KALSBEEK, Jan van

Jan
van
Kalsbeek
Geboren:
Utrecht
17 september 1904
Overleden:
Waalsdorpervlakte, Den Haag
5 augustus 1943
Levensbeschrijving: 

Jan groeit op in een waarschijnlijk vrij arm gezin, zijn vader is namelijk los werkman. Hij is de tweede en jongste zoon naast vijf zussen, zijn moeder is in 1904 al 43. Alle acht kinderen (één doodgeboren) komen tussen 1893 en 1905 ter wereld. (Bert van Gelder in zijn boek Brand bij de Wehrmacht vermeldt slechts een broer en een zus) Het gezin woont in Utrecht (Gildstraat), vader en moeder zelf zijn afkomstig uit de provincie,  resp. Uitingeradeel (Fr.) en Kampen. Van zijn schooltijd weten we niets. Wel is bekend dat Jan al op zijn 14e z’n moeder verliest. Het is dan 1918. Kort daarop hertrouwt vader met een weduwe, wier kinderen al uit huis zijn. Ze gaan dan aan het St.Janshovenstraat, nog steeds Utrecht, wonen.

In 1923 wordt Jan opgeroepen voor militaire dienst. Om onbekende redenen krijgt hij uitstel tot 1924. Zijn totale diensttijd is vervolgens 5½ maand lang bij de infanterie, korps motordienst.  Jan heeft dus geleerd met wapens om te gaan en andere militaire vaardigheden verworven. Niet onhandig dus voor een toekomstige Spanje-strijder!

In 1927 is hij stoker op de grote vaart. Onbekend is wat hij voor die tijd gedaan heeft. Van Gelder suggereert dat Jans contact met de CPH/CPN uit die tijd stamt, daar hij lid werd van een zeevarendenbond en waarschijnlijk in de jaren dertig veel partijwerk deed onder Indonesische zeelieden. Januari 1937 schrijft de gemeente Rotterdam hem in op de Calandstraat 24B. En negen maanden later is hij overgeschreven, waarschijnlijk terwijl hij nog in Spanje zat, naar het adres van zijn zus en zwager in Den Haag (Rijswijkseweg), op 22 oktober ‘37. Zijn monsterboekje meldt tatoeages op zijn beide handen, terwijl de foto het portret van een keurige, serieuze en verstandige kantoorbediende lijkt, in net pak, keurige stropdas en glad achterover gekamd haar, geheel volgens de mode van die tijd.

Wanneer Jan naar Spanje vertrok voor de strijd tegen Franco is onbekend. De CPN vermeldde hem al als Spanje-strijder voor hij in R’dam domicilie koos. We komen zijn naam daarna tegen op een lijst gewonden van 3 juli ’37. Jan wordt dan beschreven als 32-jarige chauffeur met een onderhuidse verwonding aan de linker onderarm, wat geleid heeft tot een gedeeltelijke verlamming van de spaakbeenzenuw. Begin september is hij klaarblijkelijk weer in zekere mate geschikt voor werk en hij kan de 18e vertrekken naar de 86e brigade 20 G.N. voor hulpdiensten achter het front (ene Jean van Kasbeck met de toevoegingen Holandes, 2 september ’37 en Salud komen we al tegen op een getypte lijst; dat is ongetwijfeld onze Jan).

Op 17 mei ’38 is de definitieve repatriëring naar Nederland. Jan behoudt, anders dan veel Nederlandse interbrigadisten, zijn paspoort. Zijn monsterboekje met een aantal (hoogstwaarschijnlijk vermeend) aangedane landen als zeeman is zijn alibi. Medio oktober ’38 krijgt hij een nieuw monsterboekje maar klaarblijkelijk blijft dat ongebruikt; daarin geen vermelding althans van een reis.

Eind augustus ’39 wordt ook Jan gemobiliseerd maar al na één maand ontslagen vanwege gebreken. Waarschijnlijk niet vanwege zijn partijlidmaatschap: hij komt niet voor op een lijst revolutionairen van de Centrale Inlichtingendienst. Wel is hij dan vermoedelijk al actief binnen de Haagse afdeling van de CPN. Op een foto, begin februari ’40, van een groepje CPN’ers die een petitie aanbieden, komt hij ook voor, aldus Van Gelder. Met varen is het in die tijd van toenemende oorlogsdreiging en mobilisatie dan grotendeels gedaan en Jan wordt handelaar in tweedehandsmeubelen. In juli ’39 was hij al naar de Marktweg verhuisd en ingetrokken bij een partijgenoot (Toon v.d. Kroft), direct naast de grote Haagse warenmarkt aan de Herman Costerstraat op de grens van Schilderswijk en Transvaalkwartier.

Volgens een anoniem partijlid zou deze “held” - zo genoemd in de documenten voor het nooit gepubliceerde gedenkboek van de CPN - direct na mei ’40 betrokken zijn bij het opzetten en functioneren van de ondergrondse  partij en waarschijnlijk na de zomer van ’41 bij het drukken en verspreiden van De Waarheid. Hij zou dit organisatorische werk volgens deze getuige “met ijzerharde hand” gedaan hebben. Al snel echter komt hij bij de gewapende strijd terecht, de MIL-groep (het militair contact, de sabotage-groep van de CPN). Er volgen allerlei acties tegen de nazi’s. Al gauw wordt dit hem fataal. Op 12 februari ’43 arresteert de SD hem. Hij krijgt tweemaal de doodstraf wegens sabotage en verboden wapenbezit, nadat hij betrokken bleek te zijn geweest bij de brandstichting van een grote partij Duits hooi in de Laakhaven. 5 Augustus van hetzelfde jaar fusilleren ze hem op de Waalsdorpervlakte, dichtbij de Scheveningse gevangenis, het Oranjehotel. Jan liet geen vrouw achter, noch voor zover bekend kinderen. Hij ligt herbegraven op het Ereveld van Loenen.

Bronnen: 
  • Bert van Gelder (2005), Brand bij de Wehrmacht (IJzendijke, De Zilverdistel)
  • IISG, Archief CPN, stukken betreffende gedenkboek van in de oorlog omgekomen communisten
  • RGASPI 545/6/400. ‘Bericht über die holländischen Freiwilligen in der Zeit vom November 1936 bis zur ihrer Zurückziehung’ in: Collectie Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.14
Auteur: 
Erik Habold
Laatst gewijzigd: 
22-05-2016
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Zeeman, handelaar,
Overtuiging: 
Communist
Functie: 
Chauffeur
Adres: 
Rijswijkscheweg 426
Woonplaats: 
Den Haag
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
24-02-1937
Datum terugkeer: 
17-05-1938
Gewond: 
ja
Vader: 
Rimmert Gatzes van Kalfsbeek
Moeder: 
Johanna Maria de Haan