KOOPMANS, Wiebe

Wiebreg Pieter
Koopmans
Geboren:
Issum (Duitsland)
22 oktober 1912
Overleden:
Amsterdam
9 augustus 1977
Levensbeschrijving: 

"De Hollanders? Achter het front zijn het beroeps kankeraars hoor, jelui Godverdommes! Als ze niets te kankeren hebben denken ze dat ze niet gezond zijn. Maar aan het front, daar wil ik toegeven, waren het mijn best gedisciplineerde soldaten. Ze hebben prachtig stand gehouden en de dapperste van allemaal is hun luitenant, Wiebe.”

(Kapitein Harry, Bataljonscommandant bij de 11de Brigade na de slag bij Brunete, juli 1937- uit de aantekeningen die Jef Last in Spanje maakte).

Het gezin Koopmans vertrok kort voor de Eerste Wereldoorlog met hun oudste zoon naar Duitsland vlak over de grens met Limburg. Hier werden Wiebe en zijn oudere zuster geboren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren ze weer terug in Nederland en woonde de familie in de niet meer bestaande plattelandsgemeente Abcoude-Proosdij, net buiten Amsterdam. Hier kwam er nog een zoon bij. Moeder verhuisde in 1931 met haar jongste drie kinderen naar de Indische buurt in Amsterdam. Na de lagere school was de jonge Wiebe gaan werken. In 1932 wordt hij als dienstplichtig soldaat ingedeeld bij het 5de regiment Veldartillerie als kanonnier. Tijdens zijn één jaar durende diensttijd ligt hij vier keer in het hospitaal, twee keer ongeveer vier weken.

In 1934 werd Wiebe Koopmans lid van de Communistische Partij Holland (CPH) en werd afdelingsbestuurder. Hij ging december 1936 naar Parijs en kwam vervolgens samen met een groep Amerikaanse vrijwilligers in Spanje aan. Daar werd hij in Albacete, de legerplaats van de Internationale Brigades opgenomen in het 3de bataljon van de  XIde Brigade. Een maand later kreeg hij zijn Spaanse vuurdoop. In februari 1937 nam hij deel aan de slag bij de rivier de Jarama. Franco stond met zijn leger ten westen van Madrid. Hij wilde met een tangbeweging vanuit het noorden en zuiden de weg naar Valencia ten oosten van Madrid afsnijden en de stad omsingelen. De noordelijke aanval kwam niet van de grond, maar in het zuiden gingen troepen van generaal Varela toch tot het offensief over. Dit was het Spaanse koloniale leger bestaande uit Moorse huurlingen en het Vreemdelingenlegioen en voor het eerst bijgestaan door onderdelen van het Duitse Condor-legioen. In totaal bestond dit Nationalistische leger uit circa 30.000 man. Het republikeinse leger dat dit front bij de Jarama rivier moest verdedigen was ongeveer even groot. Zowel de XIde, XIIde als de XVde Internationale Brigades, tezamen circa 8000 buitenlandse vrijwilligers, namen aan de gevechten deel. Na een aanvankelijke doorbraak van de nationalisten werden deze tot staan gebracht en zelfs gedeeltelijk teruggeslagen. Wiebe Koopmans viel toen op vanwege zijn moedig gedrag en intelligentie. Hierdoor mocht hij in april een officiersopleiding volgen en werd hij in mei tot luitenant bevorderd. 

In de zomer van 1937 wilde de Republikeinse regering de druk op Madrid verlichten. Besloten werd tot een offensief ten westen van de hoofdstad. Alle vijf de Internationale Brigades namen in 1937 deel aan deze slag bij Brunete , dus ook het Nederlandse peloton van luitenant Wiebe Koopmans. De eerste 10 dagen van de maand juli verliep deze grote aanval voorspoedig. Maar met honderden pas aangekomen moderne vrachtwagens uit Amerika, geleverd met steun van de Amerikaanse rooms-katholieke bisschoppen, konden de nationalisten verse troepen naar het front sturen. Ook verkregen de nationalisten luchtoverwicht  door de inzet van Duitse vliegtuigen, o.a. het gloednieuwe Messerschmitt Bf-109 jachtvliegtuig.

De slag onder de Spaanse julizon was een verschrikking: gebrek aan water, slecht georganiseerde aanvoer van voedsel en ammunitie, open terrein en dus weinig dekking. De republikeinen moesten terugtrekken en een deel van het veroverde gebied met het stadje Brunete weer prijsgeven. Aan republikeinse kant vielen de meeste slachtoffers: circa 25.000 doden en gewonden. Vooral de Internationale Brigades hadden zwaar geleden. Van de 13.353 brigadisten waren er meer dan 4000 gesneuveld en bijna 5000 gewond geraakt. Wiebe Koopmans had het overleefd.

Terug in Albacete werkt hij mee aan de opleiding van nieuwe rekruten in het instructiebataljon van de Internationale Brigades in het nabijgelegen Madrigueras. Op 8 december 1937 wordt hij met andere Nederlandse officieren die Spaans kunnen spreken gekozen om legerafdelingen theoretisch onderricht te geven. Maar hij ligt dan in het hospitaal van Benicassim aan de Middellandse zee omdat hij in oktober tyfus had opgelopen. Hersteld, na meer dan anderhalf jaar in Spanje en aan twee veldslagen te hebben deelgenomen, krijgt hij toestemming om op kosten van de Spaanse regering terug te keren om op te komen voor herhalingsoefeningen van het Nederlandse leger. In de zomer van 1938 is hij weer in Nederland. Van deelname aan deze herhalingsoefeningen dat jaar is echter niets bekend.

Terug in Nederland wordt  Wiebe zijn Nederlanderschap afgenomen vanwege Spaanse krijgsdienst. Hij woont als commensaal op verschillende Amsterdamse adressen. In 1939 en 1940 bij de oud-Spanjestrijder Gerrit Deurhof en diens gezin op de Zeeburgerdijk.

De Amsterdamse Officier van Justitie Van Dullemen aan de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te Amsterdam in een brief dd. 31 juli 1939:

 ….Ik vraag mij af of het niet hoogst noodzakelijk is de voor de publieke rust uiterst gevaarlijke personen van Jan Hendrik van Gilse, alias “Zuidema”, welke als “politiek-commissaris” in Spanje blijkbaar is opgetreden, diens Secretaris K. C. Jansen, ,,Hollander Piet” = Piet Verschure, den “kapitein” Jef Last en de “luitenants” Koopman en Scheurwater, als staatlooze vreemdelingen uit ons land te doen zetten !

(Overigens was 'Hollander Piet' niet Piet Verschure maar Piet Laros)

Maar een maand later bij de algehele mobilisatie vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Wiebe Koopmans, stateloos en wel, weer ingedeeld bij de bereden artillerie van het Nederlandse leger. Hij maakte de meidagen van 1940 mee als soldaat bij de 4de compagnie Aan- en Afvoertroepen. 

In een Komintern rapport in Moskou in 1940 opgemaakt door de Duitse communist, ex-spanjestrijder en later hoge DDR-functionaris Gustav Szinda worden alle nog in leven zijnde ex-Spanjestrijders beoordeeld. “KOPMANN Wiip” komt er, net als de meeste Nederlanders, bij hem nogal slecht vanaf:

”Er war wohl tapfer aber nicht in der Lage eine Einheit zu führen.”

(Hij was wel dapper maat niet in staat een eenheid te leiden)

Maar misschien zegt dat meer over het verschil tussen de Duitse en de Nederlandse opvattingen van leiderschap….

Wiebe Koopmans duikt in 1943 onder. In juni 1945 wordt zijn zoon Dick geboren en trouwt hij met Johanna Alida Kolder. In 1949 komt er nog een zoon bij. In 1947 heeft hij al zijn Nederlandse nationaliteit teruggekregen. Voor zover na te gaan is hij na de Tweede Wereldoorlog niet meer politiek actief. Hij werkt in Amsterdam als taxichauffeur. Wiebreg Pieter Koopmans overlijdt in 1977.

Bronnen: 
  • Stadsarchief Amsterdam
  • Ministerie van Defensie, Semi-Statisch InformatieBeheer (SIB) 
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.409, betreffende Jef Last
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.3, 20-21
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.44
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.2-D.102-L.80
  • Antony Beevor, The Battle for Spain (2006)
  • Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders, nummer toegang 2.09.99, inventarisnummer 129
Auteur: 
Ton Hegeraad
Laatst gewijzigd: 
15-11-2018
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Los arbeider
Overtuiging: 
communist
Functie: 
Luitenant
Adres: 
2e Ceramstraat 23
Woonplaats: 
Amsterdam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
04-12-1936
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Nederlanderschap teruggegeven: 
08-10-1947
Vader: 
Wiebreg Pieter Koopmans
Beroep vader: 
melkhandelaar
Moeder: 
Maria Margaretha Alida Meijer
Datum getrouwd: 
1945
Partner: 
Johanna Alida Kolder
Kinderen: 
2 kinderen