HASSEL, Theo van

Theo
van
Hassel
Geboren:
Utrecht
25 mei 1915
Overleden:
Alkmaar
17 februari 2001
Levensbeschrijving: 

Theo van Hassel had een zeer moeilijke jeugd. Als kind van drie verloor hij zijn vader, de stiefvader die hij enkele jaren later kreeg was een man wiens handen nogal los zaten. Als hij begin jaren ’30 van de ambachtsschool komt, is het volop crisistijd en lukt het hem nauwelijks werk te vinden. Met een vriend zwerft hij een tijdje door Nederland, daarna gaat hij in militaire dienst en als het hem daarna weer niet lukt werk te vinden besluit hij dat hij in Nederland niets meer te zoeken heeft. Vanuit idealisme, hij sympathiseerde met de CPN, en deels om economische redenen, gaat hij op eigen houtje naar Parijs richting Spanje. Daar wordt hij verder geholpen en maakt begin mei 1937 de tocht naar Spanje lopend over de Pyreneeën:

Vroeg in de avond vertrokken wij nog eens met bussen naar de voet van de Pyreneeën. Als gigantische reuzen die in het halfduister een geweldige indruk maakten doemden de bergen voor ons op. Daar moesten we overheen zien te komen. In het begin klommen we steeds maar naar boven, dan daalden we weer af, vervolgens stijl omhoog, daar kwam geen eind aan, iedere keer was er een nieuwe berg om te overwinnen. Het werd na een tijd pikdonker en het was moeilijk om je te oriënteren. Af en toe hoorde ik een kreet van iemand die misstapte en in een afgrond verdween. Twee- of driemaal had ik zo'n kreet gehoord, dus die nacht verloren wij even zovele mannen. 

En, na een lange donkere nacht allerlei beproevingen te hebben moeten doorstaan, zagen wij bij het ochtendgloren, terwijl we nog hoog in de bergen zaten, in de verte het dorp Figueres, waar een oude vesting voor ons opdoemde, aan de voet van de Pyreneeën, maar nu aan de Spaanse kant. Dit was in eerste instantie onze bestemming.

Vandaar uit gaat hij door naar Albacete, het hoofdkwartier van de Internationale Brigade, waar hij wordt opgenomen in de 15de Brigade. Van Hassel beschrijft hoe hij aanvankelijk weinig of niets begreep van de lange tochten die ze maakten:

Ik heb van die hele periode niet veel kunnen begrijpen en wist niet waarvoor deze rit eigenlijk diende: honderden kilometers werden er afgelegd, van dorp naar dorp, doelloos. Het leek wel alsof wij in al die weken onze draai niet konden vinden. Wij waren zoveel plaatsen met vreemde namen doorgereden, ik kan ze mij niet meer herinneren. In verschillende dorpen overnachtten wij en sliepen de ene keer op strobalen, of een andere keer gewoon op los stro, dat op de grond lag uitgespreid, in paardenstallen en vervolgens weer in kooien, haastig opgezet, allemaal geïmproviseerde slaapgelegenheden. (…)

Bijna aan het eind van onze onbegrijpelijke tocht hoorden wij eindelijk in de verte opeens kanonnengebulder: wij bevonden ons, naar later bleek, ergens vlakbij het Jarama front, genoemd naar de rivier de Jarama, die vlakbij Madrid stroomde. Twee belangrijke fronten waren destijds rond Madrid gesitueerd: het Jarama front en het front bij Brunete. De slag aan de Jarama was een hevige strijd, waarbij aan beide kanten vele doden vielen. (…) Onze taak bestond onder andere uit het aanleggen van loopgraven tussen de linies door. Dat gebeurde meestal 's nachts.

In Spanje raakt hij bevriend met Joop Servaas. Samen besluiten ze op een gegeven moment dat ze het in Spanje voor gezien houden - de brigades waren uiteengeslagen en moesten zich steeds terugtrekken -en ondernemen een vluchtpoging die slecht afloopt, ze komen in de vuurlinie terecht en van Hassel raakt gewond. Hij wordt opgenomen in een hospitaal en krijgt na enige tijd verlof om naar Nederland te gaan. In maart 1938 besluit hij opnieuw naar Spanje te gaan. Hij ontmoet een colporteur van het Volksdagblad en via de Communistische partij gaat hij ondergronds, ‘als een mol van plaats naar plaats’, om ten slotte in Perpignan terecht te komen. Dit keer gaat hij met de bus de Frans-Spaanse grens over naar Figueres. Bij het front wordt hij ingedeeld bij een telefoonpost. Er moesten telefoonkabels worden gelegd om twee groepen telefonisch met elkaar te verbinden:

Ik kreeg een volle haspel op mijn rug en nu was het zaak om hier zo zuinig mogelijk mee om te gaan. Zodra je maar een ogenblik stilstond, dan ging de rol door met draaien, met als gevolg dat er teveel kostbare kabel verloren zou gaan. Het was dus een kwestie van door blijven rennen. Dat alles gebeurde in het pikkedonker. Ondertussen spatten de granaten vlak bij mij uit elkaar en vlogen de kogels mij om de oren. 

Hij raakt bevriend met Geert Kuil en maakt diens tragische verdrinkingsdood mee. In de laatste maanden van zijn verblijf is hij ingedeeld bij de Hollandse compagnie onder leiding van Piet Laros. Als de Internationale Brigaden eind ’38 worden teruggetrokken uit Spanje is hij bij de grote afscheidsparade in Barcelona:

De discipline van onze Hollandse Brigade was ver te zoeken: niemand ging marcheren, iedereen ging gewoon lopen. In militaire pas begaven we ons naar de plek van verzamelen, maar de commandant bekeek zijn meute en riep vervolgens: 'Zijn jullie er allemaal? Ja? Hobbelen maar, jongens!'  Wij waren een van de laatste compagnieën. Als een zooitje ongeregeld kwamen wij met de commandant 'aanhobbelen'. De andere troepen keken stom van verbazing toe. Onze commandant beval, toen we bij een bepaalde plek aankwamen, met een onverstoorbaar gezicht:
'Stop! Ga hier maar staan, jongens.'  Terwijl het volgens de militaire normen gebruikelijk was om 'halt' te roepen. En de laatste toevoeging van 'ga maar staan jongens' behoorde zeker niet tot een van de militaristische uitdrukkingen. Tenslotte stonden alle compagnieën, behalve wij, in de houding. Vooral de Duitse brigade ging tegen deze vertoning geweldig te keer en vroeg zich af wat voor een ordeloze bende wij wel niet waren. 

Ter gelegenheid van het vertrek van de Internationale Brigades hield Dolores Ibárruri, beter bekend als ‘La Pasionaria’,één van de leidende figuren van de Spaanse Communistische Partij, nog een meeslepende toespraak.

Bovenstaand verslag en citaten zijn ontleend aan het lange interview dat Gerard van Hassel in 1997 maakte met zijn vader.  Het is hier als bijlage opgenomen. Het bevat niet alleen zijn jeugd en belevenissen in Spanje maar ook een verslag van zijn wederwaardigheden tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Bronnen: 
  • Gegevens Archivo General Militar, Madrid - verzameld door Sven Tuytens 
  • Nationaal Archief  2.09.45, Den Haag, Ministerie van Justitie: Rijksvreemdelingendienst (RVD) en Taakvoorgangers, nummer toegang 2.09.45, inventarisnummer -1569
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.36-L.100
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.30
Auteur: 
Gerard van Hassel, Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
10-09-2018
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Bankwerker
Overtuiging: 
Communist
Adres: 
Balistraat 48
Woonplaats: 
Utrecht
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
mei 1937
Datum terugkeer: 
december 1938
Gewond: 
ja
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Nederlanderschap teruggegeven: 
10-01-1947
Vader: 
Pieter Willem Jacobus van Hassel
Moeder: 
Wilhelmina Catharina van der Sel
Datum getrouwd: 
04-01-1950
Partner: 
Wilhelmina van Diermen
Kinderen: 
2