SPLUNTEREN, Cornelis van

Cornelis
van
Splunteren
Geboren:
Oostzaan
25 augustus 1896
Overleden:
20 november 1961
Levensbeschrijving: 

Het is even zoeken. Kees zijn geboorte werd gepubliceerd in een weekoverzicht van 24 tot 31 augustus, samen met een overlijden uit Westzaan, een huwelijk uit Oostzaan en twee geboortes in De Rijp en Oostzaan. 1896. De dag staat er niet bij. Wat we verder van Kees weten komt uit archieven, het politieverhoor van twee reisgenoten en wat andere krantenberichten. Daar rijst een interessante kerel uit op. Cornelis van Splunteren (Oostzaan, 25-8-1896), ‘Kees’ en ook wel ‘Splunt’ genoemd, was de meeste tijd bakker. Hij was 40 toen hij naar de internationale brigades vertrok. Dat is een stuk ouder dan de twintigers die meestal naar Spanje gingen. Ook is hij de enige van de Zaanse Spanjegangers die in Oostzaan werd geboren, al lijkt hij weinig op een echte Oostzaner. Vader kwam uit Sommelsdijk op Goeree-Overflakkee, moeder uit Westzaan en de familie verhuisde drie jaar na Kees’ geboorte naar Zaandam. Het meest opvallend is zijn politieke betrokkenheid. Die was communistisch, ingevuld op zijn eigen manier. Tijdens zijn deelname aan de internationale brigades sloot hij zich bij de Catalaanse links-socialisten aan. Dat werd hem door de hardliners niet in dank afgenomen. Voor hen gold hij sindsdien als ‘trotskist’. Kees raakte in Spanje gewond en werd in de herfst van 1938 gerepatrieerd naar Nederland. Hij overleed toen hij 65 was.

Gezin

Vader Hendrik van Splunteren (1866) was landbouwer en daarna los werkman. Hij stierf in 1922. Zijn vrouw Jannetje Beets bleef op de Westzanerdijk achter met vijf kinderen, van wie Kees de oudste was. De drie kinderen boven hem waren toen al het huis uit.

Bakker

Als Cornelis in 1925 het huis uit gaat is hij los werkman en ongetrouwd. Hij woont op kamers in de rooie Havenbuurt. Naar Spanje vertrekt hij vanuit de nette Bootenmakersstraat, nr. 51. Daar woonde hij in huis bij de 49-jarige los werkman (in het adresboek ‘opperman’) Krijn Vis en zijn vrouw Gerarda Bührs, beiden geen geboren Zaankanters. Zijn reisgenoot Brondgeest vertelde de politie dat Kees oubliebakker was, bakker van ‘cirkelvormige wafeltjes geheel met chocolade bedekt’. Een smakelijk specialisme. Op een lijst met gewonden van 18 oktober 1938 staat dat hij in 1929 lid was geworden van de bakkersvakbond. Hij was toen 33.

Activist

Uit hetzelfde document komen we nog meer over zijn politieke achtergrond te weten. In 1928 werd Kees lid van de communistische partij en in 1934 zat hij drie maanden gevangen. De reden staat er niet bij. In Spanje noteerde men dat hij bij de brigade propagandist was. Daar had hij naast zijn militaire werk blijkbaar tijd voor. Van Splunteren was steeds een overtuigde linkse activist. Hij zal in 1934 dan ook niet voor diefstal in de gevangenis hebben gezeten.

Groepsleider

Van Splunteren hoorde bij de Zaanse communisten die de werkloze monteur Willem Brondgeest op het idee brachten voor 5 gulden per dag burgerwerk in Spanje te gaan doen. Andere betrokkenen waren Christoffel Makkinga, broer van het bekende CPN-raadslid Dirk, en Pieter Siffels van het ‘Marxistische bureau’ aan de Zuiddijk 9. De drie worden genoemd in het zeer gedetailleerde verslag van een verhoor dat de Amsterdamse rijksrechercheur Hersmis en de Zaandamse hoofdagent Van der Schaaf van Willem Brondgeest afnemen als hij weer thuis is. ‘Splunter’ was de oudere man met politiek krediet op wie de twee andere Spanjegangers op donderdagmiddag 17 juni stonden te wachten. Willem Brondgeest en Ilpenaar Jan Schaap hadden met hem om 6 uur afgesproken aan de Provinciale Weg. Brondgeest kende hem wel. Splunter had dinsdags aan de Savornin Lohmannstraat bij de sigarenzaak van Van Vliet tegen hem gezegd: ‘Zoo ga jij ook naar Spanje, dan ga je met mij mede, want ik ben je leider’.

Haarlem-Roozendaal-Parijs

Maar daar kwam de auto met Splunter al. Er zat een onbekende naast hem. Chauffeur Gerrit Timmerman, die later zelf zou naar Spanje zou gaan, zat achter het stuur. Het openbaar vervoer werd in Zaandam nog gemeden. De reis ging naar Haarlem. Daar had Splunter een afspraak met ene Van Soolingen, achter het station, van wie hij reisgeld kreeg voor het groepje. Ook de Indische Haarlemmer Bruining voegde zich bij hen. Na de kennismaking met van Soolingen en Bruining gingen de reizigers naar het perron. Ze werden uitgezwaaid door Timmerman en de onbekende. Uit nader politieonderzoek bleek de laatste Krijn Vis te zijn, de opperman bij wie Kees in huis woonde. Vis ontkende in het verhoor uiteraard mee naar Haarlem te zijn gegaan. In Roosendaal kocht Splunter vier kaartjes voor Parijs. Toen ze daar vrijdag rond 7 uur ‘s morgens aankwamen betaalde hij de taxi. Met behulp van de Frans sprekende Brondgeest ontcijferde de chauffeur de straatnaam. Op dit onbekende adres kregen ze brood en koffie. Na twee uur kwam een zekere Jean Lebac hen ophalen en bracht het groepje naar het bijgebouw van het Vakbondshuis aan de Avenue Mathurin-Moreau 8-10. Hier waren ook de Internationale Rode Hulp en het Nationale Comité voor de Verdediging van het Spaanse Volk gevestigd.

Traject

Volgens het verhoor van Willem van Brondgeest ging het groepje om vier uur ’s middags al met een stel anderen per bus naar Arles of Alès en vandaar naar Beziers. Daar kwamen ze op zaterdagavond 19 juni aan. Zondagmiddag ging het verder naar Perpignan, waar ze ‘voor eigen rekening’ in café Modern konden eten. Ze kwamen daarna in een soort kazerne terecht. ‘s Nachts om 2 uur haalde een bus hen aan de achterkant van het gebouw op en bracht hen naar een dal. Daar was het opnieuw wachten op het donker. In de bus hadden ze schoeisel gekregen (‘pantoffels’ schrijft rechercheur Van der Schaaf) om beter over de Pyreneeën te kunnen komen. Op pantoffels? De voettocht langs voetpaden en over rotsen begon maandagavond om 21 uur. Dinsdagmorgen om 8 uur waren ze aan de Spaanse grens. Ze kregen er koffie. Een Spaanse bus bracht de groep naar Gerona, zoals het document zegt, waar ze tot donderdag 24 juni bleven. Op weg naar het hoofdkwartier in Albacete haken Brondgeest en Bruining tijdens een treinstop in Valencia af. Ze melden zich bij de Nederlandse consul en keren met veel problemen terug naar Nederland. Daar vertelt Willem aan de politie bovenstaand reisverhaal. Hij was vooral boos op Makkinga en Siffels, niet op Splunter.

Albacete

Van Splunteren, Schaap en anderen uit de oorspronkelijke reisgroep kwamen op 26 juni in het hoofdkwartier van de internationale brigades aan. Na registratie, keuring en eerste oefeningen werden ze ingedeeld. De Zaandammer en de Ilpenaar komen in het oefenkamp voor (onder)officieren Pozo Rubio terecht. Op 11 augustus worden ze met 9 andere Nederlanders overgeplaatst naar de artillerie in Almansa, dichter bij de Spaanse kust. Zes dagen later naar het naburige Villena. Er zijn dan nog 7 Nederlanders over. Ieder van hen komt bij een andere divisie. ‘Iwan’ Schaap komt bij de 50e divisie, ‘Cornel’ van Splunteren bij de 52e. 

Thälmann-batterij

Wat Kees van Splunteren in de wrede burgeroorlog heeft meegemaakt weten we niet. Gezien zijn leeftijd en politieke ervaring zal hij geen grijze figuur zijn geweest. Zeker is dat hij (niet bekend is voor hoelang) deel uitmaakte van de Thälmann-batterij, die genoemd was naar de gevangen leider van de Duitse communisten. Ook staat vast dat Kees in 1938 gewond raakte.De andere Nederlandse artilleristen van de Thälmann-batterij in Villena waren overtuigd communist en ook soms al wat ouder. De latere verzetsman Nico Mourer (geb. 1900) werd luitenant bij de eenheid en politiek commissaris. Hij beschreef de bloedige terugtocht bij Les Useres, tussen Teruel en Benicasim in 1938. Nol van den Hoff (geb. 1898), sinds 1922 lid van de communistische partij, werd ‘cabo’, onderofficier van de batterij. Hij raakte verschillende keren gewond en lag een tijd in het Hollandse ziekenhuis van Villanueva de la Jara. Daar vergaderde hij in november 1937 met de toenmalige rapporteur van de CPN in Spanje, Jan Zuidema. Nico Mourer en anderen van de harde kern waren daar eveneens bij aanwezig. Net als Harry Schoen. Zijn moeder noemde hem een ‘volbloed communist’. Harry vocht met de artillerie van de Thälmann brigade onder meer in Brunete. Marinus de Kruijk tenslotte, voorzitter van de CPN afdeling Zuilen, werd sergeant van de batterij.

Slecht element

Vermoedelijk vocht Van Splunteren net als de anderen bij Madrid, bij Teruel en aan de Ebro. Niet in een officiersrang maar als gewoon soldaat. Waarschijnlijk liep hij daar zijn verwondingen op. Maar in tegenstelling tot wat in  de beschikbare brigade-beoordelingen over de kameraden uit  de batterij staat te lezen zijn die over hem vooral negatief. Mourer, Van den Hoff en Schoen zijn ‘zeer dapper’ en hebben een ‘goede moraal’. Kees wordt op een lijst met 85 Nederlanders uit najaar 1938 ‘spion’ genoemd en ‘ongewenst’. Gustav Szinda voegt er aan toe dat Van ‘Speluntern’ streng in de gaten moest worden gehouden door de militaire inlichtingendienst  (SIM) en een ‘zeer slecht element’ was.

Trotskist?

Geloofwaardig is dat harde oordeel niet. Op de eerste plaats is er een politieke reden. Zowel ‘Splunteren’ als ‘Kruijk’ worden in een document, waarin partijman Jan Zuidema 59 Nederlandse brigadisten beoordeelt op politieke geschiktheid, gedefinieerd als ‘Trotzkist’ (najaar 1937). Zo werd ook Jef Last genoemd. Daarmee werden ze door de CPN als onbetrouwbaar gezien. Maar klopte het etiket?

Kees was in 1937 lid van de links-socialistische PSUC geworden, de Partit Unificat Socialista de Catalunya. Deze partij omvatte drie linkse Catalaanse groeperingen, waaronder de Catalaanse communisten. Ze gaven vorm aan de alliantie-gedachte van het ‘Volksfront’. De PSUC was in die geest lid van de door Moskou opgezette Komintern.  Ze was blij met de Russische wapenleveranties en keerde zich tegen het anarchisme, maar was ook tegen landonteigening. Ze stond eerder voor de middenklasse dan voor het proletariaat. De leiding was in handen van de linkse Catalaanse nationalist Juan Comorera. Trotski’s wereldrevolutie en zijn Vierde Internationale stonden ver van de PSUC af. Het harde oordeel kan dan ook niet alleen aan het lidmaatschap van deze linkse partij hebben gelegen. Een van de eerste Spanjegangers, Willy de Lathouder, wordt door Zuidema ook lid van de PSUC genoemd, maar zeer positief beoordeeld en voorgedragen voor de Spaanse communistische partij.

Het kan zijn dat De Lathouder een minder actief lid van de PSUC was. De lijst met 13 gewonde Nederlanders van oktober 1938 noemt soldaat C. van Splunteren ‘secretaris propaganda’ van de PSUC. Een behoorlijk verschil met De Lathouder, maar dan nog. Cornelis Splunteren krijgt op een beoordelingslijst met 44 andere Nederlanders de afkorting ‘mbao’ achter zijn naam (Barcelona, 17 mei 1938). Negatieve aanduidingen als ‘slecht element’ of ‘SIM’ komen hier niet voor. De afkorting ‘mbao’ is de hoogste van vijf positieve graden. Het moet zoiets betekenen als: ‘zeer goede en georganiseerde antifascist’. Dat lijkt meer in de richting van de waarheid te komen.

Terug in Nederland

‘Cornelis van Splunteren uit Oostzaan’ staat met 308 andere brigadisten uit vele landen op een lijst van ‘zieken en gewonden’ die op woensdag 19 oktober 1938 gerepatrieerd zullen worden. Of dat daadwerkelijk op die dag met iedereen gebeurde is de vraag.  Er staat ‘Copenhagen?’ bij Kees zijn naam. Werd hij door de organisatie voor een Deen gehouden of was hij niet welkom in Nederland? In ieder geval niet bij zijn oude partijgenoten. Kort na zijn Spaanse tijd kwam Kees in de krant (6-9-1939). Het Volksdagblad, orgaan van de CPN, waarschuwde voor hem. Hij zou met een lijst ‘langs de huizen leuren’ om geld op te halen voor Frans Oort (Oord) maar het voor andere doeleinden gebruiken. Frans was een van de bekendste Spanjestrijders  van de Zaanstreek. Het Volksdagblad publiceerde in juli 1938 brieven uit Barcelona van hem. Hij lag in 1939 mogelijk al met tbc in het sanatorium. Dat Kees geld dat hij ophaalde voor zijn oude strijdgenoot achterover zou drukken is een bizar verhaal. Wel is duidelijk dat hij geen lid meer was van de CPN. De partij beschouwde hem in navolging van Zuidema als ‘trotskist’. Dat kan genoeg zijn geweest voor een tendentieus stukje in het Volksdagblad.

Het is niet bekend of Kees tijdens de oorlogsjaren problemen kreeg vanwege zijn inzet in Spanje, evenmin wanneer hij zijn Nederlanderschap terug kreeg. Op 20 november 1961  overleed hij in Zaandam. Zijn erfgenaam was J. van Splunteren van het Hazenpad 5, vermoedelijk de zoon van zijn broer, de bakker Abraham.

Bronnen: 
  • Waterlands archief, krantenviewer, Nieuwe Purmerender Courant, 3-9-1896
  • Gemeentearchief Zaanstad, gezinskaarten Hendrik Van Splunteren-Beets en familieleden; overlijdensbericht C. van Splunteren; gezinskaart Krijn Vis-Bührs
  • Idem, gebouwen/vergunningen bakker A. van Splunteren
  • Idem, adresboek Zaanstreek 1937
  • Volksdagblad 6-9-1939, ‘Een waarschuwing uit Zaandam’ (https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010473926:mpeg21:a0023)
  • Nationaal Archief 2.09.22, verhoor van Willem Brondgeest, Ministerie van Justitie, 1914-1940 (Geheim Archief), inventarisnr. 16805.
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.1-D.61-L.54
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.35-L.26
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.5, 30
  • Archief Internationale Brigaden, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.78
Auteur: 
Pim Ligtvoet
Laatst gewijzigd: 
11-11-2017
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Bakker, los werkman
Overtuiging: 
communist
Adres: 
Bootenmakerstraat 51
Woonplaats: 
Zaandam
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
22-06-1937
Datum terugkeer: 
19-10-1938
Gewond: 
ja
Nederlanderschap afgenomen: 
ja
Vader: 
Hendrik van Splunteren
Beroep vader: 
landbouwer, houtbewerker
Moeder: 
Jantje Beets