GROSE, Steef

Stephanus Johannes
Grose
Geboren:
Amsterdam
28 juli 1910
Overleden:
Amsterdam
31 oktober 1987
Levensbeschrijving: 

‘Een fijne kameraad’ 

Stephanus Johannes Grose werd geboren op 28 juli 1910 in Amsterdam. Zijn vader Johannes Philippus Franciscus Grose was een Amsterdamse kleermaker en zijn moeder Elisabeth Berendsen kwam uit Renkum. Steef, later Steven genoemd, had één broer en drie zussen. Hij volgde anderhalf jaar mulo-onderwijs en behaalde daarna het diploma dagambachtsschool (machinebankwerker). Op 10 mei 1929 moest hij zich melden voor militaire dienst, zijn adres was toen Helmersstraat 245, 3-hoog. De rijzige Steef (destijds nog 1,86 m, hij zou 1, 94 m. worden) doorstond de militaire keuring met goed gevolg. Op 29 november datzelfde jaar ging de 18-jarige knaap in dienst. Hij werd ingedeeld bij het 5e Reg. Infanterie Oploo. Als zijn beroep staat vermeld: ‘verwarmingstechniker’.

In het begin van de jaren dertig leidde Steef een onbekommerd leven in Amsterdam. Hij had veel vrienden, met wie hij regelmatig zeiltochten maakte in zijn boot Senang, gelegen aan de Nieuwe Meer. Hij had allerhande baantjes en verkaste regelmatig. In die tijd leerde hij ook zijn aanstaande vrouw Margaretha Roolfs kennen (1911-1981), die bij de Rode Hulp werkte waar zij bekend stond als Zwarte Greetje. (De Rode Hulp was een internationale communistische organisatie die zich onder meer bezighield met de opvang van vluchtelingen uit Duitsland, nadat Hitler daar aan de macht was gekomen).

Ook Jan Kramer, met wie Steef later naar Spanje zou vertrekken, behoorde tot de vaste kern van vrienden. ,,Ze hadden allemaal bijnamen”, aldus Steefs dochter Yvonne. Steef werd ‘Nullo’ genoemd, Jan Kramer ‘Moreno’.

Op 23 augustus 1937 gaf Steef geen gehoor aan een oproep voor het Nederlandse leger. Krap vier maanden later (op 17 december) meldde hij zich toch vrijwillig aan, waarna hij op 20 december met groot verlof werd gestuurd. Waarom hij op 24 januari van het jaar daarop door de krijgsraad werd veroordeeld tot een boete van vijf gulden is onbekend. Maar als hij het bedrag niet betaalde, hing hem wel vijf dagen hechtenis boven het hoofd.

Dat Steef zich in augustus 1937 niet meldde, kwam waarschijnlijk doordat hij toen nog in Spanje verbleef of onderweg was naar Nederland. Op een lijst (van de Internationale Brigades) staat immers ene Stephan Groze vermeld, een 28-jarige Nederlander die op 13 augustus 1937 wegens gezondheidsredenen die Internationale Brigaden heeft verlaten. Dat is vrijwel zeker Steef Grose.

Hoe hij in Spanje terecht is gekomen is onbekend. Uit een korte notitie van de Inlichtingendienst Amsterdam van 8 december 1936, berustende in het Nationaal Archief, blijkt dat zijn reis niet probleemloos is verlopen. Hij is met vijf anderen in ‘een trein’ aangehouden als ‘verdacht persoon’. Grose gaf toen als adres op: Keizersgracht 381, Amsterdam. Dat blijkt een oud koopmanshuis dat het jaar daarop is gesloopt wegens bouwvalligheid.

Veel weten we niet over zijn tijd in Spanje, maar Grose wordt wel vermeld in het boek van Gerard Vanter ‘Nederlanders onder commando van Hollander Piet in Spanje’. Daaruit blijkt dat Steef (door Vanter abusievelijk Steef de Gross genoemd) eind februari 1937 in het Thälmann Batallion aan het Jaramafront heeft gevochten.

,,Aan de straatweg van Casa Blanca naar Morata ging de strijd verder. De Hollandse sectie bij het Batallion Thälmann had een eigen aanvoerder, Steef de Gross, een Amsterdammer, een fijne kameraad. Toen ze onder het artillerievuur kwamen en de vliegtuigen van de vijand boven hen verschenen, was een enkele van hen nerveus, anderen gedroegen zich alsof het hen allemaal niets aanging…. Rooie Arie, Pietje Valet en Cor de Man waren rustig onder een boom aan het kaartspelen. Later werd het ernstiger. De Hollandse jongens weerden zich dapper, op elke paar meter viel er een granaat, maar ¾ ervan ontplofte niet. Steef de Gross, Pietje Valet en nog een derde kameraad, de Bruin geheten, lagen helemaal vooraan toen er een granaat vlak voor hun dekking ontplofte en hen bijkans begroef. Even later hadden ze hun geweren weer uit het zand getrokken en paften ze er weer flink op los. De Hollanders dachten er niet aan terug te trekken. Later kwam de brigadecommandant Richard, hij gaf alle strijders een hand.,,Hollanders”, zei hij, ,,die vechten als leeuwen! ”Op een morgen was Arie van Poelgeest met een Spaanse kameraad koffie gaan halen. Het brood kwam na een uurtje, maar de koffie moest nog komen. Eindelijk kwamen ze, doodmoe, maar zonder koffieketel. Ze waren verkeerd gelopen en…. Hadden de koffie bij de fascisten gebracht! Ze hadden zelf nauwelijks de dans kunnen ontspringen.Dat was die dag al een slecht begin. Even daarna begonnen de fascisten de aanval. Het waren voornamelijk Moren. De Hollanders weerden zich geducht maar weldra kregen ze flankvuur en ze dreigden ingesloten te worden. Met medeneming van alle gewonden, wisten zijn nog te ontsnappen aan de omsingeling. Die dag had de Hollandse sectie echter gevoelige verliezen geleden. De andere dag waren er gaten en loopgraven gegraven, en toen ze goede stellingen hadden, werd er vanuit deze basis de aanval gewaagd/Maar de gelederen waren wederom gedund: Cor de Man, Steef de Gross, kameraad de Bruin en Jaap Hendriks werden gewond. De aanval leverde in zoverre succes op, dat de stellingen konden worden verbeterd en alle tegenaanvallen der fascisten konden worden afgeslagen.”

Een van de vier overgebleven in de Hollandse sectie was Arie van Poelgeest. Hij omschreef aanvoerder Grose vele jaren later in een interview met Rik Vuurmans en Frans Groot als een keurige man, die uit Hilversum kwam en zeker geen communist was. ,,Nou ik dacht van niet hoor. Zo’n, dat noemden wij in die tijd een intellektueel. Hij was beter gekleed als wij en had een betere uitspraak als wij en zo. Dus was ie intellektueel.” Op de vraag wat Grose als beroep had, antwoordde hij: ,,Ik dacht op kantoor ergens. En ik verdenk hem ervan dat ie bij zijn eigen vader op kantoor zat, zoiets. Een jongen van geld, hè.”

Ook vertelde Arie van Poelgeest over de deelname van Grose aan de Nederlandse uitzendingen voor de republikeinse radio. Van Poelgeest werd daarvoor gevraagd door zijn commandant. "Ik stuurde meestal Steef Groos, want die kon veel beter praten als ik. Veel netter en dat klinkt veel beter voor de rest die dat dan hoort.” Steef deed dan keurig verslag van wat ze die dag gedaan hadden. ,,Dat mochten ze allemaal weten, want we lagen toen in reserve.”

De Hollanders vochten veertig dagen en nachten bij Jarama en verloren veel kameraden. Uiteindelijk bleven zes van achttien Hollandse kameraden over, aldus Arie van Poelgeest. Twaalf waren gewond of gesneuveld. Grose behoorde bij de gewonden. Volgens dochter Yvonne Grose heeft haar vader in de strijd zijn rug gebroken en een schotwond in zijn kuit opgelopen en werd hij enige tijd verpleegd in Parijs. Op een lijst van repatrianten staat dat hij 13-8-1937 pas is gerepatrieerd wegens gezondheidsredenen. Vast staat in ieder geval dat Steef zich na thuiskomst vrijwillig voor dienst heeft gemeld, waarschijnlijk om te proberen zijn Nederlanderschap te behouden.

Zijn vriend Jan Kramer was al begin februari van dat jaar teruggekeerd naar Nederland. Hij is vertrokken wegens ‘servicio militar’, de oproep voor militaire dienst in Nederland.

Na zijn terugkeer uit Spanje had Steef, naar eigen zeggen, door het verlies van zijn staatsburgerschap moeite met het vinden van werk. Maar eind 1937 kreeg hij toch een aanstelling als bedrijfsleider bij het Technisch Installatie Bureau Warmte aan de Herengracht in Amsterdam. Eigenaar P.O. Harloff zou, tot Steefs  opluchting, geen moeite hebben gehad met diens verleden.

In november 1939 trouwde Grose met Greetje Roolfs. Het paar vestigde zich eerst in Laren en daarna  in Blaricum aan de Schapendrift, waar ze in redelijke welstand leefden. Steef verdiende zelfs zo goed bij Harloff, met wie hij het goed kon vinden, dat er een auto kon worden aangeschaft en een boot. Uit het huwelijk werden twee kinderen geboren: Rob (1940-2008 ) en Yvonne (1942).

Wel moest Steef enkele malen zijn betrekking bij Harloff onderbreken. Zo nam hij vanaf augustus 1939 tot juni 1940  deel aan de mobilisatie als onderofficier bij het 5de Regiment Infanterie.  Bovendien moest hij vanaf juli 1941 een aantal maanden onderduiken (als student economie in Rotterdam), omdat de Sicherheitsdienst hem op de hielen zou hebben gezeten vanwege zijn communistische verleden en activiteiten in de Spaanse Burgeroorlog. In het voorjaar van 1942 keerde hij terug; vervolgens werd Harloff in Duitsland opgeroepen voor militaire dienst en nam Steef tot het einde van de oorlog de leiding van Warmte over.

Het leven van Steef Grose veranderde drastisch toen het installatiebureau Warmte bij het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog door het Militair Gezag werd geliquideerd. De reden was samenwerking met de Duitse bezetter. Grose werd in juni 1945 aangehouden in zijn woning en op het politiebureau in Hilversum verhoord. Na  lange tijd doorgebracht te hebben in diverse strafkampen, werd hij op 1 december 1947 door het Tribunaal in Amsterdam veroordeeld wegens collaboratie.

De aanklacht luidde dat Grose ,,steun en hulp heeft verleend aan de vijand, door werkzaam als bedrijfsleider bij de N.V. Warmte  te Amsterdam, mede te werken aan het leveren van goederen aan en het verrichten van diensten voor de Duitsche Weermacht.” De werkzaamheden betroffen onder meer de aanleg van cv-installaties in woningen, gebouwen en op vliegvelden in beheer van de bezetter. Tevens vermeldde de aanklacht dat Grose in opdracht van Harloff in 1942 naar bezette Russische gebieden was afgereisd om daar bedrijven over te nemen. Zo had hij in Kiev een bedrijf in beheer gekregen, dat ook voor de Wehrmacht fabriceerde.

Steef Grose verdedigde zich door te stellen dat hij als oud-Spanjestrijder ‘zeer anti-fascist was’. Hij ontkende de collaboratie niet, maar vond het unfair dat hij als enige daarvoor binnen het bedrijf terecht moest staan. Zijn advocaat omschreef hem als ‘een flinke man (…) die in de eerste plaats belast was met de interne leiding van het bedrijf.’

Het vonnis luidde tweeënhalf jaar gevangenisstraf, met aftrek van voor-detentie. Bijzonder detail is dat hij strafverzachting kreeg omdat hij ,,gezien zijn activiteit tijdens de Spaanse burgeroorlog, niet thuis behoort in het milieu der politieke delinquenten’’. Tijdens zijn detentie werd Grose nog enige malen verhoord en toen benadrukte hij dat hij en zijn vrouw ‘altijd links’ waren gebleven en dat hij zich na repatriëring uit Spanje had ingezet voor de andere gewonden die uit dat land terugkeerden. Op 6 augustus 1948 mocht hij de gevangenis verlaten.

Zijn huwelijk had intussen geen stand gehouden, in 1949 gingen Steef en zijn vrouw uit elkaar. Greetje verhuisde met haar kinderen naar Amsterdam, waar ze als stenotypiste ging werken voor Het Parool. Steef zocht in 1953 zijn geluk in Brazilië, waar hij zeven jaar verbleef. Niet lang na zijn vertrek hertrouwde hij (met de handschoen) met de weduwe Harloff, wier echtgenoot eind 1946 overleden was. Hij gaf daarmee gehoor aan de wens van zijn voormalige werkgever die hem had gevraagd na zijn overlijden voor zijn vrouw te zorgen. Bureau Warmte werd na de oorlog overgenomen door enkele medewerkers.

Hoewel Yvonne haar vader maar korte tijd thuis meemaakte, bleef zij hem regelmatig zien en was hun verhouding goed. Ook haar ouders bleven vriendschappelijk met elkaar omgaan. Nog één keer zou de Spaanse Burgeroorlog in haar leven een rol spelen. Toen ze medio jaren zestig bij de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam solliciteerde, werd ze bijna niet aangenomen vanwege het communistische verleden van haar ouders. ,,Dat speelde toen nóg. Kun je nagaan!”

Steef Grose heeft zijn leven lang gewerkt bij elektrotechnische advies- en installatiebedrijven. Hij eindigde zijn carrière in de top van Adviesbureau Deerns in de Korte Leidsedwarsstraat. Hij overleed in 1987.

Bronnen: 
  • Interview van Jos De Ley met Yvonne Grose, dochter van Steef Grose en Margaretha Roolfs , 12-2-2016
  • Nationaal Archief, 2.05.03, Ministerie van Buitenlandse Zaken, A-dossiers 1815-1940, A-197-bis Spanje, Hulp en Bijstand i.v.m. onlusten in Spanje, 1682
  • Collectie Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog, IISG, map 45: uitgetypte cassette Interview Arie van Poelgeest door Rik Vuurmans en Frans Groot, 30 november 1983.
  • Gerard Vanter, Nederlanders onder commando van Hollander Piet, uitgave Pegasus, Amsterdam 1939
  • Bevolkingsregister Amsterdam
  • Militieregister
  • Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Rijksvreemdelingendienst (RVD) en Taakvoorgangers, nummer toegang 2.09.45, inventarisnummer  1569
  • Nationaal Archief Den Haag: CABR 86667 I t/m III, CABR 24685, NBI 193646 t/m 193648 
  • www.amsterdamsegrachtenhuizen.info
Auteur: 
Jos De Ley
Laatst gewijzigd: 
28-04-2016
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Verwarmingstechnicus
Adres: 
Keizersgracht 381
Woonplaats: 
Amsterdam
Vader: 
Johannes Philippus Franciscus Grose
Beroep vader: 
Kleermaker
Moeder: 
Elisabeth Berendsen
Partner: 
Margaretha Roolfs
Kinderen: 
2 kinderen