WILDSCHUT, Theo

Theodorus
Wildschut
Geboren:
Amsterdam
4 november 1913
Levensbeschrijving: 

Theo Wildschut woonde tot zijn tiende jaar in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Daarna verhuisde het gezin -  vader, moeder en later in totaal acht kinderen - naar Amsterdamse nieuwbouwwoningen in de Admiralen- en Hoofddorppleinbuurt. Theo was het oudste kind en ging na de lagere school naar de Ambachtsschool waar hij leerde voor timmerman. Op zijn 17de  verbleef hij – mogelijk voor werk als timmerman – drie maanden in Duitsland. Hij werd in 1932 goedgekeurd voor militaire dienst en werd ingedeeld bij het 5de  Regiment Artillerie. In 1935 werd Theo - wellicht door werkloosheid gedwongen - marktkoopman in bloemen en planten in Amsterdam-West.

In oktober 1936 vertrok Theo met zijn vriend Toon Gottmer - collega bloemenman uit Amsterdam - lopend en liftend richting Parijs en vandaar naar Spanje, het avontuur tegemoet. Toon was 34 en ongetrouwd, Theo was 22 jaar.
Theo werd net als Toon Gottmer opgenomen in de XIIIde Internationale Brigade. Hij werd- zeer waarschijnlijk vanwege zijn militaire-dienstervaring met artillerie - ingedeeld bij de 6de  batterij infanteriegeschut van de Brigade en heeft in het voorjaar van 1937 mogelijk gevochten aan het Cordobafront. Later liep hij buiktyfus op en kreeg hierdoor een aandoening aan zijn hart. In juni van dat jaar verbleef hij - in het nog steeds bestaande - in Neo-Moorse stijl gebouwde “Gran Hotel” in Albacete. Van de Medische Commissie van de Internationale Brigades in die plaats kreeg hij op 19 juni 1937 een bewijs tot repatriëring. 

Van de eerste periode van het bestaan van de Internationale Brigades - tot de zomer van 1937 - zijn er in het in Moskou bevindende archief  weinig persoonsgegevens bekend.  
Voor Theo Wildschut moeten we het doen met twee verzamellijsten uit 1937 en 1938 waarvan bij één bij zijn naam staat vermeld “inutil total” (geheel ongeschikt) en het bovengenoemde op zijn naam gestelde repatriëringsbewijs plus een latere - zeer waarschijnlijk niet erg geloofwaardige - verklaring bij de Amsterdamse politie bestemd voor de Officier van Justitie aldaar.

Op 7 juli 1937 kreeg Theo van de Nederlandse Consul-Generaal in Parijs een laissez-passer omdat hij zijn pas verloren had. Hij vertelde waarschijnlijk niet dat hij in Spanje geweest was, want na zijn terugkeer die maand in Amsterdam kwam hij niet in het vizier van de Nederlandse autoriteiten. Hij werd weer koopman in bloemen en planten, maar een jaar later ging het mis.

Theo woonde op kamers en had niet alles meegenomen toen hij in 1938 verhuisde van de Warmondstraat naar de Hudsonstraat. Zijn ex-kostbaas in de Warmondstraat ging naar de politie met de al genoemde kaart met het stempel “Commission Medical de la Brigadas Internacionales” en met een foto van Theo in uniform met nog een persoon. Theo werd op 19 juli 1938 door de politie verhoord en verklaarde:

 ... dat hij in October 1936 met zijn vriend Toon GOTTMER, te voet van Amsterdam naar Parijs was gegaan met het doel zich aldaar aan te melden bij een bureau om in Spanje als timmerman werk te krijgen. Op een afstand van 100 K.M. vóór Parijs had hij van Gottmer, die met een vrachtauto kon meerijden, afscheid genomen.
Vervolgens had hij zich in Parijs gemeld op het Syndicaatsbureau, Rue Mathurin Morreau 8-12, en was door dit bureau met 50 buitenlanders naar Spanje gezonden.                                                     Tot eind Januari 1937 maakte hij, volgens zijn verklaring, in Valencia, Castellon en Barcelona bomvrije kelders ten dienste van de Spaansche Volksfrontregeering.
Eind Januari 1937 kreeg hij te Barcelona typhus; hij werd, na 3 maanden verpleegd te zijn geworden in een hospitaal in Barcelona ontslagen.
Vervolgens ontving hij op het bureau van de Internationale Brigade te Albacete toestemming om naar Nederland terug te keeren.
Volgens hem werden de verplegingskosten door de Spaansche Volksfrontregeering betaald.
Bij zijn vertrek uit Spanje had hij van een regeeringskassier 150 peseta’s ontvangen en kon hij vrij in Spanje reizen.
In Parijs vervoegde hij zich op het Bureau Peuple d’Espagnole, City Paradis No.1, waar men hem naar een dokter verwees, die hem 4 weken rust voorschreef.
Dit bureau keerde hem wekelijks 175 Francs uit voor de te maken onkosten.


Betreffende de door zijn vroegere kostbaas Lakeman, voornoemd, aan mijne administratie overlegde foto, waarop Wildschut in soldatenuniform staat afgebeeld, met een anderen man, verklaarde Wildschut, dat hij en een zekere Jaap HESHOF, afkomstig uit Rotterdam, deze foto hadden laten maken te Albacete. Voor de aardigheid had hij, bij het nemen van deze foto, de uniformjas van Heshof, die soldaat was, aangetrokken.
Het door Lakeman overlegde repatriatiebewijs, had Wildschut , volgens zijn verklaring, nimmer in zijn bezit gehad. De gegevens vermeld op dit bewijs, klopten, volgens hem alle, behalve voor wat de indeeling bij de Brigade en het Bataljon betrof, daar hij, volgens zijn bewering, daarbij niet was ingedeeld.”

Waarom hij de naam van Jaap Heshof noemde bij de identificatie van de andere man op de foto was op zijn minst verwonderlijk, zo niet onnodig om te vertellen. Verder mocht deze rammelende verklaring hem niet baten en raakte hij hierna zijn Nederlandse nationaliteit kwijt. Tevens werd Theo na dit verhoor overgedragen aan de Marechaussee omdat hij in augustus 1937 niet was opgekomen voor herhalingsoefeningen van het leger en werd hij door de Krijgsraad veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf dagen.

In oktober 1939 trouwde Theo Wildschut met Anna Margaretha Smit en echtte hij bij dit huwelijk haar zes jaar oude dochter.
Theo had zich gedurende de Duitse bezetting onttrokken aan de “Arbeitseinsatz”. Eind augustus 1944 werd hij opgepakt, opgesloten op het Hoofdbureau van Politie in Amsterdam en twee weken later “eingeliefert” in het SS-kamp Amersfoort vanwege “Arbeitsverweigerung”. Weer twee weken later werd Theo Wildschut afgevoerd naar Zwolle om, na de Slag om Arnhem, als dwangarbeider ingezet te worden bij het maken van verdedigingswerken voor het Duitse leger. Na de bevrijding was hij weer terug in Amsterdam.
Eind jaren veertig liep zijn huwelijk stuk. Theo ging bij zijn moeder wonen in de Admiralenbuurt. Daarvandaan vertrok hij in 1952 met onbekende bestemming.

Bronnen: 
  • Stadsarchief Amsterdam - Indexen
  • Archief  Internationale Brigades, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.14
  • Nationaal Archief, Den Haag – Ministerie van Justitie,Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders,Toegangsnr. 2.09.99 – inventarisnr. 273
  • Arolsen Archives – Bad Arolsen, Duitsland,International Center on Nazi Persecution
  • Informatie Eddy van der Pluijm,Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort
Auteur: 
Ton Hegeraad, Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
12-08-2022
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Bloemist, timmerman
Adres: 
Shackletonstraat 10'
Woonplaats: 
Amsterdam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
01-11-1936
Datum terugkeer: 
eind juli, begin augustus 1937
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Vader: 
Theodorus Wildschut
Beroep vader: 
Kaashandelaar
Moeder: 
Catharina Margaretha Schmit Jongbloed
Datum getrouwd: 
11-10-1939
Partner: 
Anna Margaretha Smit
Kinderen: 
2