SEUME , Alexis de

Alexis
de
Seume
Geboren:
Petrograd (Rusland)
17 september 1906
Overleden:
Lausanne (Zwitserland)
1 maart 1965
Levensbeschrijving: 

In 1912 verhuist de Russische familie de Seume van Petersburg naar Den Haag. Vader Alexis de Seume heeft een aanstelling gekregen als attaché op de Russische ambassade in Nederland. Zoon Alexis – enig kind – heeft achtereenvolgens een Franse en een Engelse gouvernante gehad. Ook het Nederlands heeft hij snel onder de knie.

“Hij voelde zich al heel jong niet thuis in het milieu waar in hij opgegroeid was”, vertelt Ann Wagemans, zijn latere – derde- vrouw. “Uit Petersburg herinnerde hij zich dat ze in een heel groot huis woonden met hoge trappen. Als ’s avonds zijn warme badje werd klaar gemaakt door de bedienden, moesten die met de hete ketels de trappen op sjouwen – de lift mochten ze niet gebruiken.”

Als in 1917 de Russische Revolutie uitbreekt, is vader de Seume zijn baan kwijt. De familie gaat deel uitmaken van die grote groep Russische emigrees die zich vooral in Parijs en Brussel vestigen. In 1928 verhuizen ze naar Brussel. De ouders arrangeren een huwelijk tussen Alexis en de dochter van bevriende Russische emigranten maar dat blijkt een volstrekt verkeerde keuze en het huwelijk houdt maar heel kort stand.

Wat Alexis deed besluiten om zich eind1936 bij de Internationale Brigaden in Spanje aan te sluiten, is volgens Ann waarschijnlijk een veelvoud van motieven geweest. “Hij was een idealist en hij zag ook wat er in Duitsland gebeurde. Hij was een overtuigd antifascist. Maar hij wilde waarschijnlijk ook weg uit het Brusselse wereldje, en hij dacht dat hij met zijn grote talenkennis misschien een rol kon spelen in Spanje.”

Maar de Seume wordt al heel kort na zijn aankomst in Spanje gevangen genomen door de troepen van Franco; het is het begin van een gevangenschap die drie jaar zal duren en die hij zelf beschrijft in een memorandum dat hij in 1950 opstelde:

“Ik ben op 3 november 1936 gevangen genomen door Italiaanse troepen bij het front van Guadalajara. Ik ben overgebracht naar Medinaceli en in de plaatselijke gevangenis opgesloten met 7 andere ‘Internationalen’ en nog dertig Spanjaarden. We zijn daar ongeveer een maand gebleven en toen naar een dorpje (naam vergeten) in de provincie Soria gebracht; daar zijn we ongeveer drie maanden gebleven. Daarna (juli 1937) zijn we overgebracht naar een groot kamp in Soria zelf waar al sinds juli 1936 vele honderden Spaanse gevangenen zaten. Daar zijn we tot februari of maart 1938 gebleven. Na een paar weken in een kamp bij Santander met duizenden Spaanse gevangenen (en waar de geruchten over een uitruil of bevrijding van gevangenen een climax bereikten) werden we overgebracht naar een oud klooster in San Pedro de Cardeña (bij Burgos) wat toen een overvol gevangenkamp was. Na een paar maanden werden een Cubaan, Pedro Gonzales, en ik aangewezen als ‘groepscommandanten’. Ik werd gekozen vanwege mijn talenkennis. Het was onze taak om de grote groep buitenlanders die inmiddels naar San Pedro was overgebracht in groepen in te delen en voor de voedseldistributie te zorgen (wat verwijten van beide kanten opleverde). Ik trad ook op als tolk voor de verschillende militaire ‘fiscales’ die de buitenlanders voortdurend verhoorden en beschuldigden van verzet tegen de legale regering van Franco. We hadden allemaal minstens één proces boven ons hoofd hangen.”

De Seume heeft inmiddels ook Spaans geleerd en geeft zijn medegevangenen Spaanse lessen. In oktober 1938 doet hij samen met de Cubaan een poging om te ontsnappen maar ze worden opgepakt door de Guardia Civil en teruggestuurd. “We verwachtten dat we dood zouden worden geschoten” schrijft hij, maar dat gebeurt niet; eind 1938 worden veel Britse en Amerikaanse medegevangenen vrijgelaten maar de Hollanders blijven vastzitten. Ze zullen zich later ernstig beklagen over het gebrek aan belangstelling van Nederlandse zijde voor hun lot. De meesten worden pas in 1943 vrijgelaten maar de Seume komt met een klein aantal anderen vrij in december 1939. Waarom hij en drie anderen wel en ongeveer 25 anderen niet is onduidelijk. ‘Misschien stond er achter onze namen geen “P” (procesado)’, veronderstelt hij maar in zijn geval was dat dan een vergissing want er hing hem wel degelijk een proces boven het hoofd. Mogelijk kan een rol gespeeld hebben dat zijn ouders bevriende kringen in het diplomatenmilieu hebben ingeschakeld om hem vrij te krijgen. Op 6 juni 1939 schrijft Jean d’Amman van het Internationale Rode Kruis een brief aan de Nederlandse regeringsvertegenwoordiger te San Sebastian ten faveure van de Seume:

“Deze jonge man, van Russische origine maar heden ten dage zonder papieren en zonder duidelijke nationaliteit bevond zich te Barcelona tijdens de Movimiento. In een opwelling - een 'coup de tete' - besloot hij zich aan te melden bij de Internationale Brigaden."  D’Amman wil kennelijk laten weten dat de Seume niet met revolutionaire plannen naar Spanje was gekomen, dat het  mar een impulsieve daad was geweest . "Zijn vader, baron de Seume, woont in Brussel, van 1912 tot aan de Russische Revolutie is hij daar diplomaat geweest en hij onderhoudt nog steeds contacten in de hoogste kringen. Zijn zoon hoopt dan ook dat de Nederlandse autoriteiten bereid zijn met de Spaanse regering op diplomatiek niveau te onderhandelen over zijn vrijlating.”

De Seume is zijn hele leven stateloos geweest. Met de Russische Revolutie was hij het Russische staatsburgerschap kwijt geraakt en hij is nooit lang genoeg in een en hetzelfde land gebleven om daar de nationaliteit van aan te vragen. Hij beschikte over een zogeheten “Nansen-paspoort” maar in Spaanse gevangenschap had hij opgegeven dat hij Nederlander was en het oude adres van zijn ouders in Den Haag opgegeven. Ann veronderstelt dat hij dat deed om zijn ouders in Brussel niet in moeilijkheden te brengen. Na zijn vrijlating eind 1939 gaat hij via Engeland – waar twee van de vier vrijgelatenen met tyfus in het ziekenhuis belanden - door naar Amsterdam.

“Ik kwam op 13 januari 1940 in Rotterdam aan en we werden aangehouden door de politie. Ik had het geluk dat ze niet naar mijn geboorteplaats en naar mijn nationaliteit vroegen. Ik had een paar guldens gekregen van een matroos op het schip dat ons naar Holland bracht. In Spanje hadden we geld en voedselpakketten gekregen van een comité dat ‘Comité S.O.S.’ heette en daar ben ik toen naar toe gegaan. Ik kreeg onderdak bij mevrouw Seegers op de Tweede Kostverlorenkade in Amsterdam.”

Heleen Seegers is de vrouw van het later bekende CPN gemeenteraadslid Leen Seegers en de moeder van Piet Seegers met wie de Seume in krijgsgevangenschap heeft gezeten. Heleen en Leendert leven inmiddels niet meer samen en Heleen Seegers zal een klein jaar later, in oktober 1940, wegens verzetsactiviteiten in Duitse gevangenschap omkomen, evenals haar oudste zoon. In het huis woont ook nog dochter Henriette – Jet – en tussen Alexis de Seume en Jet Seegers ontstaat een relatie die in 1942 leidt tot de geboorte van zoon Andre. Het is een uitermate ongelukkig huwelijk dat al heel snel spaak loopt. Al in 1942 heeft de Seume Anny Wagemans leren kennen; ze werkt bij het dan nog kleine farmaceutische bedrijf Dagra waar ook de Seume werk heeft gevonden. Ann is betrokken bij het verzet en weet ook de Seume daarin mee te krijgen. “Ik zal er altijd spijt van houden dat mijn actieve betrokkenheid bij het Nederlands verzet pas in de eerste helft van 1944 is begonnen”, schrijft de Seume in zijn memorandum. Ann vertelt haar meest levendige herinnering uit die tijd: “Lex en ik hadden opdracht gekregen een aantal stenguns te vervoeren. Dat waren toen nieuwe wapens maar Lex wist al heel snel hoe je daar mee om moest gaan, hoe je ze in en uit elkaar kon zetten. Die nam ik gewoon mee in mijn fietstas maar bij het Leidseplein was controle. We zijn het steegje achter het Huis van Bewaring ingeschoten, hebben onze fietsen daar achter gelaten en zijn als een verliefd stelletje gewoon een kopje koffie gaan drinken bij het Lido.”

In 1947 trouwen Lex en Ann en verhuizen naar Brussel waar Lex werk heeft gevonden. Voor zijn baan als vertegenwoordiger van een Amerikaanse farmaceutische industrie reist hij veel naar de VS maar als hij in 1949 probeert een vaste verblijfsvergunning voor dat land te krijgen wordt deze geweigerd. In zijn memorandum uit 1950 schrijft hij dat mogelijk  een rol heeft gespeeld dat hij in de VS gelogeerd heeft bij een oude makker uit Spanje  “die mogelijk communist was, is of is geweest” – hij bezoekt een keer zelfs een bijeenkomst van de Amerikaanse Lincoln Brigade “ maar ik ben nooit communist geweest. Ik ben ook nooit voorstander geweest van een fascistisch, nazistisch of andersoortig totalitair regime. Waar nodig heb ik geprobeerd het meest nabije gevaar te bevechten.

Als ik vijf jaar geleden had geweten dat anti-nazi zijn opgevat kon worden als pro-communistisch zijn, was ik misschien voorzichtiger geweest. Moge dit gebrek aan voorzichtigheid het bewijs zijn van mijn goede trouw.”

Ann vertelt dat nog een andere zaak een rol gespeeld kan hebben; in 1945 was de Seume gevraagd om zijn medewerking te verlenen bij de repatriëring van Russische krijgsgevangenen die in Nederland terecht waren gekomen. Dat had hij gedaan, zijn privé-adres aan de Amstelkade deed zelfs dienst als voorlopig bureau waar repatrianten zich konden melden. Voor die medewerking had hij een bedankbrief gekregen van een hoge Rus die vanuit Parijs de operatie leidde. Die brief was in handen gekomen van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Het heeft hem een verblijf in de VS onmogelijk gemaakt. Het bureau Nationale Veiligheid meldt op 28 september 1945 dat de Seume in het bezit is van een machtiging:

"Ondergetekende, Luitenant Arahmian Valody, van de Militaire Missie der U.S.S.R. in Parijs machtigt hier mede de C.D, Officieren Alexis de Seume, persoonsbewijs A 35-15861 en Nicolaas Olivier, persoonsbewijs L 16-36501 van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten alle schikkingen te treffen inzake voorbereidingen voor repatrieering van voormalige krijgsgevangenen en weggevoerde personen ( displaced persons) van Sovjet nationaliteit in Nederland en verzoekt alle Geallieerde militaire en burgerlijke Autoriteiten hun alle mogelijke hulp te verlenen in het bijzonder ten aanzien van de verzameling van genoemde personen op een plaats."

Als de Seume in 1946 een verzoek tot naturalisatie indient adviseert de hoofdcommissaris van politie te Amsterdam: “De beslissing op het verzoek geruimen tijd aan te houden en af te wachten hoe hij zich in de toekomst , in het bijzonder in politiek opzicht, zal gedragen.”

Kort daarop verhuizen Alexis de de Seume en Ann eerst naar Brussel en vervolgens naar Zwitserland waar hij in 1965 overlijdt. 

Bronnen: 
  • interview met Ann Wagemans, Brussel, juli 2015
  • Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Binnenlandse Zaken: Bureau voor Nationale Veiligheid (BNV), (1933) 1945-1946 (1980), nummer toegang 2.04.80, inventarisnummer 3269
  • Nationaal Archief, 2.05.286, Gezantschap Spanje 1939-1954 – inventarisnr 653
Auteur: 
Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
20-03-2016
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Directeur
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
00-10-1936
Datum terugkeer: 
00-12-1939
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Vader: 
Alexis de Seume
Beroep vader: 
Diplomaat
Moeder: 
Gertrude Josephine Annette Muller
Partner: 
Henriette Seegers
Kinderen: 
1
Partner 2: 
Ann Wagemans