ONDERWATER, Marinus

Marinus Florens
Onderwater
Geboren:
Rotterdam
23 januari 1912
Levensbeschrijving: 

Het gezin Onderwater woonde van 1921 tot 1934 in Frankrijk, in Valenciennes waar vader Arie werkzaam was op een kunstzijdefabriek, Soie de Valenciennes, die gelieerd was aan de kunstzijdefabriek te Breda. Er waren vijf jonge kinderen, Marinus was de oudste zoon en het oudste kind, tien jaar oud toen het gezin naar Frankrijk verhuisde.

In 1934 gaan ze terug naar Nederland waar vader zijn werk voortzet bij de Machinefabriek Breda. In 1935 werken vader en zoon samen drie maanden in Barcelona, ook daar in een kunstzijdefabriek. Dat verklaart vader Arie aan de politie te Breda die hem op 23 januari 1936 verhoort over een gerucht dat de politie ter ore is gekomen: Marinus zou samen met zijn vriend Paul de Laat naar Spanje zijn vertrokken. Vader Arie overhandigt de politie enkele brieven en briefkaarten van zijn zoon en die laten er geen twijfel over bestaan dat Marinus – die zich Ries noemt – inderdaad naar Spanje is vertrokken om er tegen de fascisten te gaan vechten.

Uit een brief van november 1936, met potlood geschreven: 

De reis naar Spanje was erg prettig, overal veel volk aan de trein en allemaal voor de regering ze zijn allemaal communist of socialist ze moeten niets van het fascisme hebben ze zingen “Franco aan de galg”. Rusland is hier erg populair, dat is maar beter ook want dat fascisme is niet veel bijzonders. Bij Valencia stonden ze allemaal met sinaasappelen aan de trein, manden vol, we wisten er geen raad mee, er groeien er veel ook, honderden kilometers allemaal bomen en hartstikke vol, het is ongelooflijk.

In dezelfde brief geeft hij opdracht om zijn geliefde motorfiets uit elkaar te halen en de onderdelen goed in het vet te zetten. Hij meldt dat hij in de buurt van Valencia in een vliegtuigfabriek werkt : “Het is me hier een drukte in Spanje maar jullie moeten niet alles geloven wat in de krant staat want er staan veel leugens in”.

Via Valencia gaat hij naar Albacete waar hij een korte opleiding krijgt en al snel aan het front bij Madrid en Teruel wordt ingezet. Van zijn belevenissen in de maanden tussen december 1936 en februari 1937 houdt hij een dagboek bij – bij zijn terugkeer in Nederland wordt hij aangehouden en zijn dagboek in beslag genomen. Een politiebeambte tikt het, met spelfouten en al, uit en na jarenlang opgesloten te zijn geweest in de dossiers van het Ministerie van Justitie belandt het in het Nationaal Archief –zie bijgesloten kopie.

Wat Ries Onderwater tussen februari 1937 en de zomer van dat jaar heeft gedaan, is niet duidelijk – en waarom hij zijn dagboek niet heeft voortgezet evenmin. In september 1937 meldt hij zich bij het Nederlandse consulaat in Barcelona: hij wil terug naar Nederland. Als reden geeft hij op dat hij van de Internationale Brigaden is overgeplaatst naar het reguliere Spaanse leger: daar hebben ze nu mannen genoeg en zijn aanwezigheid is niet meer nodig, verklaart hij. Dat hij een beroep doet op de consul kan er op wijzen dat hij geen reguliere permissie had gekregen om naar Nederland te gaan – in dat geval werd hij als deserteur beschouwd. Hij heeft deelgenomen aan de zeer bloedige en voor de Republikeinen zeer slecht verlopen slag bij Brunete, niet ver van Madrid, in de zomer van ’37 en het is heel goed mogelijk dat hij zijn buik vol had van het front.

Het consulaat verstrekt hem een tijdelijk pasje waarmee hij door Frankrijk kan reizen en in oktober meldt hij zich bij het Nederlandse consulaat in Parijs. De consul daar laat zich in bijzonder negatieve termen over hem uit:

“Deze man maakte een hoogst ongunstigen indruk op mij en is zeer zeker als communist te beschouwen” – al verklaarde Onderwater zelf dat hij geen communist was. De Parijse consul weigert hem iedere vorm van hulp – hoe hij nederland bereikt heeft, vertelt het verhaal niet.

Hij heeft de pech dat de bus die hij neemt van Wuustwezel naar Zundert aan de grens wordt aangehouden en dat hij in het politieblad gemeld staat voor een niet betaalde boete. Hij wordt aangehouden, meegenomen naar de kazerne, gefouilleerd en verhoord. Van de boete zegt hij niets te weten en ook niet van plan te zijn hem te betalen. Tegenover de marechaussee verklaart hij dat hij in Spanje verpleger is geweest – in een poging te voorkomen dat hem zijn nationaliteit wordt afgenomen. Helaas spreekt zijn dagboek klare taal: hij heeft wel degelijk gevochten.

Op de vraag of hij geronseld is antwoordt hij: “Er komen veel jongens vanuit Spanje (terug) naar Nederland die zeggen geronseld te zijn, doch voor mij staat het vast dat zij zulks zeggen enkel en alleen om hun Nederlanderschap niet te verliezen. Elke Nederlander die zich in Spanje bevindt, is daar gekomen omdat hij er zijn wilde.”

Over de verdere levensloop van Marinus Florens Onderwater is ons niets bekend.

Bronnen: 
  • 2.05.03, Ministerie van Buitenlandse Zaken, A-dossiers 1815-1940, A-197-bis Spanje, Hulp en Bijstand i.v.m. onlusten in Spanje, dossier 1674
  • 2.09.22, Ministerie van Justitie, 1914-1940 (Geheim Archief), inventarisnr 16803, 16806
  • dagboek Marinus Onderwater
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.15
Auteur: 
Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
13-02-2016
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Machinebankwerker
Adres: 
Rijnbergscheweg 50
Woonplaats: 
Princenhage
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
06-11-1936
Datum terugkeer: 
13-10-1937
Nederlanderschap teruggegeven: 
1948
Vader: 
Arie Hendrik Onderwater
Beroep vader: 
Machinetekenaar
Moeder: 
Cornelia Susanna Korver