat dat hij op dat moment werkzaam was als bouwkundig opzichter in Hilversum 

In de jaren vijftig is Joop vertrokken naar Jakarta. Angela: ,,Wat hij daar deed weet ik niet . Het enige dat ik weet is dat zijn zoon heeft hem daar nog een keer heeft opgezocht.”

Hier loopt het spoor dood. Flip Bool heeft voor zijn boek De Arbeidersfotografen nog een gesprek met hem gevoerd in 1981. Hij woonde toen aan de Schepersweg 2 in Oosterhesselen (Drenthe). Het bijbehorende telefoonnummer is helaas niet aangesloten.

Bronnen: 
  • Interview Angela Eylers-Balzarelli, december 2015
  • Archief Flip Bool
  • Archief CPN, IISG
  • Komintern archief digitaal, RGASPI. F.545. Op.6. D.35 & RGASPI. F.545. Op.6. D.36 
  • biografie Johannes (Joop) de Groot en biografie Ilse Katz door Bart de Cort (IISG)
  • Sal Santen, Stormvogels, Amsterdam 1976, pp. 65-66
  • Nationaal Archief, Den Haag, Nederlands Gezantschap/Ambassade in Spanje (Madrid), nummer toegang 2.05.286, inventarisnummer 652
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.36-L.62
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.34
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.27
Auteur: 
Jos De Ley
Laatst gewijzigd: 
24-01-2019
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Kantoorbediende
Adres: 
Naarderweg 7
Woonplaats: 
Blaricum
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
12-02-1938
Datum terugkeer: 
05-12-1938
Gewond: 
ja
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Nederlanderschap teruggegeven: 
13 december 1950
Vader: 
Andreas Adrianus de Groot
Moeder: 
Helena Josina Buytenhuys