Over het gezin van Piet Rongen is weinig bekend, alleen dat hij een jonger broer Wouter heeft. In januari 1929 vertrekt hij naar Indië om als soldaat in dienst te treden bij het KNIL. Hij blijft in dienst tot Juni 1931. Hij trouwt in Bandoeng met Nji Entoem Karsoem Tina’s Sain. Bij vertrek naar Nederland blijft zijn vrouw achter in Indië.
In de dossiers van de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst staan zowel Piet Rongen als zijn jongere broer Wouter opgetekend als 'ronselaars'. De dienst tekent erbij aan dat zij zonen zijn van een oneervol ontslagen hoofdagent van politie. Wouter is voor zover bekend nooit naar Spanje vertrokken, Piet wel. Spanjevrijwilliger Piet Gaemers zegt in zijn verhoor door de Inlichtingendienst Delft op 7 februari 1938 door Rongen geronseld te zijn op de Arbeidsbeurs te Schiedam. Hij omschrijft Rongen als volgt: leeftijd ongeveer 30, 1,75 lang, smal postuur, donker haar en uiterlijk, gladgeschoren en fris gelaat; “ik meen dat hij een of 2 gouden tanden in zijn mond had". Ook Jan van de Schuur en Cornelis Krul zijn volgens Gaemers door Rongen geronseld. Als Gaemers in januari 1937 in Parijs aankomt, blijkt ook Piet Rongen daar te zijn.
Ook Krul wordt verhoord door de inlichtingendienst, op 26 november 1937:
'Toen ik reeds eenigen tijd in Spanje vertoefde, ontmoette ik een mij onbekende Nederlander. In het gesprek dat ik met hem voerde, zeide hij Rongen genaamd te zijn en afkomstig te zijn uit Schiedam. Voorts deelde hij mede in het Ned. Indische Leger te hebben gediend en dat hij met een Indische vrouw gehuwd was. Toen ik Rongen mijn naam noemde en hem zeide dat ik te Delft woonachtig was, zeide hij: "Dan heb ik bij jou den brief inhoudende het spoorkaartje voor Parijs in den bus gedaan." Rongen heb ik ontmoet te Albacete, Rongen was gewoon soldaat.'
Piet vertrekt begin 1937 naar Spanje, waar hij op 22 januari aankomt, samen met de Nederlanders Hessel Vermeulen en Abraham Karstanje. Volgens Gustav was Rongen ingedeeld bij de 13de brigade, 8ste bataljon. Bij gevechten in Valsequile is hij gewond geraakt, daarna werkte hij bij de Sanitaire Dienst, waar hij tot luitenant werd bevorderd. Daar heeft hij Teresa Esteve Garcia ontmoet waar hij vrij snel daarna mee trouwt.
Op de lijsten die consul Schlosser eind 1938 opstelt ter voorbereiding van het officiële transport dat de nog in Spanje verblijvende Nederlanders van de Internationale Brigade terug naar Nederland moet brengen, staat vermeld dat Pieter Rongen in Spanje wenst te blijven met zijn Spaanse vrouw. In een consulair schrijven van maart 1939 is er sprake van dat Rongen van Spanje naar Oran (Algerije) was gegaan waar hij werk had gevonden. 23 mei 1939 meldt het Ministerie van Justitie aan Buitenlandse Zaken dat Rongen vanwege de ziekte van zijn vrouw tot 20 april te Antwerpen had vertoefd, daarna was het echtpaar naar Nederland gekomen waar het zich op 21 april gemeld had bij de politie Schiedam.
Als ze zich willen inschrijven bij de Burgerlijke stand blijkt Piet nog steeds getrouwd te met Nji Entoem Karsoem Tina’s Sain. In feite heeft hij bigamie gepleegd en hierdoor is het huwelijk met Teresa niet rechtsgeldig. Daardoor heeft ze ook geen recht op verblijf in Nederland en wordt ze uitgezet. Wat er daarna van haar is geworden is niet bekend. Piet laat zich in december 1940 scheiden van Nji, die op dat moment nog steeds in Indië woont. In 1941 trouwt hij met Alida Catharina Splinter, die al een kind heeft en er wordt nog een zoon geboren. Dit huwelijk wordt ontbonden op 25 februari 1950.
Tijdens de bezetting is zijn gedrag wat merkwaardig; in 1940 schrijft hij een brief aan Generaal Kommissar Dr. Hellwig met het verzoek om in Duitsland te mogen werken om “zijn deel te kunnen bijdragen aan de vernietiging van het Engelse-groot-kapitaal en het internationaal Jodendom”. Na de oorlog geeft hij als verklaring voor de brief dat hij zich daarmee wilde veiligstellen, omdat hij als communist bijzondere aandacht van de Duitsers vreesde. In 1942 vaart hij een half jaar als stoker voor een Duitse rederij. Ook pleegt hij samen met ene Peter van Styn, die door de BVD wordt gekwalificeerd als een ondergedoken SS-man, inbraken en roofovervallen. Hij wordt in die tijd meerdere malen veroordeeld, maar waarvoor precies is niet duidelijk.
Na de oorlog is hij weer actief in de CPN. Hij woont dan in Schiedam en vaart als stoker op de grote vaart. In 1956 stapt hij uit de CPN en is hij niet meer politiek actief. Uit een korte aantekening in de dossiers van de Rijksvreemdelingendienst van april 1965 blijkt dat de dan nog steeds staatloze Pieter Rongen waarschijnlijk aan lager wal is geraakt. Hij wordt opgepakt voor diefstal. In januari1968 krijgt hij uiteindelijk zijn Nederlanderschap terug. Volgens de naturalisatiewet is hij op dat moment zonder beroep en woonachtig te Rotterdam.
- Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Afdeling Politie, Bureaus Kabinet en Juridische Zaken, nummer toegang 2.09.107, inventarisnummer 478
- Nationaal Archief, 2.05.03, Ministerie van Buitenlandse Zaken, A-dossiers 1815-1940, A-197-bis Spanje, Hulp en Bijstand i.v.m. onlusten in Spanje, 1681, 1682
- Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Archiefbescheiden betreffende Oud-Spanjestrijders, nummer toegang 2.09.99, inventarisnummers 105,253
- Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Rijksvreemdelingendienst (RVD) en Taakvoorgangers, nummer toegang 2.09.45, inventarisnummer 1569
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.48-L.56
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.3, 22-23
- Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.68
- Gemeentearchief Schiedam, Stads-, resp. Gemeentebestuur 1816-1953, 5050
- Nationaal Archief 2.04.125, Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en voorgangers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Persoonsdossiers, inventarisnummer: 23337