Er is niet veel bekend over waarom Marinus Slangen in 1937 naar Spanje vertrokken is. Zijn dochter weet zich het verhaal te herinneren dat hij zonder werk was en op een dag zijn ouders vertelde dat hij een pakje sigaretten ging kopen. Mogelijk wilde hij hun niet langer tot last zijn en hoopte hij in Spanje iets zinvols te kunnen doen. Hij was lid van de Communistische Partij en moet vast via de partij gehoord hebben hoe hij zijn reis moest plannen. Eind juni 1937 is hij in Spanje aangekomen, zo’n beetje op het moment dat hij zijn 23ste verjaardag viert. Op de aankomstlijsten wordt op dezelfde dag de aankomst van Jacob Groenink gemeld. Het zou kunnen dat ze elkaar kenden en samen op pad gegaan zijn, want ze woonden niet ver van elkaar in Amsterdam Oud-Zuid.
Wat hij in Spanje gedaan heeft is onbekend. Er zijn pas weer bronnen over zijn terugtocht. Hij maakt ook deel uit van de groep van tien die begin april 1938 een vrachtwagen steelt om te vluchten (zie onder meer de biografieën van Krottje en Oomkens). Na de Franse grens verdelen ze zich in kleine groepen om niet gepakt te worden. Slangen reist vanaf dat moment samen met Simon Weerdenburg.
Ook bij hen gaat het mis, ze worden op 18 april 1938 in Toulouse opgepakt voor landloperij. De Nederlandse consul in Parijs meldt dat zijn collega in Montauban Slangen niet wilde helpen:"De rechter van instructie te Montauban verzocht genoemden Consul deze lieden te repatrieeren, doch de Consul weigerde dit, aangezien hij de mening was toegedaan, dat ze in vreemden staats- en krijgsdienst zijn geweest."
Slangen weet toch in Nederland terug te komen. De registers melden dat hij vlak voor de inval van de Duitsers getrouwd is. In de herinnering van zijn dochter is Slangen nooit stateloos geweest “want mijn moeder was een Duitse en zij heeft toen zij met mijn vader trouwde de Nederlandse nationaliteit gekregen. Zij zijn hals over kop getrouwd op 1 mei 1940 omdat mijn vader bang was dat als er oorlog zou uitbreken mijn moeder teruggestuurd zou worden naar Duitsland. Mijn vader heeft helaas gelijk gekregen want op 10 mei brak de oorlog uit.”
Tijdens de oorlog werd Slangen gedwongen voor de Duitsers te werken bij Fokker. Na de oorlog is hij aan de slag gegaan als verwarmingsmonteur. Dat is hij tot aan zijn dood in 1973 gebleven.
Ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft zich, twintig jaar na het begin van de Burgeroorlog, afgevraagd wat Slangen ertoe bewoog naar Spanje te gaan. Hun verklaring: “zijn moeder was communistisch en heeft hem tegen zijn zin naar Spanje gedwongen.” Zelf was Slangen volgens de BVD niet zo’n gelovige, al heeft men ook geregistreerd dat hij in de jaren ’60 zonder onderbreking lid was van de CPN-afdeling Amsterdam Oud-Zuid. De buitenwereld merkte niets van dit CPN-lidmaatschap, maar wie goed uit zijn ogen keek had het volgens de BVD wel kunnen vermoeden: “De man is erg impulsief en een druktemaker, waardoor men zou denken met een communist van doen te hebben.” In 1956 is de Veiligheidsdienst Slangen in de gaten gaan houden. Kennelijk was hij toen terug in Amsterdam na een poging zich in Canada te vestigen. De BVD meldt althans dat hij in 1954 naar Canada was geëmigreerd.
- E-mail Joke Slangen, 2 november 2016
- Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders, nummer toegang 2.09.99, inventarisnummer 172
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.29
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.76
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.2-D.114-L.189
- Nationaal Archief: Ministerie van Binnenlandse Zaken, BVD archief (2.04.125), dossiernummer: 34490