REEMST, Theo van

Theodoor Everhard
van
Reemst
Geboren:
Sleen
10 oktober 1908
Overleden:
Amstelveen
14 januari 1980
Levensbeschrijving: 

Theo van Reemst werd in januari 1908 geboren in Sleen, Drente. Net als zijn vader ging hij medicijnen studeren in Groningen. Hier werd hij lid van de sociaal-democratische studentenvereniging, waar zich ook een aantal communisten en socialisten bevond. Toen van Reemst afstudeerde in oktober 1936 verdiende hij wat geld als arts, waarna hij zich eind december aanmeldde om naar Spanje te gaan. In tegenstelling tot veel andere artsen en verplegers ging hij illegaal naar Spanje. De eerste tussenstop was Parijs, waarna hij via Limoges en Perpignan naar de grens met Spanje ging.

In Spanje was Figeruas de eerste bestemming, waarna Theo naar de basis van de Internationale Brigades in Albacete ging. In januari 1937 vertrok Theo naar Murcia, waar hij als arts begon bij een Duitse brigade. Hij wisselde vaak van post en werkte achtereenvolgens aan het Jarama-front in Chinchon, een aantal kilometer van het front, en in Morata de la Tajuna, waar hij heftige bombardementen door Duitse Junker-vliegtuigen meemaakte. Een korte tijd later, in maart, volgde de slag bij Guadalajara, die op een duidelijke overwinning voor de Republikeinen uitliep. Theo werkte tijdens deze slag in Castillejo, op honderd kilometer van het front. Omdat er in het dorp geen elektriciteit was, hielp de lokale burgemeester Theo met het aanleggen van een dynamo en tevens maakte hij Theo lid van de Spaanse Communistische Partij (PCE). Samen met de Oostenrijker Felcher verzorgde Theo hier lichtgewonden en herstellenden.

In juli 1937 moest Theo van Reemst weer terug naar Morata. Hier werd een aantal Spaanse artsen van sabotage (“het moedwillig teweeg brengen van infecties”) verdacht en Theo kreeg de opdracht om te spioneren. Naar aanleiding van Theo’s verslag werd de leidinggevende arts ontslagen waarna Theo (zonder order) naar het Brunete-front vertrok. Hij kwam hier in eerste instantie bij de cavalerie terecht maar door onderling conflict tussen Oostenrijkers en Zweden trok het bataljon zich terug, waarop Theo weer aan de slag ging als arts. Eerst in het fronthospitaal in Torrelodones, en vervolgens vlakbij Belchite. Hierna kreeg hij wat rust in Torralba, waar hij gezelschap had van andere officieren van het Edgar André-Bataljon. In Torralba kwamen gevallen van tyfus voor door de ernstige wateroverlast aan het front. Het regende heftig en Franco had een aantal dammen vernietigd. Ook Theo kreeg koorts en geelzucht te pakken. Hij had al eerder in de krant gelezen dat er een aantal Hollandse verpleegsters naar Spanje was vertrokken en ging op eigen initiatief naar het Hollands Hospitaal in Villanueva de la Jara om te herstellen. Hier leerde hij zijn toekomstige vrouw, de verpleegster Trudel de Vries kennen, met wie hij ook al per post had gecorrespondeerd.

Nadat Theo hersteld was, bleef hij in het Hollands Hospitaal als arts werken. Hij nam de leiding over van Ies Voet, die naar het front vertrok en in Spanje sneuvelde. Veel materiaal in het Hollands Hospitaal was geleverd door de commissie ‘Hulp aan Spanje’ en er werd voor ongeveer tweehonderdvijftig patiënten gezorgd, voornamelijk lichtgewonden, geïnfecteerden en nakurende tuberculosepatiënten. Maar er werd niet alleen hulp verleend aan militairen in Villanueva de la Jara. Er was goed contact met de plaatselijke bevolking en Theo hielp met maar liefst zeventien bevallingen.

In het voorjaar van 1938 vertrok Theo uit het Hollands Hospitaal naar Valla, ten noorden van de Ebro, waar Franco aan het doorstoten was naar de Middellandse Zee. Theo werkte bij het Ebro-offensief in een verbandpost in een spoorwegtunnel in Ascó en later in Mora d’Ebro.

In het Spaanse dagboek van Evert Ruivenkamp vertelt Evert over zijn ontmoeting met van Reemst in juli 1938:

Vandaag ben ik geweest bij Theo, reuze aardige vent. Bij het eerste gezicht kwam hij mij direct sympathiek voor. Bij mijn nadering keek hij me aan en vroeg: ‘Und was gibtst mit dir?’ ‘Dank u, dokter, ik maak het goed,’ zei ik in het Hollands. ‘Ik kom niet als patiënt maar als landgenoot een bezoek brengen wanneer u een ogenblikje hebt.’ Nadat ik mij voorgesteld had gingen we samen een glas koffie drinken. Snel kwamen de vragen over zijn mond. Ik had nauwelijks tijd ze te beant- woorden. Maar dit was maar een ogenblikje. Onder andere vroeg hij mij: ‘Je komt zeker uit Den Haag, hè. Hbs gehad en wat kom je hier doen?’
Verwonderd keek ik hem aan. Ja, ik moet je gelijk geven, maar waarom veronderstel je dat ik uit Den Haag kom en wat betekent die stomme vraag wat ik hier doe?
Toen vertelde hij: ‘Zie je, ik ken al heel wat Hollanders hier en allen deden of ze mij al jaren kenden, hoewel ze mij voor de eerste of tweede maal zagen. Jij bent de eerste die je eerst voorstelt en de tweede vraag aan je ontviel mij zomaar. Vergeet niet dat ik hier allerlei types ben tegengekomen.’

17 augustus 1938 is de slag om de Ebro in volle gang. Ruivenkamp: 

Gisteren had ik een vrije dag. Naar Asco. Theo zit er in een tunnel die zo veel mogelijk is ingericht voor de gewonden. De gehele dag ben ik daar gebleven. Na een flink bad in de Ebro ben ik nog even het dorpje in ge- weest. We hadden onder het genot van een lekker glas thee nog een zeer diepzinnig gesprek over de mentaliteit der Hollanders hier in de oorlog. Ik vond dat ze zich over het al- gemeen nogal goed erdoorheen sloegen. Hij bestreed het. De reden bleek mij toen ik hem op het gedrag wees van de mannen van de Zeven Provinciën. Had hij ook alle lof voor. Maar, zo zei hij, er zijn ook verscheidene bij me geweest die vroegen: zeg Theo, heb jij geen baantje voor me als chauf- feur, of kun je me niet naar het achterland sturen? Ja, dan kan ik me voorstellen dat hij niet erg te spreken was. Hij, die zelf met ruim negenendertig graden koorts zijn werk bleef doen en niet naar bed ging, hij kon dat niet zetten, hetgeen ook zeer verklaarbaar was.

23 september is Ruivenkamp betrokken gewest bij een zware veldslag aan de Ebro:

Tegen de ochtend oriënteer ik me. Ik kan niet ver meer van de Ebro af zijn. Na een drie uur lopen kom ik uit bij Asco.
Op van de zenuwen val ik neer bij Theo.
Gelukkig water. Zoveel ik hebben wil. Water en nog eens water. Daarna rust ik een kwartiertje en geeft Theo me zeep en een handdoek. Ik neem een bad in de Ebro. In zeventien dagen ben ik niet in het water geweest. Van twee weken zit het zweet en vuil op mijn lijf geplakt. Ook geeft hij me een nieuw hemd. Gedeeltelijk kom ik nu tot rust. Een goed maal doet de rest.

26 september:

Vandaag zijn we nog eens naar beneden geweest. Allen heb- ben we gezwommen in de Ebro. Een komisch moment was het toen alle zwemmers snel het water uit kwamen en in hun nakie zich verscholen voor de naderende bommenwer- pers. Will en ik hebben voor de laatste maal bij Theo thee gedronken.

Het zag er toen al heel slecht uit voor de Republiek en de onderhandelingen over het terugtrekken van de Internationale Brigades liepen. Hierop besloot Theo van Reemst op eigen initiatief terug te gaan naar Nederland. In oktober vertrok hij naar Parijs, waar hij drie weken verbleef bij Janrik van Gilse, politiek verantwoordelijke van de CPN.

Terug in Nederland, waar hij staatloos werd verklaard, werd hij lid van de CPN en sprak hij op avonden van ‘Hulp aan Spanje’. Hij trouwde met Trudel de Vries en werd huisarts in Vlaardingen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland kregen ze hun eerste dochter, en tijdens de oorlog nog een zoon. Trudel en Theo, die inmiddels allebei weer hun Nederlanderschap verkregen hadden, gingen in het verzet, tot ze in november 1942 gearresteerd werden*. Beide werden langs verschillende concentratiekampen gevoerd en Trudel, die uit een joodse familie kwam, mocht uiteindelijk weg uit Westerbork omdat ze met een niet-joodse man getrouwd was. Toen Theo van Reemst in een Nederlands doorgangskamp zat, brak er tyfus uit onder de gevangenen en de Duitse kampbewakers lieten na om medicijnen het kamp binnen te brengen.[1] Met behulp van de kok wist Theo het eten van de kampbewakers met poep te vervuilen, waardoor ook onder de Duitsers de tyfus uitbrak. Uiteindelijk werden er toch medicijnen voor tyfus naar binnen gebracht. Theo overleefde Vught, waar hij als arts mocht werken, en Dachau. Na de oorlog verhuisden Theo en Trudel naar de Overtoom in Amsterdam.

Na de oorlog was Theo van Reemst actief in comité Vrij Spanje en de Landelijke Kontaktgroep Verzetsgepensioneerden. Ook was hij nog lid van de CPN, maar hij sympathiseerde vooral met internationaal communisme, het idee van een wereldrevolutie en hij had altijd een bovengemiddelde belangstelling voor de Sovjet-Unie. Op medisch vlak zette hij zich in voor de erkenning van het concentratiekampsyndroom en voor pijnloze bevallingstechnieken. Omdat deze bevallingstechnieken afkomstig waren van de Russische professor Nicolaiev werd er in Nederland nogal met argusogen naar gekeken.

In 1956 kwam er een einde aan het huwelijk tussen Theo en Trudel, waarop Theo een jaar later trouwde met Anje Noordewier. Toen Theo van Reemst in 1974 met pensioen ging, verhuisden ze naar Amstelveen, waar de arts, activist, verzets- en Spanjestrijder in januari 1980 op 71-jarige leeftijd overleed. Onder andere de CPN en de Oud-Spanjestrijders publiceerden mooie overlijdensberichten in De Waarheid:

“Theo woonde en werkte als arts jarenlang in onze buurt. Wij gedenken een kameraad die onverzettelijk was jegens fascisme en anti-communisme, die altijd optimist bleef, in zijn nooit aflatende strijd voor rechtvaardigheid, vrede en democratie.”

Het eind 2022 vrijgegeven BVD dossier van Theo van Reemst is zeer omvangrijk – en bevat vooral veel onbenulligheden. Op geen enkele manier kon de staatsgevaarlijkheid van deze arts worden aangetoond, ondanks de jarenlange reportage waaruit blijkt dat hij tijdenlang van dag tot dag in de gaten werd gehouden. Op straat werd hij herhaaldelijk gefotografeerd, meestal rustig wandelend over een Amsterdamse brug.
Over zijn activiteiten in de Tweede Wereldoorlog:

rapport 3 oktober 1952:
In 1942, op een ons onbekende datum, is van Reemst door de Duitsers gearresteerd in verband met het verlenen van hulp aan joden

Rapport 15 augustus 1952
Hij bemoeide zich in hoofdzaak met het onderbrengen van Joodse onderduikers. Op 23-11-’42 werd betrokkene door de Gestapo te Vlaardingen gearresteerd. Hij werd verdacht lid te zijn van de illegale groep van Krijn Breur te Vlaardingen.

Op p 13 van een niet gedateerd rapport waarvan de andere pagina’s ontbreken:
Reeds in 1940 namen hij en zijn vrouw deel aan het verzet tegen de Duitsers.
Zij stelden hun woning o.a. ter beschikking van Dr. G.Kastein en Krijn Breur, die beiden vanuit zijn woning organiseerden.
Krijn Breur was een vriend van van Reemst, van voor de oorlog.Zowel Kastein als Breur kwamen om.

Th. E. Van Reemst was betrokken bij het verzamelen van inlichtingen over strategische posities tussen Hoek van Holland en Vlaardingen. Joodse onderduikers werden door hem medisch behandeld.
Hij nam van begin af aan krachtig deel aan het artsenverzet.
Krijn Breur werd door hem voorzien van grondstoffen voor de vervaardiging van springstoffen. Betrokkene had deze benodigdheden in zijn kast in bewaring.
Ten gevolge van de arrestatie van Krijn Breur werden ook Th. E. Van Reemst en zijn echtgenote gearresteerd. Mevr. van Reemst ging naar Westerbork en van Reemst zelf via Amersfoort en Vught naar Dachau.
Gedurende zijn gevangenschap toonde van Reemst zich, volgens oud mede-gevangenen, een heldhaftig mensenvriend. Vele gevangenen hadden aan hem hun leven te danken, deels door de medische behandeling en deels door het weten weg te werken van ter dood veroordeelden. Toen de geallieerden het concentratiekamp waarin van Reemst zich bevond bevrijdde, keerde hij niet zo spoedig mogelijk terug naar Nederland, maar achtte het zijn plicht , de talrijke ernstig zieke mede-gevangenen voorlopig nog te blijven behandelen. Ook thans staat hij bij meerdere positieve tegenstanders van het communisme in hoog aanzien.

De rapporten bevatten soms ook hilarische details. Zo wordt van Reemst in 1952 bij de herdenking van de Februaristaking als volgt gesignaleerd:
Dr. Van Reemst is een excentriek mannetje met rode zakdoek, mesje en fluit aan een riem, en een soort slaapmuts op.

En op een velletje dat kennelijk afkomstig is uit het BVD rapport over de bekende communist Ab. Veltman:

Naar mijn mening heeft Ab. Veltman zelf ook iets eigenaardigs. Zo heeft hij bijvoorbeeld een B.V.D. complex. Hij voelt zich steeds achtervolgd ( dit heeft hij gemeen met van Reemst, die zijn arts is ).

In het geval van van Reemst wordt het gevoel dat hij achtervolgd werd door de BVD in zijn zeer uitgebreide dossier geheel bevestigd.

[1] Deze anekdote is gebaseerd op een interview met Tineke van den Klinkenberg, een oude bekende van Theo. Het is onduidelijk in welk kamp deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden, maar Amersfoort en Vught zijn de meest waarschijnlijke opties.

*aanvulling van onderzoeker Eddy van der Pluijm van kamp Amersfoort: 

] Reemst, Theodoor Everhard van:  Theodoor werd op 23-11-`42 gearresteerd en via het Oranjehotel, Kamp Amersfoort overgebracht naar Kamp Vught. Vanuit Kamp Vught op transport gesteld naar Dachau, waar hij op 26-05-`44 werd ingeschreven als Häftling nr. 68622.  Op 29-04-`45 door de Amerikanen bevrijd in Dachau.

 

 

Bronnen: 
Auteur: 
Lennart Bolwijn, Yvonne Scholten
Laatst gewijzigd: 
13-06-2024
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Arts
Functie: 
Arts
Woonplaats: 
Sleen
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
15-01-1937
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Vader: 
Theodorus Arnoldus van Reemst
Beroep vader: 
Arts
Moeder: 
Willemina Everharda Luber
Datum getrouwd: 
25-01-1939
Partner: 
Trudel de Vries
Kinderen: 
2 kinderen
Datum getrouwd 2: 
06-12-1957
Partner 2: 
Anje Noordewier