JONG , Wim de

Willem
de
Jong
Geboren:
Heerhugowaard
22 januari 1920
Overleden:
Sint Pancras
27 februari 1999
Levensbeschrijving: 

In het interview dat in januari 1984 gemaakt werd voor het boek “De oorlog begon in Spanje” vertelt Wim de Jong dat hij uit een progressief gezin kwam, zijn ouders waren lid geweest van de progressieve Bellamy-vereniging maar binnen het gezin heerste toch een calvinistische sfeer. De kinderen mochten geen eigen mening hebben en daar had Wim moeite mee.

Hij ging na de Lagere School naar de ULO ( uitgebreid lager onderwijs) en sloot zich aan bij de AJC – de Arbeiders Jeugdcentrale, jeugdvereniging van de sociaaldemocratische partij, de SDAP. Dat leidde tot problemen thuis en toen de spanningen te hoog opliepen besloot hij te gaan werken. Hij werkt bij een tuinder in Heerhugowaard. Naast de AJC zoekt hij contact met de IRH, de Internationale Rode Hulp die zich bezighoudt met opvang van politieke vluchtelingen uit Duitsland. Het wordt zijn politieke leerschool. Met een groepje anderen wordt hij uit de AJC gezet en sluit zich aan de Communistische Jeugd Bond. Daar is hij actief in de zogeheten ‘agitprop’ groepen (agitatie-propaganda); zelf omschrijft hij het als politiek cabaret, ze trokken door Noord- Holland met muziek, sketches en samenspraken.

Eind december 1937 neemt Wim, 17 jaar oud, het besluit om naar Spanje te gaan. Dat moet illegaal want hij heeft geen paspoort. Hij krijgt hulp van de makkers van de Internationale Rode Hulp, brengt de Kerstdagen in Parijs door en maakt dan de oversteek over de Pyreneeën, te voet, twaalf uur lang door de sneeuw. In Figueras krijgt hij zijn eerste opleiding, een week of drie. "Ik wist niet eens hoe je een geweer moest vast houden".

Wim had wat moeite met de militaire training, in zijn hart was hij antimilitaristisch. Toch heeft hij de opleiding tot mitrailleurschutter gedaan. Hij werd ingedeeld bij het Edgar Andre bataljon, op dat moment was hij daar de enige Nederlander. "Die mitrailleurs, dat waren toen hele apparaten, toen had je van die luchtgekoelde en watergekoelde mitrailleurs uit Tsjechoslowakije en je had Oostenrijkse. Dat waren zou je kunnen zeggen kleine kanonnetjes, als ie uitgezet was was ie zo groot als de tafel. De watergekoelde waren het beste, de luchtgekoelde haperde nog wel eens. Die watergekoelde, als je maar zorgde dat het water regelmatig aangevuld werd, waren het prima dingen." De Jong wordt praktisch meteen ingezet bij de slag om Teruel, die aanvankelijk met enig succes voor de Republiek verloopt. Maar in het voorjaar van 1938 moet het republikeinse leger steeds verder terugtrekken naar het noorden en breken de troepen van Franco door naar de Middellandse Zee. In juni '38 raakt de Jong gewond: "Bij een aanval met mortieren werd ik bedolven onder de granaatsplinters". Hij ligt een paar weken in het hospitaal maar in juli is hij terug bij zijn oude bataljon. Hij werkt dan in de ravitaillering: "Ik was een vrij sterke knaap en je moest daar alles met muilezels vervoeren want auto's konden daar in dat bergachtige gebied niet komen." Hij ontmoet er een paar Hollandse makkers en vraagt overplaatsing naar  de Hollandse compagnie de Zeven Provinciën, waar hij de laatste maanden van zijn verblijf in Spanje mee vecht in de grote slag om de Ebro. Daar maakt hij de dood mee van Paul de Laat, een gebeurtenis die hem zo aangrijpt dat hij dagenlang niet meer kan eten en drinken. Hij woog 80 kilo toen hij naar Spanje vertrok, op dat moment zat hij onder de 50. In Barcelona krijgt een Tsjechische dokter hem weer op de been en "toen ik eenmaal weer trek kreeg, toen wou ik vreten." Intussen was de terugtrekking van de Internationale Brigaden uit Spanje begonnen, de Nederlanders werden bijeengebracht ten noorden van Barcelona en wachtten het vertrek af dat geregeld werd door het Nederlandse consulaat. Het grootste contingent vertrekt met de trein die op 5 december 1938 in Nederland aankomt. De Jong is er bij, in Amsterdam mag hij niet uitstappen omdat dat zijn woonplaats niet is maar hij weet een stop verder er vandoor te gaan en maakt zo toch de ontvangst in Krasnapolsky mee.

Op 13 februari 1939 werd Wim de Jong gehoord door de politie Noordscharwoude ivm de dood van Evert Lourens. Hij verklaart:

Op 28 juli 1938 werd ik als ziekenverzorger, tevens als soldaat infanterist, ingedeeld bij de 2de compagnie, 11de brigade, 35e divisie. Bedoelde legerafdeling der regeringstroepen bevond zich aan het Ebro front in de voorste linies. Ik werd in hoofdzaak belast met het verzorgen en het overbrengen van gewonde militairen. Begin september 1938 ( de juiste datum weet ik niet meer) werd bij onze afdeling als infanterist ingedeeld Evert Lourens, dezelfde persoon wiens beeltenis voorkomt op de foto die u mij toonde. Voor dien tijd had ik Lourens nooit gezien, tenminste niet als Nederlander herkend. Na dien tijd hadden wij, tot aan zijn dood, geregeld omgang met elkaar. Den 15de september 1938 te ongeveer 9 uur voormiddag werd bevel gegeven over te gaan tot een stormaanval. Bij het doen van dien aanval liep Lourens in de voorste – en ik als ziekenverzorger in de achterste gelederen. Die aanval werd afgeslagen en wij moesten onder zwaar machinevuur terugtrekken in onze oude stellingen. Bij die terugtocht verleende ik Jan Baste, eveneens een Nederlander, bijstand omdat hij bij dien aanval ernstig gewond werd. Tegelijkertijd zag ik dat Lourens bij dien terugtocht in mijn nabijheid viel en dodelijk werd getroffen. Gezien het vallen en de ligging had Lourens een buikschot bekomen, waarop onmiddellijk de dood intrad. Doordat ik Jan Baste vervoer, kon ik het lijk van Lourens niet meenemen. Teruggekomen in de oude stelling zag ik het lijk van Lourens op ongeveer 30 a 35 meter voor onze loopgraaf liggen. Jan Baste, die Lourens eveneens zag liggen, is drie dagen later gesneuveld. Het zware en scherpe vuur der vijand belette ons het lijk van Lourens en dat van vele andere gevallen manschappen te halen en te bergen. Een der eerstvolgende nachten heb ik den kapitein gevraagd of ik het lijk van Lourens mocht gaan halen en begraven; dit werd mij in verband met eigen levensgevaar verboden. Op 27 september 1938 werd ik gelijk de hele afdeling afgelost en zijn wij van dat front vertrokken. Op die datum heeft de nieuwe afdeling een stormaaval gedaan en de voorste stelling van de vijand ingenomen. Op de 28ste september 1938 zijn volgens dienstvoorschrift de zich achter het front bevindende lijken ter plaatse begraven. Na de 27ste september ben ik niet meer aan dat front geweest.”

Begin 1940 kreeg Wim de Jong een oproep voor militaire dienst - hij weigerde omdat hij eerst zijn Nederlandse nationaliteit terug wilde. De burgemeester van St Pancras wist hem ervan te overtuigen dat het allemaal wel in orde zou komen als hij zich maar netjes zou gedragen en Wim ging in dienst. In de oorlog verrichtte hij illegale activiteiten. In 1946 wordt hij in de gemeenteraad van Koedijk verkozen. Hij verhuist begin '47 naar Amersfoort; daar wordt hij distriktsvertegenwoordiger voor het distrikt Gelderse vallei voor de Waarheid. Dat fungeerde ook als een soort adviesbureautje voor jongens die absoluut niet uitgezonden wilden worden naar Indonesie.

Wim de Jong overleed in 1999. Uit de overlijdensadvertentie:

Oud spanjestrijder en drager van het verzetsherdenkingskruis

Altijd was hij dicht bij ons en bij ons lief en leed betrokken,

Zijn inzet voor een rechtvaardige maatschappij was heroïsch en ons allen tot voorbeeld.

Bronnen: 
  • Pim Griffoen, Erik Habold, Isabella Lanz, Rik Vuurmans, En gij …  wat deed gij voor Spanje? : Nederlanders en de Spaanse Burgeroorlog 1936 – 1939 (Amsterdam: Verzetsmuseum 1992)
  • Hans Dankaart, Jaap-Jan Flinterman, Frans Groot, Rik Vuurmans: De oorlog begon in Spanje, Nederlanders in de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939. Van Gennep, Amsterdam 1986
  • Collectie Nederlandse deelnemers aan de Internationale Brigades in de Spaanse Burgeroorlog, Stukken afkomstig van Rik Vuurmans en Frans Groot (2006), aangevuld met stukken afkomstig van Jaap-Jan Flinterman (2007), 40: Jong, Wim
  • Tweede aanvulling 2012 (schenking Giny Klatser-Oedekerk) 192, Diverse correspondentie en documentatie. 2004, 2006, 2009-2010 en z.j.
  • Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders, nummer toegang 2.09.99, inventarisnummer 115
  • Archief Internationale Brigade, RGASPI 545-3-74 (10)
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.36-L.175
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.38
Auteur: 
Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
24-08-2017
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Tuindersknecht
Adres: 
Benedenweg 127
Woonplaats: 
Sint Pancras
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
06-08-1937
Datum terugkeer: 
05-12-1938
Gewond: 
ja
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Vader: 
Cornelis de Jong
Beroep vader: 
broodbakker
Moeder: 
Anna van der Hoven