PORTON, Theo

Theodorus Frederik
Porton
Geboren:
Utrecht
20 februari 1910
Overleden:
Amsterdam
11 april 1980
Levensbeschrijving: 

Theo Porton was de jongste in een groot katholiek gezin dat woonde in het centrum van de stad Utrecht. Hij werkte als kantoorbediende en verkoper voordat hij naar Spanje ging om als vrijwilliger te vechten tegen de fascistische coupplegers.

De gegevens betreffende het verblijf van Theo Porton in Spanje gedurende de burgeroorlog zijn nogal summier. In februari 1937 kwam hij aan in Spanje en in de zomer van dat jaar werd hij met hartritmestoornissen opgenomen in het militaire hospitaal van Benicasim aan de Middellandse Zee, ca. 80 kilometer ten noorden van Valencia. Dit dorp was voor de burgeroorlog een badplaats voor de elite uit Madrid en Valencia. Circa 40 vakantievilla’s waren gevorderd door de Republikeinse regering, die als ziekenpaviljoens in gebruik werden genomen. In een rapport betreffende patiënten in dit ziekenhuis werd vermeld dat Theo deel uitmaakte van de 17de  Divisie. Deze divisie bestond van april tot en met juni 1937 uit twee Spaanse brigades en de XIde Internationale Brigade. De meeste Nederlandse vrijwilligers waren opgenomen in deze XIde Brigade. In ieder geval werd Theo Porton na drie weken weer geschikt bevonden voor dienst aan het front.

Vanaf juli werd de XIde Brigade onderdeel van de 35ste  Divisie onder commando van de Poolse communist Karol  Swierczewski - toen beter bekend als ‘Generaal Walter’ - en werd toen ingezet in de slag om Brunete. Een maand later was deze brigade operationeel in de slag om Belchite, het Republikeinse Aragonoffensief om Zaragosa te veroveren. Of Theo Porton aan deze gevechten heeft deelgenomen is niet bekend, maar eind 1937 stond hij in ieder geval op een lijst van gerepatrieerde kameraden.

Theo moet zonder op te vallen weer in Utrecht zijn teruggekomen. Zowel bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Bevolkingsregister als Justitie is niets van zijn Spaanse avontuur bekend. Hij verloor dus ook zijn Nederlandse nationaliteit niet vanwege vreemde krijgsdienst en stond in 1939 niet vermeld op de door de ‘Centrale Inlichtingen Dienst’(CID) opgestelde lijst van – meer dan 6000 -  “links-extremistische personen”.

Theo Porton maakte in 1942 deel uit van een communistische verzetsgroep. Hij hield zich onder andere bezig met het verspreiden van het verzetsblad “De Vonk”. Meerdere leden van de verzetsgroep werden in september 1942 gearresteerd. Theo zat van 5 tot 16 september vast op het Hoofdbureau van Politie in Utrecht en werd daar meerdere keren ondervraagd. Hierna zat hij opgesloten in het Huis van Bewaring in de Havenstraat in Amsterdam (‘Amstelveenseweg’) en werd enige malen “verhoord” door de SD (Sicherheitsdienst) in de Euterpestraat. Op 4 december 1942 werd Theo Porton overgebracht naar ‘Durchgangslager’ Amersfoort. 

Op 13 januari 1943 werd concentratiekamp Vught in gebruik genomen. Theo Porton behoorde die dag tot de eerste groep politieke gevangenen die daar werd opgesloten. (Grund der Sch.h.: Ill.CPN  - Sch.h.=Schutzhaft, dus: reden van gevangen name: illegale CPN). Theo behoorde tot de eerste groep, dus ze moesten nog meehelpen hun eigen concentratiekamp op te bouwen. Enige tijd later werd hij ingedeeld bij het “Philips-Kommando”. Dit was een onderdeel van de firma Philips speciaal ingericht in kamp Vught ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie voor de vervaardiging van o.a. radio-onderdelen en zaklantaarns (de zgn. knijpkatten). In mei 1944 werd deze afdeling opgeheven. 500 Joodse gevangenen, voornamelijk vrouwen, werden naar Auschwitz  gedeporteerd. 250 gevangenen, waaronder Theo Porton maakten deel uit van een grotere groep van ca. 650 politieke gevangenen die op transport gingen naar Dachau: het grote ‘Den Bosch-transport’.

In dit concentratiekamp bevond Theo zich in goed gezelschap. Op 17 mei 1944 waren er welgeteld 536 oud-Spanjestrijders in Dachau. Tien daarvan waren Nederlander (naast Theo Porton: Piet Maliepaard, Arie en Johan Kloostra, Cor de Man, Hendrik Bijmholdt, Joseph Bruyelle, Bertus Duits, Albert Potze en de arts Theo van Reemst). Ook de schrijver, vertaler en letterkundige Nico Rost die gedurende de Spaanse Burgeroorlog in de Republiek had gewoond en gewerkt zat er opgesloten. 

De ex-brigadisten van bijna alle nationaliteiten in Europa vormden een hechte groep mannen die elkaar beschermden. Degenen die werkten op de kampadministratie hielpen de anderen aan lichte werkzaamheden in o.a. de keuken en de ziekenverpleging. Degenen in de keuken zorgden voor extra voedsel etc. Het Nederlandse Rode Kruis stuurde, uit bureaucratische labbekakkerigheid en verregaande onverschilligheid, in tegenstelling tot het Rode Kruis van andere landen geen voedselpakketten. Een deel van de inhoud van de anderen werd dan weer toegeschoven naar de Nederlanders. Theo Porton werd op een gegeven moment overgeplaatst naar het buitenkamp Allach. Dit was een porseleinfabriek die produceerde voor de SS. 

Op 29 april 1945 worden de gevangenen van Dachau door het Amerikaanse leger bevrijd. Het kamp Allach een dag later.

Theo Porton woont na de oorlog weer in Utrecht. Hij trouwt daar in 1946. Er wordt een tweeling geboren, maar de jongetjes overlijden kort na hun geboorte. Hierna kwamen er nog drie kinderen. Eind vijftiger jaren komt Theo in dienst bij het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het gezin verhuist naar Amsterdam en gaat wonen in de Frederik Hendrikstraat. Na zijn pensionering woont Theo Porton de laatste zeven jaar van zijn leven in Duivendrecht.

Bronnen: 
  • Stadsarchief Amsterdam 
  • Archief Internationale Brigades, Moskou, RGASPI F.545-Op.6-D.403-Ll.14;  RGASPI F.545-Op.6-D.404-L.65
  • Alexander Clifford, The People’s Army in the Spanish Civil War – 2020
  • Sociedad Benéfica de Historiadores Aficianados y Creadores - 
  • Fuerzas Armadas de la República - Hechos de Armas del Ejército Popular,http://www.sbhac.net/Republica/Fuerzas/Fuerzas.htm 
  • Documentatiecentrum Nationaal Monument Kamp Vught
  • Dachau – Geen Nummers maar Namen.  Verzetsmuseum, Amsterdam
  • Spanjestrijders in Dachau – Stichting Spanje 1936-1939
  • NIOD – Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam,  249-0626A inv.nr. b1
  • Arolsen Archives – International Center on Nazi Persecution -  Bad Arolsen, Duitsland
  • Jos Schneider en Gijs van de Westelaken,  De Bus uit Dachau  -  Amsterdam, 1987
  • Stadsarchief Amsterdam – Inventaris van het Archief van het Stedelijk Museum, 08/1-1176 Aanstellingsakten 1957-1964
Auteur: 
Ton Hegeraad
Laatst gewijzigd: 
03-06-2020
Overige gegevens
Sekse: 
man
Beroep: 
Verkoper
Adres: 
Willemstraat 23bis
Woonplaats: 
Utrecht
Datum vertrek Nederland/aankomst Spanje: 
10-02-1937
Gewond: 
ja
Vader: 
Franciscus Porton
Moeder: 
Gerritje Broers
Datum getrouwd: 
08-05-1946
Partner: 
Hendrika Wilhelmina Scheepbouwer
Kinderen: 
5