BERGHUIS , Jan

Jan
Berghuis
Geboren:
Groningen
19 mei 1903
Overleden:
Deventer
16 maart 1961
Levensbeschrijving: 

Jan Berghuis wordt op 19 mei 1903 in Groningen geboren. Zijn vader, Nicolaas Josephus Berghuis is van beroep stoker, Hij trouwt in 1893 met de toen 15-jarige Harmke Kraan.  Waarschijnlijk een “moetje”, want hun oudste kind wordt door het huwelijk geëcht, In totaal worden in het huwelijk negen kinderen geboren, vier dochters en vijf zonen. 2 kinderen overlijden als zuigeling.

Berghuis verhuist in 1921 naar Deventer waar hij beroepsmilitair wordt in het 4de halfregiment huzaren. In 1925 verlaat hij de dienst in de rang van huzaar-korporaal.  Op 20 februari 1926 trouwt hij met Harmina Maria Langevoort. Als beroep geeft hij op dat moment chauffeur op. Hij werkt van 1928 tot 1938 als internationaal chauffeur voor de firma Henri Urbach te Deventer. Dit bedrijf houdt zich bezig met export van kippen. Berghuis rijdt voor de firma naar België, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en een enkele keer zelfs naar Italië en Spanje. In 1939 houdt het bedrijf op te bestaan en hij gaat dan werken voor NV Nederlandse Betonmaatschappij BATO.

In 1937 vertrekt Jan naar Spanje, waar hij op 23 juni samen met 2 andere Nederlanders, Lammert de Hesse en Jan Roelvink, aankomt. Zijn naam komt voor op een lijst met deserteurs. Hoewel Szinda zich vergist in de datum van aankomst, die stelt hij op 27 november 1937, bevestigt hij wel de desertie. Op 28 november 1937 deserteert hij met ene Diesen, Slagen (mogelijk Marinus Slangen), Dijkstra, (mogelijk Marten Rein Dijkstra, die door Szinda ook wordt aangemerkt als deserteur) en ene Anastasio. Szinda geeft aan dat er over Berghuis’ verblijf verder niets bekend is, maar typeert hem wel als “ein sehr slechtes verkommenes und deklassiertes Element” (een zeer slecht verdorven en diepgezonken individu). Knap dat hij in zo’n korte tijd tot zo’n karakterisering kan komen. Wat er verder met hem gebeurt en hoe en wanneer hij terug is gekomen naar Nederland is niet bekend. Wel is hij erin geslaagd onopgemerkt door de autoriteiten Nederland binnen te komen en daarmee heeft hij voorkomen dat hij zijn Nederlanderschap verloor.

In 1942 neemt hij ontslag bij de BATO, naar eigen zeggen omdat hij door de Duitse Sicherheitsdienst gezocht zou worden. Hij is vrij snel na de Duitse inval actief in het verzet. Eerst vrij solistisch, maar later heeft hij zich aangesloten bij de linkse Landelijke Knokploegen. Zijn acties blijven echter vaak solistisch, niet altijd tot genoegen van zijn medeverzetsleden. Hij houdt zich hoofdzakelijk bezig met sabotage, zoals het opblazen van spoorlijnen en het in brand steken van opslagplaatsen van het Duitse leger. Eén van zijn sabotageacties is het maken van branddoosjes, volle luciferdoosjes die hij aan een kant in brand steekt en die vervolgens in de laadbak werpt van Duitse vrachtwagens die staan te wachten voor een geopende brug. Deze vlogen dan kilometers verderop in brand. Het verhaal gaat dat hij moederziel alleen negen ton wapens en munitie op de Duitsers weet te veroveren. Begin 1944 verandert hij zijn illegale activiteiten en sluit hij zich aan bij de Raad voor het Verzet. Hij houdt zich dan bezig met voorthelpen van geallieerde piloten naar België en het distribueren van wapens. De Duitsers hebben hem in het vizier en maken intensief jacht op hem. Nadat hij in 1944 een landwachter die hem wilde arresteren, had doodgeschoten werd hij door de Duitsers vogelvrij verklaard. Ondanks dat heeft hij een arrestatie steeds op miraculeuze wijze weten te ontlopen en uiteindelijk is hij nooit gepakt.

Berghuis staat binnen het verzet bekend als Ome Jan. Hij heeft een stevige staat van dienst binnen het verzet. Er wordt dan ook na de oorlog een aanvraag ingediend voor het Kruis van Verdienste. Uiteindelijk krijgt Berghuis in 1953 de militaire dapperheidsorde De Bronzen Leeuw. Overigens was dit niet geheel onbesproken; er werd aangegeven dat Berghuis het niet altijd even nauw nam met de waarheid en ook kon overdrijven wat betreft hetgeen hij had gedaan en meegemaakt. Hij wordt ook gekenmerkt als een ongeleid projectiel. Na afloop van de oorlog worden mensen die in het verzet hebben gezeten gevraagd te verklaren wat ze als illegaal werker hebben gedaan. Bij Jan Berghuis gebeurt dit echter om onduidelijke redenen niet.

Op 11 april 1945 wordt Deventer bevrijd. Berghuis treedt dan in dienst van de Politieke Opsporingsdienst (POD) als chauffeur. Op 1 augustus 1945 stapt hij over naar het Bureau Nationale Veiligheid. Voor deze indiensttreding moet hij een autobiografie schrijven. Opmerkelijk is dat hij daarin zijn Spaanse avontuur niet vermeldt. Mogelijk was hij bang dat hij alsnog zijn Nederlanderschap zou verliezen. Tijdens de bezetting wordt hij door de Duitsers gekenmerkt als “Rotspanienkämpfer”, dus het was toen wel bekend dat hij in de Spaanse Burgeroorlog had gevochten.

Op 15 januari 1946 keert hij terug naar de opvolger van de POD, de Politieke Recherche Afdeling die onder de Gemeentepolitie valt. Er komen in die tijd beschuldigingen dat Berghuis zich schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling van arrestanten. Eén arrestant, Frederic Rambonnet, ex-commandant van de Landwacht en prominent NSB’er en als zodanig berucht en gehaat, wordt door Berghuis en een collega overgebracht van Kamp Vught naar Deventer om hem daar ter voorbereiding op zijn berechting verder te verhoren. Rambonnet is bij aankomst in Deventer in slechte lichamelijke conditie als gevolg van een mislukte zelfmoordpoging. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis waar hij drie dagen later overlijdt. Er wordt gesuggereerd dat zijn slechte conditie en overlijden mogelijk het gevolg is van mishandeling door Berghuis en zijn collega. Dit is echter nooit verder onderzocht.

Op 1 februari 1947 vertrekt Berghuis bij de Politieke Recherche Afdeling vanwege een reorganisatie. Mogelijk zal zijn beperkte opleiding een rol hebben gespeeld. Zo was hij niet in staat om processen-verbaal op te maken of om verslagen te schrijven. Wat hij vervolgens is gaan doen is niet bekend.

Op 13 januari 1951 staat er een advertentie in een plaatselijke krant dat Jan Berghuis en Harmina Berghuis-Langevoort hun 25-jarige echtvereniging zullen herdenken op 20 januari. De advertentie is geplaatst door hun enige zoon Niek Berghuis. Op 16 maart 1961 vermeldt een rouwadvertentie het onverwachte overlijden van Jan Berghuis in de krant. Hij was 57 jaar.

Bronnen: 
  • F.L. Rambonnet, een collaborateur in Deventer en zijn vervolging in 1945, Gerrit Bothof, in: Deventer Jaarboek 2013, p.51-67.
  • De levens van Johnny de Droog. Verzetsman en verrader. Erik Schaap. Zaandam 2020.
  • https://www.defensie.nl/onderwerpen/onderscheidingen/dapperheidsondersch...
  • Coen Hilbrink, De Ondergrondse. Illegaliteit in Overijssel, 1940-1945. Den Haag, 1998
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.2-5
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.16-17
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.27
Auteur: 
Rik Vuurmans
Laatst gewijzigd: 
27-11-2022
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Chauffeur
Functie: 
Chauffeur
Adres: 
Emmaplein 52
Woonplaats: 
Deventer
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
23-06-1937
Datum terugkeer: 
00-05-1938
Vader: 
Nicolaas Josephus Berghuis
Beroep vader: 
Stoker
Moeder: 
Harmke Kraan
Datum getrouwd: 
20-01-1926
Partner: 
Harmina Maria Langevoort
Kinderen: 
1