LATHOUDER, Willy de

Willem Cornelis
de
Lathouder
Geboren:
Voorburg
11 juni 1908
Overleden:
Gandesa (Spanje)
29 juli 1938
Levensbeschrijving: 

Willy de Lathouder was hoogstwaarschijnlijk de eerste Nederlander die naar Spanje trok om de Republiek te helpen verdedigen. Hij vertrok al in augustus 1936. Het Volksdagblad, de krant van de communistische partij, schrijft op 2 januari 1939 in een in memoriam:

“Onderwijzer, zeeman, reizend muzikant, kippenfokker: dat was de reeks ambachten die Willy opgaf toen hem in Albacete naar zijn beroep werd gevraagd. Bij de vraag ‘Bespeel je een instrument’ schreef hij: ‘Alle instrumenten, behalve piano’.”

Volgens de krant had Willy zich al in die eerste dagen van de burgeroorlog in Barcelona  aangesloten bij de “Centurio Thaelmann”, het allereerste begin van de Internationale Brigaden onder leiding van de Duitser Hans Beimler. Bij de zware gevechten in het najaar van 1936 rond Huesca en Tardienta wordt Willy door een granaatscherf getroffen. Hij wordt zwaargewond naar het ziekenhuis in Lerida vervoerd waar hij maandenlang verzorgd wordt door de jonge Spaanse verpleegster Rosario Plana Sole – zijn latere vrouw. In het voorjaar van 1937 ontmoet hij daar George Orwell die in zijn boek boek Saluut aan Catalonië schrijft:

‘Een Nederlandse communist, die Engels kende en gehoord had dat er een Engelsman in het hospitaal was, kwam me geregeld opzoeken en bracht me Engelse kranten. Hij was verschrikkelijk gewond geraakt in de gevechten van oktober, had kans gezien zich te nestelen in het hospitaal van Lerida en was met een van de verpleegsters getrouwd. Door zijn wond was een van zijn benen verschrompeld tot deze niet dikker was dan mijn arm.’

Als hij weer enigszins is opgeknapt meldt hij zich in Albacete, dat inmiddels het hoofdkwartier van de Internationale Brigaden is geworden. Daar wordt hij aanvankelijk nog veel te zwak gevonden voor het front en krijgt hij administratief werk. Hij wordt ook opgenomen in de Partijschool die onder Duitse leiding staat. In een “Einschätzung der Schueler (Parteischule)” wordt hij zo beoordeeld:

“Hij komt van de Thaelmann Centuria, maakt een enigszins avontuurlijke indruk (zie levensloop). Is politiek niet sterk maar leert heel ijverig in de leesuren. Het is nog te vroeg om hem verantwoordelijk partijwerk toe te vertrouwen. Omdat hij aan het Hollandse persbulletin heeft meegewerkt en Vlaams, Duits, Frans, Engels, Spaans en Maleis spreekt bestaan er daar wellicht arbeidsmogelijkheden”.

De levensloopbeschrijving hebben we helaas niet teruggevonden – maar dat Willy een avontuurlijke inslag had wordt bevestigd door familieleden. Willy kwam uit een redelijk welgesteld milieu, zowel zijn grootvader als vader waren aannemer. Vader was ook architect die bij Berlage had gestudeerd en grootvader was gemeenteraadslid in Den Haag geweest. Zijn moeder heette Cornelia van Rossum, ook zij kwam uit een aannemers familie die ook connecties had in Nederlands Indië. Twee van de broers van Willy zijn in Indië terecht gekomen en het is heel goed mogelijk dat Willy een tijdje bij ze is geweest en daar zijn kennis van het Maleis heeft opgestoken. Hij had in 1928, twintig jaar oud, het eindexamen afgelegd van de Rotterdamse Zeevaartschool. Het familieverhaal wil dat hij ook veel in zijn eentje op de fiets door Europa trok. Neef Ludo, zoon van een van de broers van Willy schrijft: “Hij fietste door Europa en sliep dan onder een zeiltje met een ketting aan zijn been naar de fiets. Hij had natuurlijk wel eens geldgebrek en dan kreeg zijn vader een verzoek om geld te telegraferen. Hij was zonder twijfel een geboren avonturier.”

In juni 1932 trouwt hij met Annie Doets maar het huwelijk houdt maar heel kort stand, in 1935 scheiden ze. Rond die tijd moet Willy al aan de slag zijn gegaan als onderwijzer. Neef Ludo:

“Willem is onderwijzer geworden omdat er destijds een tekort was aan onderwijzers. Hij was duidelijk geëngageerd. Hij werd onderwijzer op Tholen in een uiterst conservatief schooltje. Aardige anekdote: Een van de leerlingen was moeilijk te hanteren. De hoofdonderwijzer zei tegen Willem: Als Jantje te lastig word moet je de veldwachter maar roepen. Die haalt hem dan wel uit de klas. Na een paar weken was de veldwachter nog steeds niet geroepen. De hoofdonderwijzer informeerde eens bij Willem. Nee absoluut geen problemen met Jantje. Het bleek dat Jantje als hij een antwoord wist het door de klas brulde. Dat vonden die onderwijzers onbehoorlijk en Jantje kreeg dan op zijn kop. Willem zag echter dat Jantje best een slim baasje was en gaf hem een complimentje en zei dan tevens dat Jantje eerst zijn vinger moest opsteken. Dat werkte prima.”

In april 1936 overlijdt Willy’s moeder en in augustus besluit hij naar Spanje te gaan. In de loop van 1937 moet hij een korte tijd terug in Nederland zijn geweest, er is een ongedateerde foto waar hij op staat, samen met zijn vrouw Rosario op het Hollands Spoor in Den Haag – vermoedelijk weer op hun weg terug naar Spanje na een kort verlof in Nederland. Op de foto staan verschillende jonge mensen die in die tijd een woongemeenschap vormden – zeker voor die tijd een ongebruikelijke zaak. Aanvankelijk zaten ze in Voorburg, later verhuisden ze naar de Bankastraat in Den Haag. De later bekende fotografe Emmy Andriesse maakte er deel van uit, de arts – toen nog student medicijnen – Ben Polak, het echtpaar Leo Ziekenoppasser en Cleo Dormits – zusje van Spanjestrijder Samuel Dormits, Hans Sibbelee, eveneens Spanjestrijder. Dat de Lathouder ook een tijdje in dit Gemeenschapshuis heeft gewoond, blijkt uit een boek dat in 1986 verscheen, de memoires van het echtpaar Eberhard Rebling en Lin Jaldati, artiestennaam van Lientje Brillenslijper, later bekend als zangeres van Jiddische liederen. Rebling vertelt hoe hij als Duits vluchteling in 1936 via zijn vriend Ben Polak terecht kon in het gemeenschapshuis. Daar was namelijk net een kamer vrijgekomen – omdat Wim de Lathouder naar Spanje was vertrokken. Rosario zal later nog korte tijd opnieuw in het Gemeenschapshuis een plekje vinden.

Eind 1937 en begin 1938 schrijft de Lathouder een paar brieven aan zijn veel jongere zusje Annie; het zijn de enige brieven die bewaard zijn gebleven. Zij is inmiddels 17, is werkloos en vraagt haar broer of er geen werk is voor haar in Spanje. Willy staat daar niet helemaal onwelwillend tegenover, misschien is er wel een mogelijkheid om administratief werk te doen in het Hollands Hospitaal waar Rosario nu ook werkt. “Verder moet ik er op wijzen dat je bekend moet staan als zijnde van antifascistische overtuiging, wat waarschijnlijk tegenover de Spaanse consul moet bewezen worden”.

Zus Annie – inmiddels 97 jaar oud – vertelt dat Willy er tijdens zijn bezoek aan Holland over had geklaagd dat bij hen thuis de Telegraaf werd gelezen! Hij waarschuwt haar ook voor iets anders: “dat je in een gemilitariseerd bedrijf werkt, moet niet bekend zijn aan de Nederlandse autoriteiten, daar dan misschien een pas geweigerd wordt.” Annie vertrekt uiteindelijk niet en in zijn brief van 19 maart 1938 schrijft Willy:

“Lieve Annie, als alles goed gaat ontvang je deze brief als tante van een neefje waarvan je nog moet afwachten of hij misschien Spanjaard, of Hollander, Catalaan of Fransman is.”

Een week later wordt een zoon geboren en kort daarop vertrekt de jonge vader toch opnieuw naar het front. De Hollandse compagnie “De Zeven Provinciën” is inmiddels gevormd, aan de Ebro-rivier wordt hard gevochten en de verliezen zijn enorm. In zijn boekje Nederlanders onder commando van Hollander Piet in Spanje dat in 1939 in Amsterdam verschijnt, beschrijft Vanter (pseudoniem van Gerard van het Reve sr.) de strijd rond Gandesa :

“ En reeds ratelen de machinegeweren, knallen de mijnwerpers, worden de handgranaten geworpen. De vijand deinst terug maar de strijd is bloedig. Lathouwer valt, Polak, Ijzendoorn.... Krijn Breur is zwaar gewond (...) Binnen het half uur 8 doden, 33 gewonden (...) Vier keer vielen de fascisten aan op die dag. En in de nacht wederom vier keer. Kapitein Hollander Piet heeft nog 50 man. Meer dan zeventig heeft hij er verloren.”

Het verhaal wil dat Willy zijn kameraad Evert Ruivenkamp had gevraagd zich over zijn vrouw Rosario te ontfermen, mocht hem iets overkomen. Rosario komt in 1939 naar Den Haag waar ze het grootste deel van haar leven zal blijven wonen. Evert en zij trouwen in december 1940. In juli 1943 wordt Evert om zijn verzetsactiviteiten door de Duitse bezetter gefusilleerd. 

Bronnen: 
  • Correspondentie en gesprekken met Ludo de Lathouder, mevr. Annie de Lathouder, Evert Blomsma, Carla de Lathouder, Karla de Lathouder – januari-juni 2015
  • Twee jaar in Spanje's loopgraven, Het Volksdagblad 2-1-1939
  • Twee jaar in Spanje's loopgraven, Het Volksdagblad 3-1-1939
  • Volksdagblad  29-12-1938,https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010474303:mpeg21:a0071
  • Bert van Gelder, Brand bij de Wehrmacht, Verzetsgroep de Vonk, Den Haag 1942-1943 Uitgeverij de Zilverdistel
  • Nederlanders onder commando van Hollander Piet, uitgave Pegasus, Amsterdam 1939
  • Lin Jaldati, Eberhard Rebling, Sag nie, du gehst den letzten Weg, Buchverlag Der Morgen Berlin 1986
  • Archief Internationale Brigade, Moskou, RGASPI F.545-Op.3-D.74-L.189 
  • George Orwell, Saluut aan Catalonië, Arbeiderspers 2017, p.235
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.399-L.9
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.3, 5, 20-21
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.48
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.31-L.232
Auteur: 
Yvonne Scholten, met dank aan Reinier Deinum
Laatst gewijzigd: 
15-12-2017
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Onderwijzer
Functie: 
Cabo
Woonplaats: 
Den Haag
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
00-09-1936
Gewond: 
ja
Gesneuveld: 
ja
Vader: 
Adriaan Willem de Lathouder
Beroep vader: 
Architect,
Moeder: 
Cornelia van Rossum
Partner: 
Annie Doets
Kinderen: 
1 zoon
Partner 2: 
Rosario Plana Sole