HOKKE, Marius

Pieter Marius
Hokke
Geboren:
Maassluis
22 januari 1905
Overleden:
Spanje
00-00-1937
Levensbeschrijving: 

De enige dochter van Marius Hokke werd in 1928 geboren. Ze kreeg de naam Johanna maar thuis noemden ze haar Puck. Ze was 8 jaar oud toen haar vader eind 1936 naar Spanje vertrok. Ze herinnert zich die dag nog steeds. Ze zag dat haar moeder hem achterna liep en riep: "Je komt wel terug he". Marius is nooit teruggekomen. Hij is in Spanje gesneuveld. Zijn vrouw, Geertje Kraaijenbrink, een zus van Spanjestrijder Teun Kraaijenbrink, heeft haar dochter nooit verteld wat ze wist over zijn tijd in Spanje. Bij de dochter begon op latere leeftijd de vraag te knagen wat er nou eigenlijk met haar vader was gebeurd. Bij de onthulling van het Spanje monument in Amsterdam Noord in 1986 was ze er bij en maakte kennis met oud-Spanje strijder Arie van Poelgeest. Die verwees haar weer naar zijn kameraad Arie Verweij en zo begon een briefwisseling tussen de twee.

"Beste Puck", schrijft Arie Verweij op 12 juni 1986, "je vindt het niet erg dat ik je aanspreek zoals ik je gekend heb. Dat is nu ongeveer 47 jaar geleden (...) Voor ik naar Spanje ging, heb ik al veel omgang met je vader gehad. Ik heb een tijdje in de haven met hem gewerkt . Wij waren samen op stap met Tribune, nu De Waarheid. Samen veel vissen, als we zonder werk waren enz. We konden het bijzonder goed vinden, samen. Je vader is in 1936, een week voor Nieuw Jaar, samen met Cor de Man en een oom van je (Verweij blijkt de naam te zijn vergeten, het gaat om Teun Kraaijenbrink) gezamenlijk via Parijs naar Spanje gegaan. Een week later, met nog enige anderen, gingen we naar dezelfde bestemming. In Spanje ontmoetten we elkaar in het toen pas opgerichte "Thaelman Batteljon" van de Intern. Brigade. Na wekenlange trainingen werden wij ingezet aan het Jarama-front, voor het verdedigen van Madrid. Dit heeft enige dagen geduurd. Dit heeft vele slachtoffers gekost en gewonden. Daar ben ik gewond geraakt aan mijn linkerarm. Ik bloedde nogal flink. Men heeft mijn arm afgebonden en verwezen hoe ik moest gaan naar een rode kruispost. Zelf kon ik nog wel lopen. 't Was diep in de middag. Er werd nog flink geschoten met artillerie. Zo af en toe moest je dekking zoeken. Op zo'n moment hoorde ik mijn naam roepen. Ik keek en zag je vader. Hij lag in zijn eentje achter een heuveltje. Ik ging naar hem toe en dacht eerst dat hij gewond was. Maar dat bleek toen niet het geval te zijn. Ik vroeg hem nog of er iets bijzonders was, het bleek dat hij last van zijn voet had maar dat wist ik van vroeger, hij liep altijd wat mank. Hij heeft me wel eens verteld hoe dat gekomen was maar hoe precies dat weet ik niet meer. Je zag het alleen als hij hard moest lopen maar het tempo van hard lopen, naar voren, je even laten platvallen en weer opstaan, hard lopen enz. enz. dat bleek niet op te brengen voor hem. Vandaar dat hij achterop raakte. Wat we nog meer met elkaar besproken hebben, dat weet ik niet meer (na al die jaren). Mijn arm ging erg zeer doen en 't steeds aanhoudend schieten waren nu niet geschikt om een praatje te maken. En zijn wil was om te blijven liggen. Ik zei nog tegen hem, als 't niet goed gaat, ga dan terug. Maar dat weigerde hij. We namen afscheid van elkaar. Naar later bleek, was dit het laatste contact met je vader. We hebben nadien geïnformeerd bij diverse instanties maar tevergeefs. Ik vermoed, daar het gebied onder zwaar artillerievuur lag, hij daardoor getroffen is. In Madrid en later in Alicante heb ik in het hospitaal gelegen. Ik heb nog met vele kameraden gesproken die op bezoek kwamen. Maar niemand heeft ooit iets meer gehoord of gezien. Na dat Spanje achter de rug was en de nog levenden weer terug in Nederland waren, hebben we nog bijeenkomsten gehad van oud-Spanjestrijders. Daar werden de problemen nog eens besproken. Het bleek steeds dat ik hem het laatst gezien en gesproken had. Dit alles had ik al eens met je moeder besproken. Het blijkt nu dat je moeder daar nooit met je over gesproken heeft. En dan kan ik mij begrijpen dat er ook altijd een vraagteken bij je blijft hangen. Als kameraad heb ik hem altijd erg gemist. 't Was een fijne vent."

In een ps schrijft Verweij nog dat hij en zijn vrouw het wel even erg moeilijk hadden gehad toen ze haar brief hadden gelezen. Op 17 juli  '86 in een vervolgbrief beschrijft Arie Verweij hoe ze het contact met haar moeder tijdens de Tweede Wereldoorlog waren kwijtgeraakt : "We wisten van geen adressen of plaatsen. Daar vroegen we nooit naar. Dat was uit voorzorg. Dat als we gepakt werden door de moffen, dan konden we nooit iets verraden wat we niet wisten. (..) Wat ik over je vader heb geschreven, heb ik, toen ik terug was uit Spanje, uitvoerig met je moeder over gesproken. 't Blijkt nu dat ze daar nooit met jou over heeft gesproken. Hoe wij onder elkaar tot het besluit kwamen om naar Spanje te gaan, is voor vele een onbegrip gebleken. En om dat duidelijk te maken vergt wel enige discussie van wel, ja vul maar in, hoe lang. Een voorbeeld wil ik je noemen. En dat we het bij het rechte eind hadden bleek later. Wij zeiden: Als de fascisten in Spanje winnen, staan ze morgen bij ons op de stoep. Voor je deur met alle gevolgen van dien. t Is zo uitgekomen. Velen gaven ons na de oorlog gelijk. Maar ja, gelijk hebben of gelijk krijgen, is nog een groot verschil. Als ze 't van tevoren begrepen hadden, had veel leed de mens gespaard gebleven."

Bronnen: 
  • Informatie en brieven afkomstig van Johanna Hokke en Aly Lagendijk, dochter en kleindochter van Marius Hokke
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.3-D.74-L.178
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-L.13
Auteur: 
Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
23-08-2017
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
havenarbeider
Overtuiging: 
communist
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
30-12-1936
Gewond: 
ja
Gesneuveld: 
ja
Vader: 
Cornelis Hokke
Moeder: 
Johanna Maria Struijk
Partner: 
Geertje Kraaijenbrink
Kinderen: 
1 dochter